katern 3 Flashcards
homogene producten
producten die van elke aanbieder hetzelfde zijn in de ogen van de consument
heterogene producten
producten die van elke aanbieder verschillend zijn in de ogen van de consument
toetredingsdrempels
belemmeringen die een ondernemer ondervindt om tot een markt te kunnen toetreden
marktvormen
bepaalde kenmerken waaraan een markt voldoet, zoals het soort product en het aantal vragers en aanbieders
waar houd je rekening mee als je een bedrijf gaat starten
aantal aanbieders, soort product, marktomvang, winstgevendheid, winstmarge, toetredingsdrempels
marktvorm: volkomen concurrentie
veel aanbieders, homogeen product
marktvorm: monopolistische concurrentie
veel aanbieders, heterogeen product
marktvorm: homogeen oligopolie
weinig aanbieders, homogeen product
marktvorm: heterogeen oligopolie
weinig aanbieders, heterogeen product
marktvorm: monopolie
1 aanbieder, homogeen product
volkomen concurrentie
een perfect werkende markt met veel vragers en aanbieders, homogeen product, vrije toe- en uittreding, transparant en met dezelfde kosten en technologie
hoeveelheidsaanpasser
een product die alleen zijn aangeboden hoeveelheid aan kan passen. de marktprijs is voor de product een vast gegeven
break-even-punt
de afzet waarbij de totale kosten en totale opbrengsten aan elkaar gelijk zijn. de winst is dan nul
winstmaximalisatie
een producent bepaalt de combinatie van prijs en de verkochte hoeveelheid waarbij de winst maximaal is
monopolie
marktvorm met 1 aanbieder, prijsafzetter,
soorten monopolies
natuurlijke monopolie, staatsmonopolie, technische monopolie, feitelijke monopolie
natuurlijke monopolie
ontstaat doordat de productie op zo’n grote schaal gebeurt dat vanwege efficiencyredenen één producent de productie voor zijn rekening neemt
staatsmonopolie
is in handen van de staat: paspoorten, geld
technische monopolie
bedrijven die door een octrooi het alleenrecht hebben om een product te produceren
feitelijke monopolie
als een bedrijf door economische macht, soms door een fusie of overname, de hele markt beheerst
prijsafzetter
een aanbieder die voldoende marktmacht heeft om zijn eigen verkoopprijs te bepalen
MO-lijn afleiden uit de GO-lijn
- leidt uit de GO-lijn van de TO-lijn af door de GO-lijn te vermenigvuldigen met q
- bepaal de MO-functie door de eerste afgeleide te nemen van de TO-functie
- vergelijk nu de richtingscoëfficienten van de beide lijnen
tekenen vaan de maximale winst van een monopolist
- snijpunt MO = MK
- bepaal welke q hierbij hoort
- bepaal welke p hierbij hoort
- snijpunt GTK en vanuit hier naar links
- teken de rechthoek met de zijden GO-GTK en q en arceer de oppervlakte
prijsdiscriminatie
de bedrijfspraktijk waarbij een bedrijf hetzelfde product tegen verschillende prijzen aan verschillende klanten verkoopt
consumentensurplus afromen
een aanbieder die zich een deel van het consumentensurplus toe-eigent door op gescheiden deelmarkten verschillende prijzen voor hetzelfde product toe te passen
oligopolie
marktvorm met enkele aanbieders
prijsconcurrentie
concurrentie op basis van prijs. kan leiden tot prijzenoorlog
niet-prijsconcurrentie
concurrentie op basis van andere producteigenschappen dan de prijs, bijvoorbeeld met kwaliteit en service
vormen niet-prijsconcurrentie
kwaliteit en kenmerken, marketinginspanningen (spaaracties), dienstverlening (garantie, service)
prijsstarheid
ondernemers (oligopolisten) veranderen de verkoopprijzen van de producten niet bij (kleine) wijzigingen in de productiekosten
productdifferentiatie
producenten onderscheiden zich van elkaar met producten die door kwaliteit en kenmerken van producten, marketing en dienstverlening verschillen
kartel
bedrijven maken afspraken over prijsvorming, verdelen van de markt en dergelijke. ze zijn wettelijk verboden.
monopolistische concurrentie
marktvorm met veel vragers en aanbieders, maar iedere aanbieder biedt een product aan dat een beetje afwijkt van de producten van concurrenten
verschuiving van de vraaglijn (monopolistische concurrentie)
door bijvoorbeeld een verandering van voorkeur van consumenten, inkomens van consumenten en aantal consumenten verandert het verloop van de vraaglijn
overname
een bedrijf koopt een ander bedrijf en het gekochte bedrijf valt onder controle van de koper
fusie
twee voorheen zelfstandige bedrijven worden op basis van gelijkheid samengevoegd
fusie
twee voorheen zelfstandige bedrijven worden op basis van gelijkheid samengevoegd
marktfalen
situatie waarin de markt niet perfect werkt
oorzaken voor marktfalen
marktmacht (niet optimaal en inefficiënt), externe effecten, collectieve goederen
externe effecten
gevolgen van productie en gebruik van goederen en diensten die niet in de prijs worden doorberekend
collectieve goederen
goederen of diensten die de overheid produceert omdat het niet mogelijk is om burgers een bedrag een in rekening te brengen voor het gebruik van deze goederen en diensten
minimumprijs
de overheid garandeert aanbieders een bepaalde prijs
aanbodoverschot
het aanbod is groter dan de vraag
maximumprijs
een prijs die door de overheid is vastgesteld die lager is dan de marktprijs
aanbodtekort
het aanbod is kleiner dan de vraag
toezichthouders
instellingen die toezicht houden op bijvoorbeeld het mededingingsbeleid
accijns
een vorm van belasting om het gebruik van bepaalde consumptiegoederen (sigaretten, benzine, alcohol) af te remmen
subsidies
een financiële bijdrage van de overheid aan consumenten of bedrijven met als doel het gebruik van een goed of dienst te stimuleren
heffingen met een vast bedrag opnemen in de aanbodvergelijking
- herschrijf de vergelijking van de aanbodfunctie zodanig dat p een functie is van Qa
- tel nu de heffing bij de prijs op door het heffingsbedrag per product aan de rechterkant van het =-teken te plaatsen
- herschrijf de vergelijking van de aanbodfunctie weer zodat Qa een functie is van p
procentuele heffingen opnemen in de aanbodvergelijking
- herschrijf de vergelijking van de aanbodfunctie zodanig dat p een functie is van Qa
- bepaal de groeifactor door bij het heffingspercentage 100 op te tellen en dit te delen door 100. vermenigvuldig vervolgens de functie met de groeifactor
- herschrijf de vergelijking dat Qa een functie is van p
octrooi/patent
een exclusief recht op de uitvinding van een product of een proces (innovatie)
beroepsbevolking
alle mensen tussen 15 en 75 jaar die betaald werk hebben of betaald werk zoeken
werkzame beroepsbevolking
alle mensen tussen 15 en 75 jaar die betaald werk verrichten
beroepsgeschikte bevolking
alle mensen tussen 15 en 75 jaar
participatiegraad
de mate waarin mensen deelnemen aan de arbeidsmarkt
bruto participatiegraad
beroepsbevolking : beroepsgeschikte bevolking x 100%
netto participatiegraad
werkzame beroepsbevolking : beroepsgeschikte bevolking x 100%
werkgelegenheid
alle bezette banen en vacatures samen
werkgelegenheid in personen
werkgelegenheid uitgedrukt in aantallen personen
werkgelegenheid in arbeidsjaren
de werkgelegenheid uitgedrukt in arbeidsjaren, waarbij een arbeidsjaar een fulltimebaan is op jaarbasis
werkloosheid
geregistreerde werkloosheid omvat de groep mensen tussen 15 en 75 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven (bij het UWV) en minimaal 1 uur per week willen werken
conjuncturele werkloosheid
werkloosheid die het gevolg is van het achterblijven van de totale bestedingen (slechte economische situatie) waardoor de vraag naar arbeid daalt
structurele werkloosheid (kwantitatief)
er zijn voldoende arbeidsplaatsen, bijvoorbeeld door een toename van de beroepsbevolking of door het vervangen van mensen door machines en computers
structurele werkloosheid (kwalitatief)
werkloosheid die ontstaat omdat mensen onvoldoende of de verkeerde opleiding hebben of omdat mensen niet bereid zijn voor werk te verhuizen
frictiewerkloosheid
werkloosheid die ontstaat omdat het vaak een tijd duurt voordat een baan gevonden is. ook kan het tijd kosten om van baan naar baan te gaan
seizoenswerkloosheid
werkloosheid die ontstaat doordat er in het ene seizoen meer werk is dan in het andere
krappe arbeidsmarkt
veel vraag naar een bepaald beroep maar weinig aanbod
varkenscyclus
het verschijnsel in de economie dat overschotten en tekorten elkaar afwisselen, doordat het aanbod niet onmiddellijk kan reageren op de verandering van de vraag
minimumloon
het loon dat een werkgever, volgens de wet, minimaal met uitbetalen
primaire arbeidsvoorwaarden
voorwaarden die betrekking hebben op de financiële beloningen zoals loon, vakantiegeld en overwerktoeslagen
secundaire arbeidsvoorwaarden
voorwaarden die betrekking hebben op andere beloningen dan in geld zoals opleidingsmogelijkheden, kinderopvang en verlofregeling
individuele arbeidsovereenkomst
overeenkomst over arbeidsvoorwaarden tussen een individuele werknemer en een werkgever
collectieve arbeidsovereenkomst
overeenkomst over arbeidsvoorwaarden tussen werknemersorganisaties (vakbonden) en een of meerdere werkgevers of werkgeversorganisaties
soorten cao’s
bedrijfstak-cao, ondernemings-cao
bedrijfstak-cao
dit is een collectieve afspraak die binnen een sector geldt. een bedrijfstak-cao wordt afgesloten tussen een of meer werkgevers if werkgeversorganisaties en een of meer werknemersorganisaties
ondernemings-cao
deze collectieve afspraak geldt binnen een bedrijf. een ondernemings-cao wordt afgesloten tussen één werkgever en een of meer werknemersorganisaties