Pathologie Flashcards
Wat is hypertrofie?
Toename van de celgrootte en dus van het volume van het orgaan door verhoogde synthese van structurele componenten.
Waardoor wordt hypertrofie uitgelokt?
Toegenomen functionele behoefte of specifieke hormonale situatie.
Geef voorbeelden van fysiologische en pathologische hypertrofie.
- Fysiologisch: bodybuilders, myometrium bij zwangerschap
- Pathologisch: hypertrofie van de hartspiercellen bij hypertensie
Wat is hyperplasie?
Toename van het aantal cellen in een orgaan door proliferatie van mature cellen o.i.v. groeifactoren of door regeneratie afkomstig van stamcellen.
Hoe ontstaat fysiologische en pathologische hyperplasie?
- Fysiologisch: hormonaal (bv. uterus, borstklier bij borstvoeding) of compensatoir (bv. hyperplasie van een orgaan wanneer een stuk weggenomen wordt)
- Pathologisch: extreme hormonale stimulatie of groeifactoren of abnormale controle van celgroei
Wat is atrofie?
Afname van volume van een orgaan of weefsel door afname van celgrootte en aantal cellen.
Wat is het onderliggend mechanisme van atrofie?
Verminderde eiwitsynthese en verhoogde eiwitafbraak in de cellen.
Wat zijn oorzaken van atrofie?
Verminderde werkbelasting, denervatie atrofie, ischemie, onvoldoende voeding, verlies van endocriene stimulatie, druk.
Wat is metaplasie?
Reversibele wijziging waarbij een gedifferentieerd celtype vervangen wordt door een ander gedifferentieerd celtype.
Wat is de meest voorkomende vorm van metaplasie?
De omzetting van cilindrisch epitheel naar plaveiselepitheel.
Geef voorbeelden van metaplasie.
- Squameuze metaplasie bij rokers → functieverlies, maligne transformatie mogelijk
- Barrett oesofagus: bij blootstelling aan maagzuur wordt plaveiselepitheel van distale slokdarm vervangen door glandulair epitheel (beter bestand tegen zure omgeving)
Beschrijf alfa-1-antitrypsine deficiëntie.
- = autosomaal recessieve aandoening
- Mutatie veroorzaakt abnormaal eiwit: accumulatie in ER van hepatocyten
- Functie normaal eiwit: inhibitie van proteasen longemfyseem bij dysfunctie
Geef voorbeelden van exogene en endogene pigmentopstapelingen.
- Exogeen
- Anthracosis t.h.v. longparenchym en pulmonale lymfeklieren door koolstof in de lucht
- Tatoeage: opname in dermale macrofagen - Endogeen
- Lipofuscine
- Hemosiderine: afkomstig van hemoglobine (ijzerneerslag)
Wat zijn hyaliene wijzigingen?
Veranderingen in cellen of extracellulaire ruimte met homogeen, glazig, roze aspect op HE-kleuring.
Wat is amyloïd?
Pathologische eiwitachtige substantie die wordt afgezet in extracellulaire ruimte in verschillende weefsels en organen in verschillende klinische settings.
Wat zijn amyloïdoses?
Heterogene groep van ziekten gekenmerkt door misfolding van eiwitten waardoor extracellulaire depositie van onoplosbare, toxische fibrillaire eiwitten in β-sheat configuratie plaatsvindt.
Beschrijf de verschillende systemische amyloïdoses?
- AL amyloïdose: proliferatie monoclonale plasmacellen die lichte keten immunoglobuline aanmaken
- AA amyloïdose: chronische inflammatie met grote aanmaak van serum amyloïd A
Wat zijn dystrofische calcificaties?
Deposities in niet-viabel weefsel (zones van necrose, atherosclerotische plaques) met normale calciumspiegels in bloed.
Wat zijn metastatische calcificaties?
Deposities in vitaal weefsel t.g.v. stoornissen in het calciummetabolisme.
Beschrijf het intrinsieke mechanisme van apoptose.
- Activatie Bax en Bak eiwitten
- Gedaalde productie Bcl-2
- Lekkage cytochroom c
- Activatie caspase 9
- Lekkage andere eiwitten die de fysiologische inhibitoren van apoptose neutraliseren
Beschrijf de extrinsieke pathway van apoptose.
- FasL bindt aan Fas
- Dooddomein van Fas binden FADD
- Dooddomein van FADD bindt pro-caspase 8 of 10
- Caspase activatie cascade
Beschrijf het mechanisme van ER- stress geïnduceerde apoptose.
Activatie van unfolded protein respons met afremmen van eiwitsynthese en bevorderen van correcte folding.
Beschrijf de perforine / granzyme pathway van apoptose.
- Perforine: vormt poriën in de membraan van geïnfecteerde cellen
- Granzyme A: vormt SET complex dat DNA fragmentatie veroorzaakt
- Granzyme B: werkt via caspase-9 en -3 en toename van ROS
Geef de vijf verschillende vormen van necrose.
- Coagulatie necrose: door ischemie (bv. infarct)
- Liquefactie necrose: weefsel wordt omgezet in viskeuze, vloeibare massa (bv. ischemie hersenen, infectie)
- Caseuze necrose: vorming van granulomen
- Vetnecrose: necrose van vet
- Fibrinoïde necrose: vooral bij immuungemedieerde vasculitis
Wat is methuosis en wat zijn de kenmerken?
= accumulatie van grote, met vocht gevulde, cytoplasmatische vacuolen.
Kenmerken: ruptuur van de celmembraan, NIET caspase-gemedieerd.
Wat is de oorzaak van methuosis?
Vermoedelijk door afwijkingen in verwerking van endocytose vesikels en toegenomen micropinocytose.
Wat is het mechanisme van necroptose?
Initatie via TNFR1 en virale eiwitten, verder via receptor associated kinase 1 en 3 (RIP1 en RIP3).
Beschrijf het mechanisme van NETosis.
- Activatie NADPH oxidase complex stijging ROS activatie PAD4 decondensatie nucleair chromatine
- Translocatie enzymen zoals elastase en myeloperoxidase naar nucleus
- Kernmembraan scheurt en chromatine komt in cytoplasma waar het associeert met eiwitten
- Desintegratie van celmembraan en vrijstelling van NET
Beschrijf het mechanisme van pyroptosis.
Activatie inflammasoom door herkennen van microbiële producten in het cytoplasma waardoor caspase-1 geactiveerd wordt en IL-1 wordt vrijgesteld.
Beschrijf de kenmerken van pyronecrosis.
Caspase-independent, inflammasoom complex, zwelling en lyse cel, gezien in monocyten, macrofagen en mastcellen.
Beschrijf, naast necrose en apoptose, de andere vormen van celdood.
- Autofagie: de cel gaat haar eigen inhoud afbreken
- Anoikis: apoptose van adherente cellen t.g.v. verlies van cel-matrix interacties
- Entosis: cellulair kannibalise t.g.v. glucosetekort in de cel
- Ferroptosis: ijzerdependente celdood geactiveerd door overmaat aan ijzer in de cel
Hoe verlengt calorische restrictie de levensduur?
- Verminderde activiteit van IGF-1
- Toename van sirtuins: eiwitten met deacylatie activiteit betrokken bij metabole regulatie
Hoe veroorzaakt gliadine, het afbraakproduct van gluten, coaliakie?
- = direct toxisch voor epitheliale cellen
- Stijging van IL-15: activatie en proliferatie van epitheel verhoogde expressie NKG2D waardoor epitheel cytotoxisch wordt
- Verhoogde expressie van MIC-A (= ligand voor NKG2D)
- Epitheelschade - Gemodificeerd door tissue transglutaminase waardoor interactie met HLA mogelijk is
- Vorming van auto-antilichamen
Beschrijf de pathogenese van IBD.
- Aberrante mucosale imuunrespons waarbij Th1 en Th17 een belangrijke rol spelen
- Stoornissen in autofagie en cellulaire stress respons (ATG16L, IRGM)
- Epitheliale defecten
- Rol van intestinale microflora
Welke epitheliale defecten komen voor bij IBD?
- Defecten in intestinale epitheliale tight junction barrière functie bij patiënten met NOD2 mutaties
- Defecten in extracellulaire barrière
- Defecten in Paneth cellen bij patiënten met ATG16L mutaties
Welke rol speelt de intestinale microflora bij IBD?
- Microbiële producten kunnen mucosale immuniteit moduleren
- Immuunsysteem kan microbioom beïnvloeden door secretie van antimicrobiële peptiden en antibacterieel IgA in het lumen
- Dysbiosis = shifts in samenstelling en diversiteit van microbioom
Wat is het verschil tussen regeneratie en repair?
Bij regeneratie is er herstel van parenchymcellen met intacte ECM, bij repair is er ook schade aan de ECM.
Welke groeifactoren hebben een invloed celproliferatie?
- EGF: stimuleert proliferatie van epitheliale cellen, hepatocyten, fibroblasten
inflammatoire cellen in huidwonden - HGF en receptor c-MET: stimuleert proliferatie van epitheliale cellen en hepatocyten
- VEGF: rol in vasculogenese en angiogenese
- TGF-β: groei-inhibitor voor epitheliale cellen, fibrinogeen en anti-inflammatoireffect
- Cytokines: TNF, IL-1, IL-6
Waar wordt EGF aangemaakt?
Door keratinocyten, macrofagen en andere inflammatoire cellen in huidwonden.
Waar wordt HGF aangemaakt?
Door fibroblasten en andere mesenchymale cellen, endotheliale cellen.
Welke factoren reguleren angiogenese?
- VEGF: belangrijkste groeifactor
- ECM proteïnen: regelen motiliteit en gerichte migratie
- Notch: promoot vorming van juiste aftakkingen en vermindert excessieve angiogenese door gevoeligheid voor VEGF te verlagen
Wat is hyperemie?
Een actief proces door vasodilatatie gekenmerkt door erytheem.
Wat is congestie?
Een passief proces door verminderde outflow gekenmerkt door cyanose.
Wat zijn de drie factoren in Virchow’s triade?
- Endotheliale schade: verlies en fysische schade aan epitheel of endotheliale dysfunctie die resulteert in onevenwicht tussen prothrombotische en antithrombotische functies van endotheel
- Veranderingen in bloedflow: turbulentie of stase
- Hypercoagulabiliteit: veranderingen in stollingspathways
Bespreek rode en witte infarcten.
Rood (hemorrhagisch infarct)
- Bij veneuze occlusie
- Bij losmazige weefsels, in weefsels met dubbele circulatie of in weefsels met voorafbestaande congestie
Wit (anemisch) infarct: arteriële occlusie in solide organen met eindarteriële bevloeiing en hoge weefseldensiteit.
Wat zijn de meest voorkomende gevolgen van atherosclerose?
Myocardinfarct, herseninfarct, aorta aneurysma en perifeer vaatlijden.
Wat is het verschil tussen primaire en secundaire malnutritie?
Primaire malnutritie betekent onvoldoende inname. Bij secundaire malnutritie is er sprake van malabsorptie, verstoord verbruik of opslag, veel verlies of toegenomen nood van voedingsstoffen.
Wat is leptine?
Het is een hormoon gesecreteerd door de vetcellen wanneer er voldoende reserves aanwezig zijn. Het fungeert als signaal voor voldoende energie.
Wat is adiponectine?
Een hormoon aangemaakt door de vetcellen. Het zorgt voor afbraak van vrije vetzuren in de spier.
Wat is ghreline?
Een hormoon geproduceerd in de maag en in de hypothalamus. Het heeft een orexigeen effect en zorgt voor verhoogde voedselinname.
Wat is PYY?
Een hormoon geproduceerd door endocriene cellen van het ileum en het colon. Het stijgt na de voedselinname en spiegels zijn laag tijdens vasten.
Wat is amyline?
Een hormoon geproduceerd door bèta-cellen van de pancreas. Her vermindert de voedselinname en gewichtstoename.
Wat is het metabool syndroom?
Een cluster van metabole stoornissen: glucose intolerantie, insuline resistentie, centrale obesitas, dyslipidemie en hypertensie.
Wat is de oorzaak van T2DM?
Insulineresistentie.
Welke genetische factoren spelen een rol bij het ontstaan van T1DM?
HLA-DR3, HLA-DR4, insuline, CTLA-4 en PTPN22.
Wat zijn mogelijke oorzaken van oedeem?
Toegenomen hydrostatische druk, verminderde plasma osmotische druk, water en zout-retentie of verstoorde lymfedrainage.
Wat is een embool?
Een losgekomen intravasculaire massa van solide, vloeibare of gassamenstelling die via het bloed naar een plaats op afstand wordt gebracht.
Vanwaar zijn longembolen afkomstig?
Van diep veneuze trombosen.
Vanwaar zijn systemische thromboëmbolieën afkomstig?
Van intracardiale murale thrombi (80%), van een aorta aneurysma, van thrombi op geülcereerde atherosclerotische plaques of van thrombi van klepvegetaties.
Geef de verschillende mechanismen betrokken bij celveroudering.
- DNA schade: accumulatie genetische schade
- Cellulaire senescentie: niet-delende status door telomeerverkorting
- Verlies van eiwithomeostase: verminderde activiteit van eiwitdegradatiesysemen en meer beschadigde eiwitten
- Ontregelde ‘nutrient’ sensing
Geef de kenmerken van de ziekte van Cröhn.
- Aantasting van ileum en colon maar volledige tractus kan betrokken zijn
- Discontinue aantasting
- Transmurale inflammatie: doorheen alle lagen
- Granulomen, stricturen, fistels
Geef de kenmerken van colitis ulcerosa.
- Aantasting van ileum en colon
- Continue aantasting
- Inflammatie van mucosa en submucosa
- Geen diepe granulomen
Beschrijf de twee types van cutane wondheling.
- Per primam intentionem: schone, niet-geïnfecteerde chirurgische insnede met minimaal verlies aan epitheliale cellen en bindweefsel → dun litteken
- Per secundam intentionem: excisiewonde met grote huiddefecten met zeer groot verlies aan epitheliale cellen en bindweefsel → groot litteken
Geef de sequentie van wondheling.
- Vorming bloedklonter en inflammatie: VEGF, neutrofielen
- Vorming granulatieweefsel: proliferatie fibroblasten en endotheelcellen
- Celproliferatie en collageendepositie
- Litteken: fibroblasten en dens collageen
- Wondcontractie: wonde sluiten
- Bindweefsel remodellering
- Herstel van wondsterkte: 70-80%
Beschrijf de vier oorzaken van pathologische repair.
- Deficiënte littekenvorming: wonddehiscentie of ulceratie
- Overmatige repair: hypertrofisch litteken, keloïd, overgroei granulatieweefsel
- Overmatige wondcontractuur: vooral op handpalmen, voetzolen en ventrale zijde thorax, vaak na brandwonden
- Fibrose: overmatige dispositie collageen en andere ECM componenten
Welke cellen liggen aan de basis van levercirrhose?
Stellaatcellen.
Beschrijf de evolutie van een thrombus.
- Embolisatie: ze komen los en gaan via circulatie naar andere weefsels
- Dissolutie: als resultaat van fibrinolyse
- Organisatie en recanalisatie: ingroei endotheliale cellen, gladde spiercellen en fibroblasten
Wat zijn de klinische implicaties van een thrombus?
- Veneus: oppervlakkig of diep veneuze thrombose
- Arterieel en cardiaal: atherosclerose, embolisatie
Wat zijn beïnvloedende factoren van een infarct?
- Aard van vasculaire toevoer: alternatieve bloedtoever via dubbele circulatie
- Snelheid van occlusie: tijd voor ontwikkelig collaterale circulatie
- Kwetsbaarheid voor hypoxie: neuronen, myocard
- Zuurstofgehalte van het bloed
Wat zijn de oorzaken van een shock?
- Cardiogeen: falen van pompmechanisme door bv. myocardschade of ventriculaire ritmestoornissen
- Hypovolemisch: verlies van bloed of plasma
- Septisch: vasodilatatie en perifere pooling van bloed t.g.v. immunologische reactie
- Neurogeen: verlies vasculaire tonus en perifere pooling van bloed t.g.v. ruggenmergschade
- Anafylactisch: systemische vasodilatatie en verhoogde vasculaire permeabiliteit door IgE-gemedieerde hypersensitiviteitsreactie