extra woorden Flashcards
1
Q
afspraak (appointment)
A
مَوعِد
2
Q
hoofdstad (capital)
A
عاصِمة
3
Q
moskee (mosque)
A
جامِع
4
Q
vriend
A
صَديق
5
Q
vriend (in het dialect)
A
صاحِب
6
Q
tijd (time)
A
وَقت
7
Q
basketbal
A
كُرة السَلّة
8
Q
voetbal
A
كُرة القَدَم
9
Q
regisseur (movie director)
A
مُخرِج
10
Q
universiteit
A
جامعة
11
Q
reizen
A
السفر
12
Q
ik hou van
A
باحب
13
Q
alleen maar
A
فقط
14
Q
zwemmen
A
السباحة
15
Q
koken
A
الطبخ
16
Q
werk (dialect)
A
شغل
17
Q
werk (MSA)
A
عمل
18
Q
uitgaan
A
السَهَر
19
Q
moeilijk
A
صَعب
20
Q
taal
A
لُغة
21
Q
vertaling
A
تَرجَمة
22
Q
ik ben allergisch voor
A
عندي حَساسية على
23
Q
ik weet het niet (Libanees)
A
ما باعرِف
24
Q
ik weet het niet (Egyptisch)
A
مُش عارِف
25
Q
ik betaal
A
أدفَع
26
Q
jij betaalt (m)
A
تدفَع
27
Q
jij betaalt (v)
A
تدفَعي
28
Q
een andere keer
A
مَرّة ثانية
29
Q
berg
A
جَبَل
30
Q
bergen
A
جِبال
31
Q
ring
A
خاتم
32
Q
oorbellen
A
حَلَق
33
Q
baard
A
لِحية