les 3 Flashcards
Hur sent är det?
Hoe laat is het?
10 i
10 voor
10 över
10 over
halv 10
half 10
Var ska Elin
Waar gaat Elin naartoe?
När börjar lektionen?
Wanneer begint de les?
Är Elin i tid till lektionen?
Is Elin op tijd voor de les?
Vilken kurs följer du?
Welke cursus volg jij?
Vilken dag är det idag?
Welke dag is het vandaag?
Förlåt mig
Het spijt me
Vilken dag är det imorgon?
Welke dag is het morgen?
Jag vet inte
Ik weet het niet
Hur sent lämnar bussen?
Hoe laat vertrekt de bus?
måndag
maandag
tisdag
dinsdag
onsdag
woensdag
torsdag
donderdag
fredag
vrijdag
lördag
zaterdag
söndag
zondag
min kalender
mijn agenda
fotboll
voetballen
simma
zwemmen
dansa
dansen
laga mat
koken
spela tennis
tennis spelen
shoppa
winkelen
cykla
fietsen
läsa en bok
een boek lezen
städa
poetsen
hemma
thuis
i köket
in de keuken
till fot
te voet
med tåget
met de trein
Ja, gärna!
Ja, graag!
bion
de bioscoop
stranden
het strand
konserthallen
de concertzaal
restaurangen
het restaurant
icat
de supermarkt
caféet
het café
Hur mycket kostar
Hoeveel kost