1 - Hardware & KI Flashcards
Bit
0 (uit) of 1 (aan)
Hoeveel mogelijkheden heeft 32 bit?
2^32
Byte
een groep van 8 bits, kan 256 verschillende waarden aannemen
Hardware
Alle fysieke componenten die in een computer een rol spelen
Software
Programma’s die op de computer draaien en niet fysiek zijn, leveren de instructies die de CPU nodig heeft om zijn werk te doen
Randapparatuur
Hardware dat input en output regelt, bijv. muis, beeldscherm, toetsenbord
Processor
CPU (central processing unit), verwerkt alle handelingen die je met je computer verricht
Onderdelen processor
Besturingseenheid, rekenkundige en logische eenheid, registers, klok
Rekenkundige en logische eenheid
ALU (arithmetic and logic unit), voert rekenkundige bewerkingen uit, bijv. optellen, aftrekken, waarden vergelijken
Registers
tijdelijke opslagplaatsen voor instructies en gegevens, bijv. instructieregister, register waarin de programmacounter wordt bijgehouden
Besturingseenheid
stuurt alles aan, dus haalt instructies uit geheugen, decodeert deze en voert de instructie uit met de rekeneenheid
Klok
geeft aan/uit signaal door, verantwoordelijk voor snelheid processor, aangegeven in GHz (tikken per seconde)
Von Neumann cyclus bestaat uit
ophaalfase, decodeerfase, uitvoerfase
Ophaalfase VNC
de processor haalt de instructie op van het geheugenadres uit de programmacounter en verhoogt de programmacounter
Decodeerfase VNC
er wordt bepaald wat er moet gebeuren en alles wordt klaargezet om de opdracht uit te kunnen voeren
uitvoerfase VNC
de processor voert de opdracht uit, als het nodig is wordt het resultaat opgeslagen in een tijdelijk geheugen
Von Neumann Bottleneck
een processor kan maar één instructie per keer uitvoeren, dus alle instructies moeten wachten tot ze aan de beurt komen
oplossing vn bottleneck
meer threads of meer cores
GPU
Graphic processor unit, neemt alle grafische berekeningen van de processor over
eerste soorten geheugen
ponskaart, diskettes (floppies)
Extern geheugen
geheugen dat niet rechtstreeks vast hoeft te zitten op het moederbord (aangesloten via bijv. kabel), computer werkt niet zonder
HDD
Hard Disk Drive, harde schijf, opgedeeld in sporen en sectoren om aan te geven waar data zich bevindt
Partities harde schijf
elke partitie is een aparte harde schijf
Fragmentatie
bestanden op de harde schijf worden opgedeeld en op lege plekken opgeslagen = kost veel tijd met opzoeken en lezen
Optisch geheugen
geheugen dat wordt afgelezen via een laser, bijv. CD-ROM, DVD-ROM, Blue Ray
Waar staat ROM voor
Read-Only-Memory, geheugen dat alleen gelezen kan worden
Hoe worden CD etc afgelezen
een laser weerkaats op de cd, er wordt uitgerekend hoe lang het licht nodig heeft om te weerkaatsen. Bij pits duurt dat langer, dus wordt dat een 1. Hoe kleiner de pits, hoe meer data, dunnere laserstraal
Flash geheugen
alle data wordt in één keer opgeslagen, niet bit voor bit en sneller te lezen, bijv. SD-kaart, USB sticks, camera’s, telefoons
SSD
Solid State Disk, veel gebruikt voor besturingssytemen en veel gebruikte programma’s
Tape
vorm van magnetisch geheugen, net als harde schijf, veel data voor weinig geld, moeilijk data terug te vinden, veel gebruikt voor back-up
Intern geheugen
geheugen dat direct aan het moederbord vast zit, sneller dan extern geheugen, alleen gebruikt als tijdelijke opslag
RAM
Random-Access-Memory, intern geheugen, kan makkelijk vervangen worden, bij opstarten programma wordt programma in RAM geladen, blijft daar tot afsluiten programma (ook werkgeheugen genoemd)
ROM op moederbord
Read-Only-Memory, hierop zit de BIOS, heeft computer nodig om op te starten
cache
snelste soort geheugen in computer, bevindt zich in processor, belangrijkste en meest gebruikte informatie wordt tijdelijk opgeslagen
Insteekkaarten
kaarten die kunnen worden aangesloten aan het moederbord met PCI aansluitingen, voegen extra functies toe aan computer (bijv grafische kaart)
Voeding
levert de computer stroom, krijgt voeding van stroomnet, zet dat om in verschillende stekkertjes die aangesloten kunnen worden op alle interne componenten
Moederbord
componenten zijn aangesloten op moederbord en communiceren zo met elkaar
Bus, moederbord
databus, adresbus, besturingsbus; zorgt dat apparaten met elkaar kunnen communiceren
Wat doet een arbiter
bepaalt welk apparaat op een bepaald moment gebruik mag maken van een bus
Adresbus
bus die door processor gebruikt wordt om aan te geven op welke locatie bepaalde data zich bevindt
Databus
bus waarover data verzonden kan worden
Besturingsbus
bus die gebruikt wordt om duidelijk te maken wat er moet gebeuren en of de bus bezet is of niet
Besturingssyteem
Software, Operating System (OS), bijv. Windows, medium tussen hardware en gebruiker
Taken besturingssyteem
zorgt voor het starten en beeïndigen van andere programma’s, regelt toegang tot harde schijf, het beeldscherm, invoer van gegevens en welke instructie bij CPU voorrang hebben
Bestanden
programma’s bestaan uit bestanden, hierin staan alle instructies en data nodig, vaak in mappen voor overzicht en efficientie
kunstmatige intelligentie
KI, of AI (artificiële intelligentie), de wetenschap die zich bezighoudt met het creëren van een systeem dat een vorm van intelligentie vertoont
Turing test
als de computer/programma iemand voor de gek kan houden (>50%) en kan laten geloven dat hij een mens is, is de computer/programma intelligent
Verschil KI en informatica bij schaken
KI: regels geven en laten oefenen, Informatica: alle algoritmes programmeren
Chinese kamer
opgesloten in kamer, met pen papier en instructies, je bent in staat om de in het chinees gevraagde vragen te beantwoorden zonder dat je weet wat je opschrijft
Kritiek Turing test
Chinese kamer, de computer weet met de instructies wat hij moet doen, maar heeft geen idee wat hij nou doet/zegt
Onderzoeksgebieden KI
machinaal leren; gedrag simuleren; communicatie met mensen; denksporten; wereld herkennen
Machinaal leren
ook wel automatisch leren, houdt zich bezig met de ontwikkeling van algoritmes en technieken waarmee computers kunnen leren
Twee categorieën machinaal leren
Aanleidinggevend: creëren van computerprogramma’s door het vormen van regels of het vinden van patronen in data, deductief: als resultaat een functie die net zo generiek is als de invoerdata
Machinaal leren is gerelateerd aan: 2
statistiek (maar ml meer gericht op algoritmische complexiteit of implementatie in programma’s) en data mining (op een geautomatiseerde manier patronen en relaties onderzoeken in grote hoeveelheden gegevens
Methodes voor machinaal leren 4
gecontroleerd leren, ongecontroleerd leren, semigecontroleerd leren, ondersteunend leren
Gecontroleerd leren
het algoritme krijgt voorbeelden van invoer en bijhorende uitvoer; op basis van de voorbeelden leert het hoe de eigenschappen van de invoer bepalend zijn voor de uitvoer; na de leerfase kan het algoritme zelf voor nieuwe invoer de juiste uitvoer produceren
Ongecontroleerd leren
het algoritme ontdekt zelf, zonder voorbeelden, een structuur in de gegeven invoer, bijv. door invoer te verdelen in groepen van elementen die op elkaar lijken
Semigecontroleerd leren
Een combinatie van gecontroleerd en ongecontroleerd leren
Ondersteunend leren
het algoritme leert een gedrag in relatie tot zijn wereld en op basis van zijn succes past het zichzelf aan
Gedrag simuleren
houdt zich bezig met het simuleren van het gedrag van eenvoudigere dieren dan mensen, bijv. mier, school vissen, zwerm vogels
Communicatie met mensen
er wordt gekeken hoe mensen en dieren communiceren en dit wordt nagebootst, bijv. non-verbale communicatie, gezichtsuitdrukkingen
Denksporten
het spelen van denksporten tegen een menselijke tegenstander, in het begin brute force: computer berekent alle mogelijkheden en pakt daaruit de juiste optie
Wereld herkennen
beeld- en geluidsherkenning uit de informatica, herkennen van de wereld om zich heen, bijv. objecten, lezen van handschriften