Woordjes Rijtje A Flashcards
1
Q
De bioscoop
A
Das kino
2
Q
Naar de bioscoop
A
Ins kino
3
Q
De actiefilm
A
Der actionfilm
4
Q
De romantische film
A
Der Liebesfilm
5
Q
Het entreekaartje
A
die Eintrittskarte
6
Q
De entreekaartjes
A
die Eintrittskarten
7
Q
De voorstelling
A
die Vorstellung
8
Q
De disco
A
die disko
9
Q
Naar de disco
A
in die Disko
10
Q
Het popconcert
A
das Popkonzert
11
Q
Naar een popconcert
A
in ein Popkonzert
12
Q
Uitverkocht
A
Ausverkauft
13
Q
Het theater
A
das Theater
14
Q
Naar het theater
A
ins Theater
15
Q
Naar huis gaan
A
nach House gehen
16
Q
Dansen
A
tanzen
17
Q
Elkaar ontmoeten
A
zich treffen
18
Q
Afspreken
A
sich verabreden
19
Q
Zich omkleden
A
sich umziehen
20
Q
Iets aantrekken
A
etwas anziehen
21
Q
Uitgaan
A
ausgehen
22
Q
Afhalen
A
abholen
23
Q
Genieten
A
Genieben
24
Q
Plezier hebben
A
Spab haben
25
Zich opmaken
sich schminken
26
Gezellig
gemütlich