13/4 Flashcards
rain drops
regendruppels
we´ve had a lot of rain
we hebben veel regen gehad
two hours ago
twee uur geleden
happy
blij
melted (irregular)
smelten, gesmolten
I´m done with..
Ik ben klaar met..
spend time
tijd doorbrengen met../ tijd besteden met..
I struggle with..
Ik heb problemen met../Ik struggle met..
the easiest part
het makkelijkste gedeelte
letter
de brief
education program
de opleiding
it suits her/fits her
het past goed bij haar
proud of
trots op
destiny/úděl
het lot
thanks to me
dankzij mij
exchange
de uitwisseling
that is not always the case
dat is niet altijd het geval
that she can choose of
waar ze uit kan kiezen
from which
waaruit
disappointed
teleurgesteld
dissapointed with..
teleurgesteld IN..
If i had chosen something else, I wouldn´t have met my boyfriend.
Als ik iets anders had gekozen, had ik mijn vriend niet ontmoet.
I wish (hovorově)
Ik wou dat..
I lovED that book.
Ik HIELD van dat boek.
it´s a big deal.
Het is een groot deel.
to happen
gebeuren
I would like it..
Ik zou het leuk vinden..
topic
het onderwerp
There are sentences I don´t understand.
Er zijn zinnen die ik niet begrijp.