gs Flashcards
4.1
1
Q
Centralen
A
duitsland, oostenrijk
2
Q
front
A
plaats waar gevochten wordt
3
Q
geallieerden
A
frankrijk, Groot-Brittanie, rusland, vs later in 1917
4
Q
militairisme
A
verheerlijking van het leger
5
Q
nationalisme
A
1 liefde voor het eigen volk 2 streven naar een staat voor het eigen volk
6
Q
neutraal
A
onpartijdig
7
Q
tweefrontenoorlog
A
oorlog waarbij in twee gebieden tegelijk gevochten wordt
8
Q
tijd van de wereld oorlogen
A
negende tijdvak 1900-1950
9
Q
wapenwedloop
A
race om de sterkste bewaking