Unit 6 Flashcards
Storm
Storm
Stream
Stroom
Tin
Tinnen, blikken
Mattress
Matras
Taste
Smaak
Imaginary
Denkbeeldig(e)
Kingdom
Koninkrijk
To knock
Kloppen
Soldier
Soldaat
Separation
Scheiding
To encourage
Aanmoedigen
Courage
Moed, dapperheid
Courageous
Moedig
Jealous
Jaloers
Experience
Ervaring
Vessel
Schip
Horrible
Afschuwelijk(e), afgrijselijk(e)
To flash
Schijnen, flitsen
Sailor
Zeeman, matroos
Sigh
Zucht
Misfortune
Ongeluk
To cheer up
Opvrolijken, moed scheppen
Plenty of
Veel, in overvloed
To hop (over)
Springen (over)
Gate
Poort, hek
To stumble
Struikelen, vallen
To tumble
Omvervallen, struikelen
To melt
Smelten
Cautiously
Voorzichtig
Muddy
Modderig(e)
To be confused
Verward zijn, verbijsterd zijn
To reunite
Herenigen
To rock
Wiegen, schommelen
To flow
Vloeien, stromen
Enemy
Vijand
Stare
Starende blik
To swallow
Inslikken
Huge
Reusachtig, enorm
Ugly
Lelijk
Bare
Bloot, kaal, naakt