H7 Flashcards

1
Q

een mindset

A

is de manier waarom je denkt over je eigen handelen en het verbeteren ervan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

groeimindset

A

als je je eigen handelen wilt verbeteren neem je dit aan
(wilt bijleren, fouten maken is leerkans. Je doet moeite om beter te worden en je zet door, maakt gebruik van feedback)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat doe je bij groeimindset

A

-zien ruimte voor verbetering, fouten maken hoort erbij
-proberen iets nieuws
-vinden inspannen niet erg
-staan open voor feedback

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

fixed mindset

A

je ziet jezelf als onveranderbaar (denkt niet meer te kunnen ontwikkelen, geen moeite voor verbeteren, feedback van andere is negatief en negeer je)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat doe je bij fixed mindset

A

-zien zich als onveranderbaar
-focussen op eindresultaat (verstoppen fouten, nemen geen risico’s uit angst)
-zien moeite als teken van zwakte
-beschouwen feedback als kritiek (beschermen hunzelf)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

reflecteren

A

op je eigen handelen, zo leer je sterke en zwakke punten beter kennen, vanuit daaruit formuleer je werkpunten en stuur je handelen bij (terug kijken op wat je gedaan hebt om er uit te leren, kan per twee of in team)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

evalueren

A

nagaan of je doelen bereikt hebt en of je iets kunt /kent. een beoordeling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

reflectievormen

A

woorden (beschrijving) of scores

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

welke vormen scores

A

-een cijfer
-een kleurschaal
-smileys
-sterren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

interventie

A

samen met teamgenoten om te leren uit elkaars ervaringen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat doe je bij interventie

A

iemand beschrijft een situatie/probleem en zegt hoe die daar op gereageerd heeft. De andere personen proberen zich in te leven in dit (kan vragen stellen voor duidelijkheid) en dan gaat elk intervensielid een mogelijke reactie formuleren (ze leren dan van elkaar, kan wel discussie komen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

reflectiemodellen

A

die je helpen reflecteren op je eigen handelen
(over attitude, gebeurtenis of situatie, of in tem)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

soorten reflectie modellen

A
  • STARR-methode (hoe je situatie hebt aangepakt)
    -Refelectiemodel van Korthagen ( situatie eigen handelen beschrijven)
    -ABCD-model =6 gerichte vragen (reflecteert situatie)
    -Reflectiemodel van Gibbs (in 6 stappen nadenken
    -Model van Bareson (veranderen en verbeteren eigen denken en doen in situatie)
    -Blob tree (bewust maken van positie en gevoelens binnen een omgeving, hoe je als team in elkaar zit )
    -reflectiemodel van Ofman (kernkawaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieen in kaart brengen)
    -SWOT-analyse (opsomming sterktes en zwaktes, in bedrijven of organisaties)
    -Roos Van leary (inzicht interactie met anderen)
    -Axenroos (inzicht interactie met anderen, gedrag van typische dieren)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

functioneringsgesprek

A

gestructureerd, formeel gesprek tussen leidinggevende en werknemer, is op voorhand gepland, doel functioneren en samenwerken verbeteren, wil weten hoe je werken ervaart, samen afspraken maken, er is tweerichtingsverkeer, mogen allebei onderwerpen aanhalen en reageren= open gesprek, het is toekomst gericht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

evaluatiegesprek

A

Gestructureerd en formeel gesprek tussen een leidinggevende en werknemer, beoordelen functioneren werknemer (positief=beloning of negatief=verbeteringstraject)
eenrichtingsverkeer= mening van leidinggevende is belangrijkste, wel kans om vragen voor verduidelijking te stellen = algemeen gesloten gesprek, werkgever moeten oordeel kunnen verantwoorden, kunnen afspraken voor toekomst gemaakt worden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly