stralingsfysica1 Flashcards
voor welke onderdelen zijn radiografieën onmisbaar?(3)
- anamnese
- klinisch onderzoek
- radiologisch onderzoek
stelling; graad van zwarting is afhankelijk van densiteit van het object
juist
zwarting + uitleg (3)
- witte delen; straling gestopt
- zwarte delen; straling doorgelaten
- grijze delen; variabele attenuatie
radiolucentie
straling doorgelaten
superimpositie
informatie uit het beeld is beperkt of zelfs misleidend
beeldkwaliteit hangt af van(5)
- contrast
- geometrie; gebruik van richtapparatuur
- karakteristieken stralenbundel
- beeldscherpte
- resolutie
geometrie
object en receptor zijn evenwijdig, stralenbundel is loodrecht
röntgenstraling
hoog energetische elektromagnetische straling
atoomnummer Z
aantal protonen = aantal elektronen
neutron nummer N
aantal neutronen
atoommassa A
A = Z+N
radio-isotopen
onstabiele kern, radio-actieve desintegratie
goed/fout?
- neutronen hebben een positieve lading
- protonen hebben geen lading
- elektronen hebben een negatieve lading
- fout; neutronen hebben geen lading
- fout; protonen hebben een positieve lading
- goed; elektronen hebben een negatieve lading
neutraal atoom (=Z)
aantal protonen = aantal elektronen –> atoom in rust
ionisatie
e- verwijderd –> positief ion
excitatie
e- verplaatst zich naar een hogere schil
energie eenheid van elektron
eV = electron volt
2 botsingen waarbij hitte vrijkomt
- afbuiging
- excitatie/ionisatie
afbuiging (botsing waarbij hitte vrijkomt)
het nauwelijks raken en afgebogen worden en een paar andere e- raken en steeds warmte afgeven
excitatie/ ionisatie (botsing waarbij hitte vrijkomt)
ionen worden afgeschoten
2 botsingen waarbij X-stralen vrijkomen
- remstraling
- karakteristieke straling
remstraling (botsing waarbij X-stralen vrijkomen)
e- komt vlakbij de kern en wordt afgeremd. meest frequent komen stralingen voor waarbij weinig E voorkomt
wat levert remstraling
continu spectrum –> kleine afbuigingen. lage energie fotonen hebben een laag penetratievermogen –> dragen niet bij tot nuttige straling
karakteristieke spectrum
e- wordt weggeschoten uit de binnenste (K of L) schil. hierdoor gaan e- van andere schillen naar de binnenste schil verplaatsen