Top 100 Dt. Wörter Flashcards
achter
hinter
achteraan
hinten
afgelopen maand
letzen Monat
al
schon
alleen maar
nur
alleen nog
nur noch
als
wenn
alstublieft
bitte
altijd
immer
beginnen
anfangen
bijna
fast
bijvoorbeeld
zum Beispiel
bijzonder
besonders
bovendien
außerdem
daar
dort
daarom
darum
dat was het
das war es
de taal
die Sprache
duren
dauern
dus
also
één
eins
een beetje
ein bisschen
eerst
zuerst
eet smakelijk
Guten Appetit
elke dag
jeden Tag
en
und
enige
einzige
enkele
einige
er is/zijn
es gibt
even(tjes)
mal
geen
kein
gelukkig
zum Glück
geweest
gewesen
gisteren
gestern
graag
gerne
graag gedaan
gern geschehen/bitte
helaas niet
leider nicht
het spijt me
Es tut mir Leid
hoe gaat het met je
Wie geht es dir?
hoe vaak
wie oft
hoeveel
wie viel
hoezo
wieso
houden van
mögen
iets
etwas
ik wil graag
ich möchte
je, men
man
juist
genau, gerade
klaar
fertig
kort
kurz
koud
kalt
lang
lang(e)
maar
aber
maken, doen
machen
makkelijk
leicht
meestal
meistens
misschien
vielleicht
moeilijk
schwierig
mogelijk
möglich
morgen
morgen
naar
zu
naast
neben
nergens
nirgendwo
nodig hebben
brauchen
nogal
ziemlich
nooit
nie
nu
jetzt
of
oder
omdat
weil
ongeveer
ungefähr
ook
auch
op maandag
am Montag
ophouden, stoppen
aufhören
overal
überall
pas
erst
per week
pro Woche
sinds
seit
soms
manchmal
sorry!
Entschuldigung/ Verzeihung
toch al
sowieso
tot ziens
Auf Wiedersehen
uit
aus
vaak
oft
vaker
öfter
van…tot
von…bis
vandaag
heute
veel
viel
ver
weit
verkeerd
falsch
vertellen
erzählen
volgende
nächste
vooraan
vorne
waar
wo
waar naartoe
wohin
waar vandaan
woher
waarom
warum
warm
warm
wat
was
weinig
wenig
wie
wer
zodat
so dass