General Flashcards
To guess
Raden
The profit or loss from investment
Het rendement
To hoist / hissa
Hijsen
To admire
Bewonderen
Bobby pin
Haarspeld
To poke / peta
Peuteren
The (Such a…) shame
De zonde
The step (of a ladder)
De tree
Dark
Duister
To gasp
Hijgen
The bull
De stier
The ankle
De enkel
To slide /glida
Glijden
Delighted
Opgetogen
To reveal
Onthullen
it has to be
Dat moet haast wel
The confidant
de vertrouweling
The rumours / rykten
de geruchten
Ämbetsmannen
De ambtenaar
Regardless
Ongeacht
Seemed
Leek/leken
Be worried
Ongerust te zijn
The object
Het voorwerp
The property
Het erf
Various
verscheidene
To encourage
Aanmoedigen
To trick / bedra
Bedriegen
Rather / någorlunda
Nogal
Dirty
Vuile
The sink
De gootsteen
Somewhat
enigszins
The Statement / uppgift
De opgave
Disappointment
Teleurstelling
Skepnaden
De gedaante
Distract / avleda
Afleiden
To yawn
Geeuwen
The task/job
Het/de karwei
To moan
Kreunen
Clear/ tydlig (not duidelijk)
Helder
The thumb
De duim
The cheek
De wang
The weeds
De onkruiden
The gulp
De slok
Shy
Verlegen
Sluttande
Schuine
To get scared
schrikken zich
The shirt
Het hemd
Bearable / dräglig
Draaglijk
Enough
(niet genoeg)
Voldoende
To defend
Verdedigen
The defence
Het verweer
To bet
Wedden
Wonderful
Schitterend
Avsky
Afschuw
The hill
De heuvel
The meadow
Het weiland
To take turns
Om de beurt
To brag
Opscheppen
Already (not al)
Reeds
To ignore
Negeren
The struggle
De worstelling
To approach
Benaderen
To gamble
Gokken
To avoid
Vermijden
To sleep
Pitten
The Saying
Het Gezegde
The disapproval
De afkeuring
The representative
De vertegenwoordiger
The oppression
De onderdrukking
To bite
Bijten
Beten
Gebeten
To chew
Kauwen
Kauwden
Gekauwd
Gerechtvaardigen
Gerechtvaardigd
To justify
Justified
Attractive
Aantrekkelijk
At your disposal
Tot je beschikking
Och så vidare ‘osv.’
En zo voort ‘enz.’
Voorspellen
To predict
To cross
Oversteken
The hassle
Het gedoe
To kick
Schoppen
It is straight and tight
Het is recht en strak
To cross
Oversteken
Destruction
Verwoesting
Såva ut
Uitslapen