vocabulaire 2 B Flashcards
de patiënt
le/la patient/e
hoofdpijn hebben
avoir mal à la tête
de pijn, kwaal
le mal
de pijn, het leed
la douleur
overgeven
vomir
griep hebben
avoir la grippe
koorts hebben
avoir de la fièvre
de allergie
l’allergie f
het symptoom
le symptôme
de ziekte
la maladie
gaat u zitten
asseyez-vous
gaan zitten
s’asseoir
Wat gaat er niet?
Qu’est-ce qui ne va pas?
zich voelen
se sentir
misselijk zijn
avoir mal au cœur
de thermometer
le thermomètre
zeker
certainement
de bloeddruk meten
prendre la tension
ziek
malade
de kater (indigestie)
la crise de foie
ernstig
grave
in slaap vallen
s’endormir
precies
justement
gevaarlijk
dangereux/-euse
de hitte
la chaleur
de zonnesteek
l’insolation f
de aspirine
l’aspirine f
in ieder geval
en tout cas
de hoed
le chapeau, pl chapeaux
glimlachen
sourire
gelijk hebben
avoir raison
de keel
la gorge
de maag
l’estomac m
de tand/kies
la dent
de kramp
la crampe
de diarree
la diarrhée
de verkoudheid
le rhume
het ongeluk
l’accident m
de hypochonder
l’hypocondriaque m/v
de wachtkamer
la salle d’attente
het magnesium
le magnésium
de honing
le miel
het ijsblokje
le glaçon
het tablet
le comprimé
de siroop
le sirop
de pleister
le sparadrap
het rekverband
la bande élastique
de zalf
la pommade
de druppel
la goutte
de lotion
la lotion
muggen-
anti-moustiques
de schaar
les ciseaux (mpl)
het insect
l’insecte m
steken
piquer
zich branden
se brûler (brullen van de pijn (onthoudtip))
de insectensteek
la piqûre d’insecte
de brandwond
la brûlure (de bruller)
de indigestie
l’indigestion f
de honderjarige
le/la centenaire
de/het beste
le/la meilleur/e
de Savoie
le pays de savoie
het meer van Genève
le lac Léman
de eerstehulparts
le/la médecin secouriste
de helikopter
l’hélicoptère
de skiër/skiester
le/la skieur/-euse
bellen; roepen
appeler
de wedstrijd
la course
de stopwatch
le chronomètre
ontvangen
accueillir
de gletscher
le glacier
ergens anders
ailleurs
de koe
la vache
de terugkeer vanaf de alpenweiden naar de stal
le retour des alpages m
uit/van Savoie
savoyard/e
de Beaufort (kaas)
le beaufort
het ingrediënt
l’ingrédient m
onontbeerlijk
indispensable
de kaasfondue
la fondue savoyarde
koken
cuisiner
vol bloemen
fleuri/e
de thermen
les thermes mpl
de kuur
la cure
de spijsvertering
la digestion
de bron
la source
zonder koolzuur
plat/e (eau)