Module 5 Flashcards
Depotisme
Regering waarbij 1 persoon de absolute macht heeft
Annexeren
Toevoegen van een grondgebied
Expansionistisch
Uitbreidend (qua grondgebied)
Parasiteren
Op schadelijke wijze leven
Bourgeoisie
Welgestelde burgerij
Saillant
Uitspringend punt van een vestigingswerk
Spervuur
Onophoudelijke reeks schoten na elkaar
Veldartillerie
Zwaar geschut
Infanterie
Voetvolk van een leger
Activisten
Lid van actiegroep
Prominent
Vooraanstaande
Onomatopee
Klanknabootsing
Genereren
Voortbrengen
Maskeren
Bedekken, verbloemen
Bloemlezing
Beste uit verzameling gedichten of proza
Autoriteiten
Machthebbers
Restricties
Beperkingen
Luguber
Huiveringwekkend, akelig
Denotatie
Objectieve, neutrale betekenis van een woord
Connotatie
De bijgedachte verbonden aan het woord
Initmidatie
Bangmakerij
Loyaal
Trouw, eerlijk
Paradox
Uitspraak die niet overeenstemt met gangbare mening
Ontmanteling
Uit elkaar halen of verwijderen van belangrijke onderdelen
Adequaat
Voldoende,gepast
Escaleren
Uit de hand lopen
Expansie
Uitbreiding, vergroting van grondgebied
Fascisme
Politieke opvatting die zich kenmerkt door autoritaire gezagsuitoefening & verwerping democratie
Misantroop
Iemand die mensen haat
Repercussie
Nadelig gevolg van iets
Dispuut
Conflict, discussie
Hostiliteit
Vijandigheid
Imperium
Groot en machtig rijk
Impact
Effect, invloed
Ambigu
Iets wat op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden
Polemiek
Discussie over bepaald onderwerp dat in verschillende gepubliceerde teksten gevoerd wordt
Acclimatiseren
Wennen aan een omgeving
Enigma
Raadsel
Capituleren
Overgave aan de vijand
Significant
Betekenisvol
Sonnet
= De eerste twee strofen tellen 4 verzen, de laatste drie strofen telkens twee verzen (die op elkaar rijmen), het heeft dus een vaste vorm.
Ongeveer gelijke verslengte. d Veertien regels.
Een sonnet. e Eindrijm volgens volgend schema: abba cddc ee ff gg
Het is omarmend in de eerste vier regels en in de laatste zes regels is het telkens gepaard.