Nederlands In Gang A1 Flashcards
Pairs
Tweetallen
Think of
Bedenk
Understand
Begrijpen
Alphabetical order
Alfabetische volgorde
Introducing yourself
Zich voorstellen
Everyone (2)
Allemaal / iedereen
The course
De cursus
The teacher
De docent
To give lessons, to teach
Lesgeven
He teaches
Hij geeft les
Getting to know each other
Kennismaken
Who?
Wie?
Which?
Welk?
Where?
Waar?
Of / from
Van
How?
Hoe?
The neighbour (male and female)
De buurman / buurvrouw
From
Vandaan
The answer
Het antwoord
Birth date
Geboortedatum
Name
Voornaam
Nice to meet you
Aangenaam
Surname
Achternaam
Signature
Handtekening
The country
Het land
The address
Het adres
Ms / Mrs
Mevrouw
Mr
Meneer
Here
Hier
Already
Al
To go on or continue
Gaan verder
Page
De bladzijde
For a moment
Even
Enough
Genoeg
Someone
Iemand
Something
iets
Little
weining
All kinds of
Allerei
Some
Sommige
Various
Verschillende
Some
Wat
Every
Elke