H1 Flashcards
vorming
verwijst naar het proces van verwerving
identiteit
Het beeld dat iemand van zichzelf heeft
persoonlijke identiteit
zelfbeeld
sociale identiteit
zelfbeeld dat past bij de groepen waarvan iemand deel uitmaakt / groepsidentificatie
interne collectieve identiteit
het gezamenlijke zelfbeeld en wij-gevoel van meerdere mensen samen die zich beschouwen als een groep of gemeenschap
externe collectieve identiteit
het beeld dat de samenleving heeft van een groep
referentie-kader
het geheel van kennis, ideeen, ervaringen, en overtuigingen van waaruit iemand denkt of handelt
socialisatie
het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren.
functies van socialisatie
continuering, veranding van een subcultuur
het proces van overdracht
mensen brengen de cultuur van een groep of samenleving over aan nieuwkomers.
het proces van verwering
De cultuur van een groep of samenleving eigen maken
internaliseren
de cultuur eigen maken
socialisator
iemand of een groep die een cultuur overdragen.
primaire socialisatie
socialisatie binnen kleinere groepen en gemeenschappen (gezin, vrienden).
secundaire socialisatie
vindt plaats in formele en georganiseerde omgeving (school, werk, vereniging)
tertiaire socialisatie
vindt plaats door anonieme socialisatoren, mensen met wie je geen rechtstreekse band hebt.
cultuur
Het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven. (wat mensen in hun hoofd meedragen)
opvattingen
ideeen, wat je vind van iets (wat mensen in hun hoofd meedragen)
waarden
idealen, zoals gelijkheid en vrijheid
voorstellingen
beelden, ideeen, verhalen die mensen hebben over een gebeurtenis (wat mensen in hun hoofd meedragen)
normen
regels die horen bij waarden (hoe gedrag geregd wordt)
uitdrukkingsvormen
bijvoorbeeld een hoofdoek of symbolen als een kruis (wat je aan de buitenkant kunt zien)
materiele aspecten
bijvoorbeeld, monumenten, producten en kunst (dingen die je kan zien)
immateriële aspecten
bijvoorbeeld, waarden en taal (dingen die je niet letterlijk kan zien)
dominante cultuur
de cultuur van de groep in de samenleving met de invloedrijkste politieke of economische positie.
subcultuur
levensstijlen die overlappen met de dominante cultuur maar er ook deels van afwijken.
Tegencultuur
het tegenovergestelde van de dominante cultuur
nature
aangeboren
nurture
opvoeding
acculturatie
het verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit dan die waarin iemand is opgegroeid.
enculturatie
wanneer iemand de cultuur leert waarin diegene wordt geboren
sancties
reacties van je omgeving op gedrag
plaats en tijdgebondenheid
wat op de ene plek de dominante cultuur is kan op de andere plek een tegencultuur zijn en zo geldt dat ook met tijdperken.
indivualisering
het proces waarbij personen bij steeds meer onderwerpen in hun leven steeds meer hun eigen keuzes kunnen maken zonder beinvloed te worden door anderen
globalisering
het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld, en informatie (zoals kennis en cultuur)