Indeling van de Organismen Flashcards

1
Q

Wat is een organismen?

A

Iets wat levend is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn de verschillende organismen?

A
  1. Dier/mens
  2. Planten
  3. Bacteriën
  4. Schimmels
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is ‘Taxonomie’?

A

Griekse woord voor indeling van individuen of objecten in groepen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat wordt er bedoeld me de ‘taxonomische indeling’?

A

Ordening van de organismen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hoeveel rijken zijn er in de ordening der organismen?

A

4

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn de rijken van de ordening der organismen

A
  1. Dieren
  2. Planten
  3. Bacteriën
  4. Schimmels
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Waar wordt er naar gekeken bij de indeling van de 4 rijken?
4 punten

A
  1. Eigenschappen van de cellen
  2. Wel of niet een celkern is
  3. Cellen omgeven zijn door een celwand
  4. Cellen bladgoedkorrels bevat
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoeveel taxonomische onderdelen vallen onder de 4 rijken?

A

7

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn de taxonomische onderdelen van de 4 rijken?

A
  1. Afdeling
  2. Klasse
  3. Orden
  4. Families
  5. Geslachten
  6. Soorten
  7. Rassen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Maak de indeling Planten

A

Algen/wieren————————————-Kranswier

Planten: Sporenplanten———————————Blaasvaren

                 Zaadplanten-------Naaktzadigen----------Grove den 
                                       -------Bedektzadigen---------Madeliefje
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Maak indeling Schimmel & Bacteriën

A

Schimmel: —————————–Gist
Bacterien: ——————————Salmonella

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoeveel afdelingen zijn er in de dierenrijk?

A

8

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de afdelingen van de dierenrijk?

A
  1. Eencellige
  2. Sponzen
  3. Holtedieren
  4. Wormen
  5. Stekelhuidigen
  6. Weekdieren
  7. Geleedpotigen
  8. Gewervelde
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Karakteristiek Eencellige

A

Bestaat slechts uit 1 cel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Voorbeeld eencellige

A

Amoebe

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Karakteristiek Sponzen
4 punten

A
  1. Niet symmetrisch
  2. Inwendig skelet
  3. Bestaat uit naalden
  4. Zitten vast aan zeebodem
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Voorbeeld Spons

A

Boorspons

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Karakteristiek Holtedieren
2 punten

A
  1. Bestaat uit 1 holte
  2. Daar omheen tentakels
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Voorbeeld Holtedieren

20
Q

Karakteristiek Wormen
3 punten

A
  1. Geen skelet
  2. Lang & dun
  3. Kunnen voorkomen in lichaam van andere dieren, leven als parasiet
21
Q

Voorbeeld Wormen

A

Bloedzuiger

22
Q

Karakteristieken Stekelhuidigen
3 punten

A
  1. Huid bedekt met stekels of knobbels
  2. Veelzijdig symmetrisch
  3. Leven zeebodem
23
Q

Voorbeeld stekelhuidigen

24
Q

Karakteristiek Weekdier
2 punten

A
  1. Geen inwendig skelet
  2. Meestal schelp als uitwendig skelet/huisje
25
Q

Voorbeeld Weekdier

26
Q

Karakteristiek Geleedpotigen
3 punten

A
  1. Koudbloedig
  2. Uitwendig skelet bestaande uit pantserplaten
  3. Poten bestaan uit meerdere segmenten
27
Q

Voorbeeld Geleedpotigen

28
Q

Karakteristiek Gewervelden
3 punten

A
  1. Inwendige skelet
  2. Kalkbotten
  3. Wervelkolom
29
Q

Voorbeeld gewervelden

A

Zoogdieren

30
Q

Hoe veel klassen zijn er in de afdeling gewervelde dieren?

31
Q

Wat zijn de 5 klassen van de afdeling gewervelde dieren?

A
  1. Vissen
  2. Amfibieën
  3. Reptielen
  4. Vogels
  5. Zoogdieren
32
Q

Voorbeeld vis

33
Q

Voorbeeld Amfibieën

34
Q

Voorbeeld reptielen?

35
Q

Voorbeeld vogel

36
Q

Voorbeeld zoogdieren

37
Q

Wat betekend koudbloedig?

A

Dieren die geen lichaamswarmte kunnen produceren.
Lichaamstemperatuur afhankelijk van hun omgeving

38
Q

Wat betekend warmbloedig?

A

Dieren die in staat zijn om warmte te produceren

39
Q

Karakteristieken Amfibieën
3 punten

A
  1. Koudbloedig
  2. Kunnen op land en in water leven
  3. Voortplanting eieren in water leggen
40
Q

Karakteristieken reptielen
5 punten

A
  1. Koudbloedig
  2. Leven land
  3. Hebben longen voor zuurstof
  4. Dikke huid met stevige hoornschubben
  5. Produceren eieren, zowel in en buiten lichaam produceren
41
Q

Hoe heet het als eieren in lichaam uitgebroed worden?

A

Eierlevendbarend

42
Q

Karakteristieken Vogels
4 punten

A
  1. Warmbloedig
  2. Gebruiken longen zuurstof
  3. 2 poten, 2 vleugels, snavel, huid bedekt met veren
  4. Leggen kalkschaal eieren op land
43
Q

Karakteristieken Zoogdieren
6 punten

A
  1. Warmbloedig
  2. Gebruiken longen zuurstof
  3. Hebben 4 poten
  4. Levenbarend
  5. Melkklieren om jong te voeden
  6. Huid bedekt met haar
44
Q

Wat is de taxonomische indeling van een leeuw

A

Afdeling - Gewervelde
Klasse - Zoogdieren
Order - Roofdieren
Familie - Katachtigen
Geslacht - Panters (panthera)
Soort - Leeuw

45
Q

Wat is de taxonomische indeling van een Shetland Sheepdog

A

Afdeling - Gewervelde
Klasse - Zoogdieren
Order - Roofdieren
Familie - Hondachtigen
Geslacht - Honden (Canis)
Soort - Wolven (Lupus)
Ondersoort - Canis Lupus familiaris
Ras - Shetland Sheepdog

46
Q

Individuen behoren tot dezelfde ‘soort’ als…

A

Zij vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen