Week 5 Flashcards
al
already
de broer
brother
de zus
sister
de dochter
daughter
de zoon
son
dragen
to carry
geloven
to believe
haast hebben
to be in a hurry
de ingang
entrance
de kaart
ticket
klaar
ready
de koffer
suitcase
de krant
newspaper
het kwartier
quarter
het loket
ticket office
nodig hebben
to need
over
over, above, in
het pakje
packet
het perron
platform
het retourtje
return ticket
de sigaret
cigarette
het spoor
track
de tas
bag
vaak
often
vergeten
to forget
vertrekken
to depart
volgens
according to
de vriend/vriendin
friend, boyfriend/girlfriend
de wc
wc
zoeken
to look for
zwaar
heavy
already
al
brother
de broer
sister
de zus
daughter
de dochter
son
de zoon
to carry
dragen
to believe
geloven
to be in a hurry
haast hebben
entrance
de ingang
ticket
de kaart
ready
klaar
suitcase
de koffer
newspaper
de krant
quarter
het kwartier
ticket office
het loket
to need
nodig hebben
over, above, in
over
packet
het pakje
platform
het perron
return ticket
het retourtje
cigarette
de sigaret
track
het spoor
bag
de tas
often
vaak
to forget
vergeten
to depart
vertrekken
according to
volgens
friend, boyfriend/girlfriend
de vriend/vriendin
wc
de wc
to look for
zoeken
heavy
zwaar
beginnen
to begin
binnenkort
soon
daarna
afterwards
de doos
box
het eind
end
gisteren
yesterday
haard
hard, fast, loud
heel/hele
whole
de hond
dog
het hout
wood
het huiswerk
homework
iets
something, anything
de juf
primary school teacher (f.)
kloppen
to knock
de les
lesson
oma/opa
grandma, grandpa
ontmoeten
meet
over
about (after praten f.e.)
het park
park
de rekenles
maths lesson
de school
school
op school
at school
de stapel
pile
het station
station
op het station
at the station
uitstekend
excellent
vertellen
to say, to tell
vragen
to ask
werken
to work
zeggen
to say
zelf
myself, yourself, etc.
to begin
beginnen
soon
binnenkort
afterwards
daarna
box
de doos
end
het eind
yesterday
gisteren
hard, fast, loud
haard
whole
heel/hele
dog
de hond
wood
het hout
homework
het huiswerk
something, anything
iets
primary school teacher (f.)
de juf
to knock
kloppen
lesson
de les
grandma, grandpa
oma/opa
meet
ontmoeten
about (after praten f.e.)
over
park
het park
maths lesson
de rekenles
school
de school
at school
op school
pile
de stapel
station
het station
at the station
op het station
excellent
uitstekend
to say, to tell
vertellen
to ask
vragen
to work
werken
to say
zeggen
myself, yourself, etc.
zelf