GNK Flashcards
Analogie
de bouw, kijken naar beweging, spieren, cellen, weefsel, botten en gewrichten
Fysiologie
De functie
Pathologie
De wetenschap die zich bezighoud met de ziekte (disfunctioneren, orgaan wekt niet )
Noem een voorbeeld van pathologische anatomie
bijvoorbeeld een hartklep probleem
Noem een voorbeeld van pathologische fysiologie
bijvoorbeeld hartstoornis
Wat zijn de 5 onderzoekmethodes?
Anamnese = interview
Inspectie = inspectie
Palpatie = voelen
Percussie = kloppen
Auscultatie = luisteren
Wanneer gebruik je een röntgenstraling?
Bij een botbreuk
Wat is een computertomografie?
een CT-scan, 3d straling
word egbruikt voor de hersennen
MRI
Magnetic resonance imaging
tunnel met magneet, let op voor pacemaker of kunstgebit
wat gebruik je bij een echografie of echoscopie
geluidsgolven
Wat onderzoek je bij een doppleonderzoek
bloedvatten onderzoek, word gebruikt door geluidsgolven
Wat test je bij een elektacardiogram
de hartstroomwerking
wat is de afkorting van Cardiotocografie
CTG, word gebruikt voor baby’s
wat zijn scopieen
Een lange buis die het menselijke lichaam ingaan
Gastroscopie
voor de maag (punctie of biopsie)
Colon of rectoscopie
dikke darm
Bronchoscopie
Trachea of longen
Laparoscopie
Kijkoperatie (buik/knie)
Poliep
Goed aardig
Verschil tussen punctie en biopsie
Punctie met dunne holle naald lichaamsvocht of cellen meenemen
Biopsie met dikke holle naald weefsel meenemen
Ventraal
van voor
Dorsaal
van achteren
Sagittaal
vanaf zijkant
Transversaal
van onder of boven
Lateraal en Mediaal
Lateraal = naar zijde
Mediaal = naar midden
Internus en Externis
Internus = inwendig
Externis = uitwendig
Anterior en Posterior
Anterior = voorste
Posterior = achterste
Superior en Inferior
Superior = bovenste
inferior = onderste
Proximaal en Distaal
Proximaal = dichtbij het lichaam (schouders)
Distaal = weg van het lichaam (handen)
Sinster en Dexter
Sinster = links
Dexter = rechts
Arm of been Anteflexie en Retroflexie
Anteflexie = ventraal
Retroflexie = dorsaal
Arm of been Adductie en Abductie
Adductie = naar mediaan toe
Abductie = van mediaan af
Arm of been Endorotatie en Exorotatie
Endorotatie = binnenwaards
Exorotatie = buitenwaard
Handpalm Supinatie en Pronatie
Supinatie = binnen
Pronatie = buiten
4 Holtes
Schedelholte / wervelkanaal
Borstholte / thorax
Buikholte / adbomen
Bekkenholte
2 Sereuze vliezen
Viscerale blad = binnen
Parietale blad = buiten
Peritoneum - intraperitoneaal
intra = maag
Peritoneum - retroperitoneaal
retro = nier
Peritoneum - subperitoneaal
sub = lege blaas
Peritoneum - perperitoneaal
Per = volle blaas
Peritoneum - extraperitoneaal
extra = alle retro, sub en preorganen
5 functies van huid
Beschermen
Uitscheiding: zweten
Water regulatie:
Synthese van vitamine D: ergosterole stof in huidcellen onder invloed van UV straling word omgezet in vitamine D
sensoristische functie: druk, pijn, tast, temperatuur
Normale temperatuur bij rust
Borst en hoofd: 38 graden
armen en benen: 32-35 graden
Normale temperatuur bij inspanning
Borst en hoofd: 38 graden
Armen en benen: 37 graden
Hoe komt het dat onze temperatuur zo ligt?
Onze lever werkt hard en kirjgt bloed van Hepatic artery (20%) en van de Portal artery (80%)
3 manieren om je lichaam warm te krijgen
Geleiding: door bv te douchen, tweerichting
Convectie: verdaming bij zweten
Straling: verwarming, tweerichting
Wat doen de medulla oblengata en de hypothalaus
Deze bevinden zich in de hersennen en reguleren de temperatuur van het lichaam.
Vasoconstructie
Bij koud weer: bloedvaten gaan zich samentrekken en huid gaat dicht
Vasodillatie
Bij warm weer: Bloedvatten gaan los en huid gaat open
wat is het immunologische systeem?
het systeem die reageert op vreemde prikkels door specifieke cellen te maken voor bescherming
Wat zijn de 2 vreemde prikkels voor het lichaam?
Antigenen = parasieten, luizen, micro-organismes, virussen, schimmels, vreemde eiwitten
Vermogen van onderscheiding van lichaamseigen cellen (bloedtransfusie)
Wat is sensibilisatie?
In actie komen van het afweersysteem. Het lichaam word gevoelig gemaakt voor ziekteverwekkers
Wat zijn erytrocyten, Leukocyten en trobocyten
Rode bloedcellen
Witte bloedcellen
Bloedblaatjes
Wat valt er onder het specifieke afweersysteem
Humoraal = B-lymfocyten
Cellulaire = T-Lymfocyten
wat valt er onder A-specifieke afweersysteem
Mechanisch = huid en slijmvliezen
Chemisch = speeksel en zoutzuur
Anders = interferon, complementsysteem, fagocytose
welke 4 cellen horen bij de Cellulaire immuniteit
- Cytotoxische lymfocyt = uitvoerende
- T-helpercel = stimuleerd de vorming van de B-cellen
- T-suppressorce = remt de plasmacellen af
- T-geheugencel = onthoud de ziekteverwekker
welke 2 cellen horen er bij het Humorale immuniteit
- B-gehuegencellen
- plasmacellen (maken antistoffen)
A-specifieke afweer van Mechanische en chemische afweer (uitwendig)
Epidermis
Zweet en talgklieren = lage PH waarde
speeksel en slijm = Lysozoom
maagslijmvlies = Lage PH
urinewegen en urine = zout
vagina = lage PH en zuur
bacterieflora
A-specifieke afweer van inwendige afweer
Leukocyten = NK cellene n macrofagen
Complementaire syteem
Inferonen = alarm voor macrofagen
Ontstekkung en febris
5 kenmerken van een ontsteking
Rubor = rood
Tumor = zwelling
Color = warmte
Polor = pijn
Functie laesa = functieverlies
A-specifieke afweer heeft 2 lijnen wat is het verschil
Lijn 1: Huid
Lijn 2: Fagocytose
Wat is fagocytose?
De microcyt ruimt de antigeen op en gaat dood. De macrocyt ruimte de microcyt weer op en gaat uiteindleijk ook dood. Alles word afgescheiden met het urine.
De natuurlijke immuniteit kan actief en passief zijn
Actief: door het maken van een ziekte,
Passief: overdracht via moedermelk
De kunstmatige immuniteit kan actief en passief zijn
Actief: vaccinaties
Passief: antiserum
Wat is een infiltarieve ontsteking?
Infiltarieve: ontsteking in orgaan zoals longontstekking
wat is een catarrale ontsteking
Catarrale: oppervlakige ontstekking zoals huid, slijmvliezen, darm
Weke soortes heb je bij een Necrotiserende ontsteking (Weefselversterf)
Furunkel: Als een ontstekking zich via weefselspeleten onder de huid verspreid (flegmone)
Abces: eerder niet bestaande holte door infectie gevuld met pus
Empyeem: bestaande holte door infectie gevuld met pus
MID = minimale infectieuze dosis
Hoeveel micro-organismes er nodig zijn om jou ziek te laten worden
Pathogene zijn ziekteverwekkers die ons ziek kunnen maken. Welke 6 zijn er
Prionen: kleine eiwitachtige deeltjes
Virus: DNA en eiwitmantel
Bacterie
Schimmel
Parasiet: word infestatie genoemd
Protozoen: amoeben
Besmettingswegen: Aerogeen
Via de lucht
Besmettingswegen: Cutaan
Via de huid
Besmettingswegen: Entraal
Via de maag-darmkanaal
Besmettingswegen: Hematogeen
Door middel van bloed (naalden)
Besmettingswegen: Genitale besemtting
Door slijm en vocht
Besmettingswegen: verticale overdracht
Van moeder naar kind (AIDS)
Besmettingswegen: Latrogeen
via infectienaalden of behandeling
Besmettingswegen: Faeco orale besmetting
Is de inname van ontlasting via de mond
Besmettingswegen: Kruisbesmetting
Van persoon naar persoon
Wat is sepsis?
Bij veel bacteriën in bloedbaan, zeer hoge koorts en levensgevaar of bloedvergiftiging
Wat is kenmerkend aan virussen?
Virussen leven niet, in tegen stelling tot bacteriën, ze hebben een levende cel nodig om zichzelf te kopiëren. Het is DNA met eiwit. Daarnaast ook geen medicijn