Vocabulary 3 Flashcards
this (de-nouns); these
deze
that (de-nouns); those
die
this (het-nouns)
dit
that (het-nouns)
dat
such (uncountable het-nouns)
zulk
such (uncountable de-nouns; plural)
zulke
such a
zo’n
something like that, such a thing
zoiets
the same (de-nouns; plural)
dezelfde
the same (het-nouns)
hetzelfde
other, another, different
andere
others
anderen
both
beide
both (of them)
beiden
nothing (not “niets”)
niks
not a single, not any
geen enkel
the one who
degene die, diegene die
orphan
de wees
spacious, capacious, roomy
ruim
once, one time
een keer
cup (such as coffee cup, not “beker”)
het kopje
telephone call
het telefoontje
about it
erover
quick question (diminutive of “question”)
het vraagje
to put in
indoen
note, banknote, memo
het briefje
box, case (diminutive)
het doosje
lemon (diminutive)
het citroentje
kitten, kitty
het katje
small bell, phone call
het belletje
window (diminutive)
het raampje
to open
opendoen
family (household)
het gezin
museum (diminutive)
het museumpje
basket (diminutive)
het mandje
thing, thingy
het dingetje
male animal, small man
het mannetje
chainlet, (thin) necklace
het kettinkje
king (diminutive)
het koninkje
beer (countable)
het biertje
glass (diminutive)
het glaasje
cottage
het huisje
granny, little grandma
het omaatje
leaf (diminutive), small sheet of paper
het blaadje
little boy (diminutive of “boy”)
het jongetje
egg (diminutive)
het eitje
(lttle) boy
het jongetje
(little) leaf
het blaadje
France
Frankrijk
Germany
Duitsland
motorcycle
de motorfiets
train
de trein
car
de auto
bicycle
de fiets
bus
de bus
metro, subway
de metro
arrival
de aankomst
airplane
het vliegtuig
departure
het vertrek
suitcase
de koffer
boat
de boot
ship
het schip
ferry
de veerboot
sailboat
de zeilboot
ships
de schepen
guide
de gids
adventure
het avontuur
backpack
de rugzak
tram
de tram
station
het station
tourist
de toerist
international
internationaal
flight
de vlucht
east
het oosten
south
het zuiden
west
het westen
abroad
het buitenland
north
het noorden
south of
ten zuiden van
by, at
ten
passport
het paspoort
the application; request; inquiry
de aanvraag
visa
het visum
embassy
de ambassade
sights (tourist attractions)
de bezienswaardigheden
transportation
het vervoer
to turn
afslaan
right, on the right
rechts
left, to the left
links
straight, straight ahead
rechtdoor
left (turn)
linksaf
right (turn)
rechtsaf
side
de kant
afraid, scared
bang
sad; gloomy
verdrietig
fantastic
fantastisch
beautiful, nice, pretty
mooi
stupid
stom
ugly
lelijk
clever, smart
slim
nowhere; not…anything; not…anywhere
nergens
traditional
traditioneel
modern
modern
positive
positief
negative
negatief
wrong
verkeerd
normal
normaal
excellent, outstanding, fine
uitstekend
special
speciaal
personal
persoonlijk
future
toekomstig
local
lokaal
real, true
echt
available
beschikbaar
own (adjective)
eigen
following, next
volgend
recent
recent
wooden
houten
open
open (adjective)
gold, golden
gouden
left side
de linkerkant
gone
weg
treatment, handling
de behandeling
possible
mogelijk
final, definitive
definitief
new
nieuw
familiar, known
bekend
bilingual
tweetalig
living
leven
impossible
onmogelijk
efficient
efficiënt
serious
serieus
professional
professioneel
opposite
tegengesteld
entire, whole; very
heel
responsible
verantwoordelijk
useful, convenient, skillful
handig
general, common; public
algemeen
cultural
cultureel
religious
gelovig
historic
historisch
independent
onafhankelijk
popular
populair
official
officieel
first
eerst
famous
beroemd
tolerant
tolerant
main engine
de hoofdmotor
baby
de baby
person
de persoon
enemy
de vijand
friend (female), girlfriend
de vriendin
boyfriend, little friend
het vriendje
public
het publiek
population
de bevolking
committee
het comité
community
de gemeenschap
conference
de conferentie
foundation
de stichting
generation
de generatie
human, person, man
de mens
culture
de cultuur
youth
de jeugd
village
het dorp
couple
het koppel
individual
het individu
citizen, civilian
de burger
victim
het slachtoffer
lady
de dame
engaged
verloofd
married
getrouwd
widower
de weduwnaar
widow
de weduwe
divorced
gescheiden
relationship, relation
de relatie
gay person
de homo
straight person
de hetero
Spaniard (female)
de Spaanse
Dutchman
de Nederlander
American (male)
de Amerikaan
Dutchwoman
de Nederlandse
Spanish man, Spaniard (male)
de Spanjaard
American (female)
de Amerikaanse
gender
het geslacht
to wash (oneself)
(zich) wassen
to imagine
zich voorstellen
to recall; to remember
zich herinneren
behave
zich gedragen
each other, one another
elkaar
to feel
zich voelen
to move (oneself)
zich bewegen
to be (located, in a state or condition), to find oneself
zich bevinden
to be interested (in)
zich interesseren (voor)
to shave (oneself)
(zich) scheren
to hurry
zich haasten
to get dressed
zich aankleden
to be bored
zich vervelen
to look forward
zich verheugen
to change (clothes)
zich omkleden
to afford
zich veroorloven
to wonder (to oneself)
zich afvragen
to be ashamed
zich schamen
to be annoyed
zich ergeren
to be mistaken
zich vergissen
to be surprised; to be amazed
zich verbazen
(have) learned
(hebben) geleerd
(have) eaten; (ate)
(hebben) gegeten
(have) read
(hebben) gelezen
(have) seen; (saw)
(hebben) gezien
yesterday
gisteren
just (now)
net
(have) spoken; (spoke)
(hebben) gesproken
(have) written; (wrote)
(hebben) geschreven
(have) paid
(hebben) betaald
(have) drunk; (drank)
(hebben) gedronken
ago
geleden
(have) slept
(hebben) geslapen
(have) played
(hebben) gespeeld
(have) listened
(hebben) geluisterd
(have) stood
(hebben) gestaan
(have) said
(hebben) gezegd
(have) taken; (took)
(hebben) genomen
(have) rained
(hebben) geregend
(have) used
(hebben) gebruikt
(have) run; (ran)
(zijn) gerend
(have) cooked
(hebben) gekookt
(have) gone; (went)
(zijn) gegaan
(have) swum; (swam)
(hebben) gezwommen
(have) cycled
(hebben) gefietst
(have) come; (came)
(zijn) gekomen
(have) changed; (have) transformed; (have) turned
(zijn) veranderd
(have) arrived
(zijn) aangekomen
(have) stopped
(zijn) gestopt
(have) happened
(zijn) gebeurd
(have) become; (became)
(zijn) geworden
(have) followed
(hebben) gevolgd
(have) walked
(hebben) gelopen
(have) heard
(hebben) gehoord
(have) done; (did)
(hebben) gedaan
(have) asked
(hebben) gevraagd
(have) been; (were)
(zijn) geweest
(have) had
(hebben) gehad
(have) received
(hebben) gekregen
(have) given; (gave)
(hebben) gegeven
(have) begun; (began)
(zijn) begonnen
(have) tried
(hebben) geprobeerd
(have) felt
(hebben) gevoeld
(have) sold
(hebben) verkocht
(have) opened
(hebben) geopend
(have) bought
(hebben) gekocht
(have) stayed
(zijn) gebleven
(have) made
(hebben) gemaakt
(have) sung; (sang)
(hebben) gezongen
(have) traveled
(hebben) gereisd
(have) left; (have) departed
(zijn) vertrokken
(have) counted
(hebben) geteld
(have) lived
(hebben) gewoond
(have) waited
(hebben) gewacht
(have) driven; (drove)
(zijn) gereden
(have) designed
(hebben) ontworpen
(have) visited
(hebben) bezocht
(have) searched (for)
(hebben) gezocht
(have) shown; (showed)
(hebben) getoond
(have) worked
(hebben) gewerkt
(have) brought
(hebben) gebracht
flower
de bloem
grass
het gras
tree
de boom
wood
het hout
forest
het bos
tulip
de tulp
plant
de plant
moon
de maan
sun
de zon
planet
de planeet
space
de ruimte
earth, soil
de aarde
to orbit; to revolve; to turn
draaien
star
de ster
galaxy
het sterrenstelsel
asteroid
de asteroïde
the Milky Way
de Melkweg
universe
het universum
solar system
het zonnestelsel
world
de wereld
land, country
het land
mountain
de berg
river
de rivier
gorge, gap
de kloof
landscape; scenery
het landschap
cave
de grot
volcano
de vulkaan
field
het veld
crop
het gewas
desert
de woestijn
cliff
de klif
ground, floor, soil
de grond
hill
de heuvel
stone
de steen
nature
de natuur
heat
de hitte
climate
het klimaat
air, sky
de lucht
ice; ice cream
het ijs
the cold
de kou
hard, firm
hard
sand
het zand
atmosphere
de atmosfeer
light
het licht
smoke
de rook
fire
het vuur
gas; petrol
het gas
dust
het stof
warm
warm
(are being) called
(worden) gebeld (passive)
(are being) supported
(worden) gesteund
(are being) presented
(worden) gepresenteerd
(have been) washed
(zijn) gewassen
(there was/has been) singing
(er is) gezongen
(have been) saved
(zijn) gered
(there is) dancing
(er wordt) gedanst
(there was/has been) laughing; (there was/has been) laughter
(er is) gelachen
pen
de pen
school
de school
teacher (male)
de leraar
education
het onderwijs
program, application
het programma
notes
de aantekeningen
education; upbringing
de opvoeding
(have) raised
(hebben) opgevoed
to teach; to educate
onderwijzen
library
de bibliotheek
example; instance
het voorbeeld
test
de toets
to teach
lesgeven
study, course
de studie
part; section; piece
het gedeelte
application; entry
de aanmelding
to offer
aanbieden
course
de cursus
lesson; class
de les
idea
het idee
institute
het instituut
word
het woord
knowledge
de kennis
chapter
het hoofdstuk
exercise; practice
de oefening
class; grade
de klas
university
de universiteit
lecture
de lezing
explanation
de uitleg
difficulty
de moeilijkheid
preparation
de voorbereiding
professor
de professor
presentation
de presentatie
lecture; college
het college
objective; target; purpose
de doelstelling
sentence; phrase; purpose
de zin
to mean
betekenen
page
de pagina
meaning; significance
de betekenis
training; practice
de training
document
het document
report; account
het verslag
history, story
de geschiedenis
geography
de aardrijkskunde
linguistics
de taalkunde
medicine (study of)
de geneeskunde
(have) studied
(hebben) gestudeerd
mathematics
de wiskunde
chemistry
de scheikunde
physics
de natuurkunde
(have) chosen
(hebben) gekozen
philosophy
de filosofie
sociology
de sociologie
literature science; literary science; literature (study of)
de literatuurwetenschap
homework
het huiswerk
to do homework
huiswerk maken
to choose
kiezen