Kennis van de SITH Flashcards
wat houd femoral acetabelair impingement in?
heup loopt vast, kan niet de volledige ROM maken tijdens passief en actief onderzoek
patient heeft ook vaak last van de lies, eventueel lengte test van de m. piriformis. bij pijn in de lijs tijdens deze test kan wijzen op femoral acetabulair impingement
wat zijn de verschillende stadia van tendiopathie
1 lichte pijn na inspanning die na enkele uren verdwijnt
2 matige pijn die aan het begin van inspanning en daarna. klachten blijven langer aanwezig
3 pijn aan het begin van inspanning die minder wordt tijdens inspanning maar niet helemaal verdwijnt kan dagen aanhouden
4 pijn die tijdens inspanning optreedt die te erg is waardoor de perstatie er onder gaat lijden
5 blijvend aanwezige pijn ook in rust
6 ruptuur.
wat is de opbouw van een algemene sport revalidatie
1 acute fase - reductie belasting - ROM normaliseren - stabiliteit in keten 2 trainingsfase1 - progressieve krachttraining - herstel spierbalans - dynamische stabilisatie - niet rekken 3 trainingsfase2 - vermogenstraining (kracht x snelheid) - agility - endurance 4 return to play fase - contiuneren kracht / ROM - sportspecifiek - opbouw wedstrijdelement
benoem de verschillende anatomische variaties en afwijkingen voor patella ten opzichte van femur en ten opzichte van sacrum en voet
ten opzichte van femur
- patella alta en baja
- mediale en laterale shift
- patella tilt
- patella die niet diep genoeg in femorale groeve ligt
ten opzichte van sacrum en voet
- varus of valgusstand van knie
- hoogte van het patellofemorale gewricht
- hoogte van tuberositas tibiae
- tuberositas tibiae kan te ver naar mediaal of lateraal zijn
wat zijn de voorwaarden die bij een functionele test horen
- creeren baseline
- indicatie grondmotorische eigenschappen
- belastbaarheidsbepaling
- bepaling trainingsparameters
- evaluatief
- ontwikkeling in de training
- eindmeting
- return to play criteria
hoe kan je instabiliteit van het bekken aantonen?
- actieve straight leg raise:
het been 30 seconden 10cm optillen - schaal van 0-5 (0= geen moeite, 5=onmogelijk)
bij een score van 2 of 3 is de test positief
welke testen zijn volgens Laslett het meest specifiek en het meest sensitief
- de thigh thrust test is het meest sensitief 0,88
- de distractie test is het meest specifiek 0,81
welke combinatie van symptomen is volgens rubinstein en tulder een aanwezig voor kanker
- > 50 jaar
- kanker in de voorgeschiedenis
- onverklaarbaar gewichtsverlies
- geen verbetering binnen 1 maand
100% sensitiviteit voor kanker
schema van meeuwissen
Etiologische factoren van PFPS
1 Hogere leeftijd,
1 Geslacht,
1 Individuele genetische opmaak (bloedgroep en chromosoom),
2 Abnormale kinematica, 2 Verminderde rekbaarheid van de spier, 2 Overgewicht, 2 Verminderde excentrische spierkracht, 2 Verhoogde spierspanning,
3 Sport, trainen en ondergrond.
Model van Meeuwissen:
1 = intrinsiek, niet beïnvloedbaar,
2 = intrinsiek, wel beïnvloedbaar
3 = extrinsiek.
wat is de therapie bij PFPS
- verminderen belasting
- aanpassen anatomische oorzaken (bijv. zooltjes)
- trainen met zooltjes, abductoren en quadriceps.
- start ADL/sport activiteiten wanneer pijn is verdwenen
wat zijn de methoden om de verschillende factoren te onderzoeken van PFSP
Malalignment of PF knee joint)
Non-muscular origin:
- Os naviculare drop test
- hypermobiliteit Glide test
Muscular origin:
- Maltracking patella
Malalignment of entire leg:
- Q-hoek bepalen
- Dorsaaflexie onderzoek
Strength deficit VMO/quadriceps:
- Step up test.
- Single hop test
Neuromusculair dysfunction:
wat zijn de oorzaken van PFPS
+ Mallalignment: (onderlinge positie van botten t.o.v. elkaar)
- Malalignment of entire leg
- Malalignment of PF knee joint Non-muscular origin muscular origin
+ Muscular Dysfunction:
- Strength deficit VMO Quadriceps
- Neuromusculair Dysfunction:
VMO/ Vastus lateralis timing dysfunction
- Flexibility: Hamstrings Quadriceps Iliotibialial band Gastrocnemicus
welke spieren hebben invloed op de krachtsluiting van het bekken
MTA hierdoor trekt de fascia thoraca lumbalis strak, andere spieren hechten hier ook weer op aan zoals gluteus maximus, lattisimus dorsi en de obliques internus
De student kan benoemen welke testen een specifieke nekklachten kunnen diagnosticeren op basis van psychometrische eigenschappen. beschrijf de SP/SN en de verwachte uitkomst
het cluster van wainner wordt ingezet deze bestaat uit
actieve rotatie nek <60 graden 89% Sn toename radiculaire klachten
spurling test 74-95% Sp toename radiculaire klachten
distraction test 90-97% Sp afname radiculaire klachten
ULTT-A 72-97% Sn toename radiculaire klachten
2 positieve testen Sp 56 / achterafkans 21%
3 positieve testen Sp 94 / achterafkans 65%
4 positieve testen Sp 99 / achterafkans 90%