ww latijn Flashcards
apparēre
appareo
blijken
verschijnen
dormire
dormio
slapen
cogitare
cogoto
nadenken
dare
do
geven
narrare
narro
vertellen
rogare
rogo
vragen
spectare
specto
bekijken
op het oog hebben
stare
sto
staan
blijven staan
gaudēre
gaudeo
blij zijn
habēre
habeo
hebben
houden
beschouwen als
sedēre
sedeo
zitten
venire
venio
komen
esse
sum
zijn
bestaan
clamare
clamo
roepen
properare
propero
zich haasten
respondēre
respondeo
antwoorden
vidēre
video
zien
aperire
aperio
openen
onthullen
invenire
invenio
vinden
ontdekken
appellare
appello
aanspreken
noemen
interrogare
interrogo
vragen
ondervragen
ornare
orno
versieren
in orde brengen
intrare
intro
binnengaan
debēre
debeo
moeten
verschuldigt zijn
amare
amo
beminnen
houden van
monēre
moneo
waarschuwen
ridēre
rideo
lachen
uitlachen
audire
audio
horeb
luisteren naar
parare
paro
klaarmaken
verwerven
manēre
maneo
blijven
scire
scio
weten
nescire
nescio
niet weten
abesse
absum
afwezig zijn
werxijderd zijn
adesse
adsum
aanwezig zijn
helpen
superesse
supersum
overblijven
posse
possum
kunnen
exspectare
exspecto
afwachten
verwachten
habitare
habito
wonen
postulare
postulo
eisen
servare
servo
bewaren
redden
vocare
voco
roepen
noemen
possidēre
possideo
bezitten
beheersen
reperire
reperio
vinden
te weten komen
imperare
impero
bevelen
opeisen
vigilare
vigilo
waken
terrēre
terreo
bang maken
timēre
timeo
bang zijn
vrezen
execēre
execeo
oefenen
laborare
laboro
werken
lijden
adiuvare
adiuvo
helpen
curare
curo
zorgen voor
dolēre
doleo
lijden
beteuren
iacēre
iaceo
liggen
capêre
capio
nemen
krijgen
cupêre
cupio
verlangen
facêre
facio
maken
doen
fugêre
fugio
vluchten
iacêre
iacio
werpen
rapêre
rapio
grijpen
roven
meesleuren
-spicêre
- spicio
- kijken
acipêre
accipio
ontvangen
vernemen
incipêre
incipio
beginne
interficêre
interficio
doden
abicêre
abicio
wegwerpen
neerwerpen
corripêre
corripio
vastgrijpen
meesleuren
eripêre
eripio
wegrukken
adspicêre
adspicio
aankijken
conspicêre
conspicio
bekijken
bemerken
respicêre
respicio
omkijken
rekening houden met