Onregelmatige werkwoorden Flashcards
page 263 - learn out of head
beginnen
begonnen (ben)
begrijpen
begrepen (heb)
blijven
gebleven (ben)
breken
gebroken (heb)
brengen
gebracht (heb)
doen
gedaan (heb)
drinken
gedronken (heb)
eten
gegeten (heb)
ervaren
ervaren (heb)
gaan
gegaan (ben)
geven
gegeven (heb)
hebben
gehad (heb)
helpen
geholpen (heb)
houden
gehouden (heb)
kiezen
gekozen (heb)
kijken
gekeken (heb)
komen
gekomen (ben)
kopen
gekocht (heb)
krijgen
gekregen (heb)
lezen
gelezen (heb)
liggen
gelegen (heb)
lopen
gelopen (ben/heb)
nemen
genomen (heb)
ontbijten
ontbeten (heb)
rijden
gereden (ben/heb)
schrijven
geschreven (heb)
slapen
geslapen (heb)
spreken
gesproken (heb)
staan
gestaan (heb)
stijgen
gestegen (ben)
vallen
gevaren (ben/heb)
varen
gevaren (ben/heb)
vergeten
vergeten (heb/ben)
verliezen
verloren (heb/ben)
vertrekken
vertrokken (ben)
vinden
gevonden (heb)
vliegen
gevlogen (ben/heb)
wassen
gewassen (ben)
winnen
gewonnen (heb)
worden
geworden (ben)
zien
gezien (heb)
zijn
geweest (ben)
zitten
gezeten (heb)
zoeken
gezocht (heb)
zwemmen
gezwommen (heb/ben)