Document Flashcards

1
Q

Littekenbreuk CT-abdomen

A

CT abdomen bij littekenbreuk: kwaliteit aanwezige musculatuur, inzicht omvang defect en mate van uitpuiling in relatie tot totale buikinhoud

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hernia femoralis

A

kan behandeld worden middels TEP

uitwendige breukpoort is hiatus saphenus (fossa ovalis)

ook wel dij(been)breuk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

HPW classificatie

A

H: herniapoort:
H1:<10cm;
H2: 10-20;
H3:>20 cm

P: patiëntfactoren: morbide obesitas, diabetes, roken, immunosupressie) een of meer aanwezig (P1) = 1, afwezig (P0) = 0

W: wond: clean (W0) = 0, gecontamineerd (W1) = 1)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hyperparathyroidie verschillen

A

MC Primair hyperparathyreoidie (1% bevolking): PTH omhoog –> hypercalcemie. Behandeling: Chirurgisch. DIagnose: bloedonderzoek. Echo of SPECT (sestamibiscan helpt locatie van de bijschildklier te vinden.

Secundair: insufficient vitamine D of renal failure  stap 1/2/3 werkt niet  hypocalcemie  parathyroid glands increases PTH om hiervoor te compenseren  hyperplasie van de glands. Behandeling: treatment vit D of renal transplant.

Tertiair: als secundair langer bestaat. Overactief door lang onder druk! Behandeling: subtotale parathyreoidectomie, medicamenteus met calcimimetica, expectatief en follow up.

Type Cause PTH Ca Treatment

Primair Tumor Omhoog Omhoog Chirurgisch

Secundair Vit D def/NF Omhoog Omlaag/gelijk Vit D suppletie, transplant

Tertair Hyperplasie Omhoog Omhoog Chirurgisch (bulky)
na secundair

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Onlay, sublay, underlay, inlay

A

Minste wondinfecties bij sublay (onder de spieren). Underlay is onder fascie. Inlay is tussen en onlay is boven spieren).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Cyclus PTH

A

laag calcium  parathyroid glands  PTH omhoog  1. Absorptive calcium door darmen omhoog. 2 reabsorptie ca in de nieren en 3. Verhogen osteoclast activiteit omhoog waardoor calcium vrij komt in het bloed  Ca omhoog.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe metastaseert gedifferentieerd schildkliercarcinoom (ovv waarschijnlijkheid)

A

Hals lymfeklieren
Long
Bot
Lever

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Anurie definitie

A

minder dan 100ml/dag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Richtlijn bloedtransfusie

A
  • transfundeer perioperatief bij electieve chirurgie en de gecontroleerd bloedende patiënt zonder comorbiditeit in stabiele fase bij Hb <4.5
  • Overweeg transfusie vanaf een Hb van 5 bij pt met beperkte cardiopulmonale compensatiemogelijkheden of tekenen van cardiale ischemie of ouderen (>65) met preoperatieve anemie
  • Transfundeer 1 unit per keer en monitor het Hb
  • Stem bij overplaatsing van verkoever naar verpleegafdeling af of het beleid hetzelfde blijft mbt transfusie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

College Geneeskundige specialismen

A

Gaat over regels voor de erkenning van opleidingen en opleiders.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Federatie Medisch specialisten (FMS)

A

verenigen alle 32 specialismen, ondersteunen bij de uitoefening en ontwikkeling van het vak en spreken met één krachtige stem in politiek en samenleving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Postsplenectomie sepsis

A

mortaliteit van 50-70%

life time risico van 5%

AB profylaxe eerste 2 jaar na splenectomie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Collegium Chirurgicum Neerlandicum (CCN)

A

Het bevorderen van de samenwerking op elk gebied van die wetenschappelijke verenigingen, die de belangen van diegenen, die de chirurgie beoefenen dan wel daaraan verwante wetenschappen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS)

A

Toetst of artsen en opleidingen aan de regels van het CGS voldoen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Geïntensiveerd begeleidingstraject (GBT)

A

doel om twijfel weg te nemen bij de opleider over geschiktheid van de aios.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Finkelstein

A

hand ulnair deviatie geeft pijn over APL en EPB, positief voor quervain

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Table top hueston test

A

hand kan niet plat op tafel, positief voor dupuytren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Teken van Froment

A

papier tussen duim en wijsvinger knijpen, positief als wegtrekken lukt, bij ulnariszwakte.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Tinel

A

kloppen op n. medianus gebied geeft tintelingen in de vingers. Passend bij carpaal tunnel syndroom.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

N ulnaris stuurt aan:

A

palmaire en dorsale musculi interossei (spreiden van de vingers)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Welke lap bij defect rondom de elleboog?

A

Latissimus dorsi lap (van de rug)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Scaphoid non-union

A

Plaatosteosynthese

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Hoe snel lap met het oog op complicaties?

A

Vroege transplantatie met lap binnen 7d leidt tot minder complicaties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Fractuur proximale pool scaphoid

A

operatie indicatie
compressie schroef gevolgd door onbelast oefenen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Unhappy triad knie
mediale meniscus VKB mediale collaterale ligament
21
Open fractuur graad 3
=niet primair te sluiten (je hebt a/b/c). - AB gegeven tot aan sluiten van weke delen, bij voorkeur niet langer dan 72u
22
Remodelling
Hoe dichter fractuur bij groeischijf is, des te meer mogelijkheid tot remodellering, de bijdrage van de epifysairschijven aan remodellering is groter dan bijdrage van periost.
23
Welke letsels verdacht voor niet-accidentieel letsel bij kinderen?
Posterieure ribfractuur, scapulafractuur en sternumfractuur --> gaat met grof geweld, want ze zijn vrij elastisch.
23
Pilomatrixoma van Malherbe
vaste zwelling in de huid gelegen, komt met name bij kinderen onder de 2 jaar voor. Benigne, uitgaande van de haarmatrix.
24
Lipoom verhoogde verdenking op maligniteit
groter dan 5cm toename in grootte onder de oppervlakkige spierfascie gelegen.
25
Dermoid cystes
vaak gesitueerd langs embryonale sluitingslijnen (periorbitaal, neuswortel, processus mastoideus, fontanellen). Dermoidcysten kunnen overal voorkomen maar het meest in de huid, intracraniaal, in het ruggenmerg, in de mondbodem en in de ovaria. De cysten ontstaan tijdens de embryonale ontwikkeling en zijn dus vanaf de geboorte al aanwezig, maar worden soms pas op latere leeftijd ontdekt, als ze klachten geven door groei, druk op omgevende structuren, of infectie / ontsteking.
26
Weke delen sarcomen
PET/CT niet geindiceerd
27
Peritoneum tumoren
Liposarcoom en leiomyosarcoom zijn de meest voorkomende subtypen van het peritoneum.
28
Collageen
een structuureiwit van bindweefsel en wordt aangemaakt door fibroblasten.
29
Collageen type 2
Type 2: tussenwervelschijven, ribben, neus, strottenhoofd, trachea
29
Collageen type 1
Type 1: huid, botten, bindweefsel, pezen, ligamenten, fascie, bloedvaten, kraakbeen
30
MRI weke delen tumor
voorafgaand aan de histologische biopsie om de juiste plaats (vitaal tumorweefsel) en route door anatomische compartimenten te bepalen.
31
Verdenking fasciitis necroticans
fasciebiopt voor gramkleuring breed spectrum AB en chirurgische exploratie met agressief debridement.
32
Dumping na gastric bypass
=kunnen ontstaan doordat het voedsel te snel van de maag in de dunne darm terecht komt. braken, diarree, zweten, slaperigheid.
33
Indicatie bariatrische chirurgie bij laag BMI
aanwezigheid van pathologische zure reflux bloeddruk OSAS NASH (ontsteking van de lever als gevolg van leververvetting)
34
Pre-operatief voor bariatrische chirurgie
een consult psychologie heeft zin indien pt zich niet aan afspraken houdt mbt dieet en sportadviezen de kans dat ulcus op de naad ontstaat is groter bij positieve H. pylorie status OSAS geeft een verhoogde kans op een peri-operatieve hartstilstand.
35
Hoeveel % lever nodig om leverfalen te voorkomen
30%
36
Behandeling Colitis ulcerosa
5-ASA (mesalazine en sulfasalazinepreparaten) prednisolon ciclosporine infliximab
37
Symptomen Colitis ulcerosa
ontlasting >10/dag anemie tachycardie 120 temperatuurverhoging
37
Amsterdam classificatie galwegletsel
A: lekkage ductus cysticus of ductus van Luschka B: lekkage ductus hepato-choledochus met of zonder strictuur C: strictuur zonder gallekkage D: complete transectie ductus hepato-choledochus met of zonder weefselverlies
38
Diverticulitis
Gecompliceerde diverticulitis ontstaat als gevolg van een microperforatie
39
Waar komen met name ware divertikels voor
Rechter colon
40
Behandeling Diverticulitis
AB behandeling moet bestaan uit een 2e (cefuroxim) of 3e generatie cefalosporine (ceftriaxon) + metronidazol + aminoglycoside (= genta) OF augmentin met een aminoglycoside III (pus buik)=laparoscopische lavage een goede behandeloptie Bij extraluminaal lucht moet een operatie plaatsvinden
41
Hinchey stadium Diverticulitis
0=klinisch geringe diverticulitis 1a=pericolische inflammatie en flegomeuze ontsteking 1b=abcesvorming peri of mesocolisch II=abces op afstand intra of retroperitoneaal III= gegeneraliseerde peritonitis met pus in de buikholte IV=gegeneraliseerde peritonitis met vrije feces in de buikholte
42
Complicaties excisie sinus pilonidalis
wondgenezingsstoornis nabloeding urineretentie Necrotiserende Weke Delen Infectie (NWDI)
43
Behandeling getromboseerd extern hemorroid
orale pijnstilling en laxantia
44
Hidradenitis suppurativa (adviezen)
Stop met roken Afvallen
44
Etiologie hemorroiden
Het is tegenwoordig wereldwijd geaccepteerd dat hemorroïden ontstaan vanuit de ”anal cushions”, vrij vertaald de anale kussens. De anale kussens bestaan uit mucosa, submucosaal fibro-elastisch bindweefsel en een arterioveneus systeem (plexus haemorrhoidalis superior) en bevinden zich boven de linea dentata (Williams, 1999; Givel, 2010). De anale kussens dragen bij aan de anale rustdruk en voorkomen onder andere incontinentie voor flatus en vocht (soiling). Er zijn drie grote anale kussens (hemorroïdale pijlers): rechts anterieur, rechts posterieur en links lateraal. Tussen deze grote anale kussens zitten kleinere anale kussens. Als deze anale kussens uitzakken in het anale kanaal als gevolg van destructie van het fibrineus bindweefsel, wordt de veneuze terugvloed belemmerd terwijl de arteriële instroom continueert. Dit resulteert in het zwellen van de arterioveneuze plexus tijdens en na het persen met onder andere prolaps en/of bloeden als gevolg. De hemorroïden die deel uitmaken van de anale kussens behoren tot de inwendige hemorroïden die bekleed zijn met slijmvlies (plexus hemorroïdalis superior). Distaal van de linea dentata bevinden zich de uitwendige hemorroïden die bestaan uit een veneuze plexus (plexus haemorrhoidalis inferior) bekleed met anoderm. In de dagelijkse praktijk kan opzwellen van inwendig en uitwendig hemorroïden voorkomen
44
Rectumprolaps diagnostiek?
Coloscopie
45
Symptomen GERD (reflux)
heesheid anemie (verminderde ijzer uptake en evt. ongoing bloodloss) regurgitatie onverteerd voedsel houdingsafhankelijke retrosternale pijn
46
Klachten na refulxchirurgie
onvermogen tot boeren dysfagie (verslechterde passage) diarree flatulentie dumping
47
Behandeling T3N3M1 adenocarcinoom slokdarm
uitwendige radiotherapie
48
Symptomen ulcuslijden
pijn in epigastrio juist rechts van de mediaanlijn pijn trekt naar de rug er is sprake van hongerpijn (door zuur meer pijn bij honger, indien eten wordt pH hoger) de pijn is intermitterend
49
Bijwerkingen capecitabine (chemo) bij colon/rectum
hand voet syndroom (77%, pijnlijk, rood en gezwollen en kunnen tintelen of dood aanvoelen, schilfers, blaren) diarree Stomatitis (ontsteking in de mondholte)
50
Symptomen mechanische dikke darm ileus
Uitblijvende ontlasting minstens 3 dagen distensie darm proximaal tumor Braken
51
Bloedvoorziening dunne darm en colon
henle’s trunk is de confluens van de 1. rechter vena gastro-epiploic 2. de vene pancreaticoduodenalis anterior superior 2. 1 tot 4 venen van het colon (right colic vein, superio right colic vein). de arteria sinistra kan vanuit de arteria colica media komen de arteria ileocolica gaat in de meerderheid van de gevallen achter de VSM langs
51
Response evaluatie na neo-adjuvante behandeling rectumca
RT MRI met DWI endoscopie voor vaststellen complete respons
52
Bloedbeeld na splenectomie
target cells (rode bloedcellen met ‘staining’) pappenheimer bodies howell jolly bodies (worden normaal door milt verwijderd uit bloed)
53
Perforatie risico coloscopie
1 op 2500
54
Multitrauma patient hoeveel vocht
altijd 1 liter
55
Spinale shock
verlaagde spierspanning, vaak wervelfractuur. Geen hemodynamische consequenties.
56
Neurogene shock
Afwezigheid van sympaticus bij wervelletsel, waarbij vasodilatatie en relatieve ondervulling waardoor HD intabiliteit met kenmerkende bradycardie en hypotensie. Behandel met atropine en vasopressie.
57
Zwangere vrouw abdominaal trauma
Indien Rhesus negatief geef rhesus immunotherapie
57
Thoracotomie bij verbloedingshock door trauma
open hartmassage uitvoeren ontlasten pericardtamponade stoppen intra-thoracale bloeding tijdelijke occlusie aorta descendens ten behoeve van redistributie van bloed naar coronairen en brein.
58
Definitie massatransfusie
>10 PC in 24u of >4 PC in 1 uur.
58
Class haemorrhagic schock
I 750ml, 15%, II 750-1500ml, 15-30%, pulse omhoog, PP decreased III 1500-2000ml, 30-40%, BP omlaag, UP omlaag IV >2000ml, >40%
59
Ogilvie syndroom
acute pseudo-obstructie. Functionele aandoening, waarbij colon uitgezet is in afwezigheid van mechanische obstructie. Vaak bij patiënten die gehospitaliseerd zijn en narcotica, bedrust en uitgebreide comorbiditeit hebben. Behandeling: Niets per os en iv vocht geven en indien mogelijk stoppen met de uitlokkende/geassocieerde factoren. Met neostigmine (verhoogd darm motiliteit).
60
Bernards syndroom
obstructie door galsteen in darm. Meestal obstructie in het ileum. Lucht in de galwegen op aanvullend onderzoek.
61
Lymfadenitis mesenterica
=de ontsteking van de lymfeklieren in de buikholte. Meestal geassocieerd met (doorgemaakte) BLWI. Selflimiting.
62
Conservatieve behandeling appendicitis
faalt in 20-40% in geval van faecololiet kans nog hoger
63
isolated tumorcellen SW procedure mamma N0(i+)
Deze uitslag van de schildwachtklier wordt beschouwd als negatief, dus de oksel niet bestralen. Ook niet bij micrometastase.
64
Wanneer geen beeldvorming bij mamma klachten?
Tepelvloed die niet bruin of bloederig is en diffuse pijnklachten in de borsten zijn beide bij afwezigheid van palpabele afwijkingen geen reden voor beeldvorming
65
Oncoplastische technieken die leiden tot afplatting van de borst bij centraal gelegen tumor
- verticale wigexcisie - round block excisie - horizontale ellips rondom tepel areola complex
66
BIRADS score
0 niet genoeg informatie 1 normaal 2 goedaardige afwijking 3 Er is een afwijking gevonden die heel waarschijnlijk goedaardig is. De arts doet misschien nog een punctie. Of er volgt een controle na 6 maanden met weer een mammografie, scan of echo 4 De afwijking kan misschien kanker zijn. Biopsie. 5 zeer waarschijnlijk kwaadaardig (kanker). Biopsie. 6 is borstkanker.
66
Mamma: wanneer een echo van de oksel?
BIRADS 4 of hoger
67
Mamma: N1
N1 (mi) micrometastasen tussen de 0,2 en 2 mm. N1 metastasen groter dan 2 mm in 1 tot 3 klieren
68
Mamma: N3
Uitzaaiingen in meer dan 9 klieren. N3a Uitzaaiing in lymfeklier(en) onder sleutelbeen N3b Uitzaaiing naast borstbeen en in okselklier(en) N3c Uitzaaiing in halsklier(en) -> supraclaviculair
69
Mamma: N2
uitzaaiingen in 4 tot 9 lymfeklieren/knopen aan ipsilateraal waarbij de lymfeknopen aan elkaar of aan andere weefselstructuren vastzitten
70
Merkelcelcarcinoom
Zeldzaam Hoofd-hals gebied Rode buld SN procedure
71
Okselklierdissectie
niveau 1 = lateraal van de m. pectoralis minor niveau 2 = dorsaal van de pectoralis minor niveau 3= mediaal van de pectoralis minor
72
Stadium melanoom
0 = melanoom in situ 1 en 2 = afhankelijk van de dikte, lymfeklieren N0 3 = lymfeklieren, Of van satelliet-uitzaaiingen of in-transit-uitzaaiingen (huid rondom of in litteken) 4= andere organen.
73
Melanoom: SNP vanaf welke klasse?
vanaf 1b Als je een melanoom hebt zonder zweervorming dat dunner is dan 0.8 mm, krijg je geen schildwachtklierprocedure
74
Melanoom: lymfeklierdissectie bij stadium III melanoom indien
bij palpabele klier met PA bewezen metastase melanoom niet palpabele klier maar op beeldvorming gevonden klier met PA bewezen metastase.
75
T-VEC
Is genetisch gemodificeerd herpes simplex virus 1 en is een veilige behandeling van uitzaaiing van melanoom.
76
hydrocele funiculi
kan je tot een leeftijd van 2 jaar afwachten
77
Kind hernia inguinalis
Rechts > links > dubbelzijdig.
78
Retractiele testis kind
bij geboorte beide testis in scrotum, bij onderzoek is de testis palpabel ter hoogte van de annulus externus en is naar het scrotum te brengen.
79
Kind VACTERL associatie
associatie voor work up aangeboren aandoeningen bij kinderen Vertebrae, anorectale malformatie (anal atresia), cor, trachea, oesophagus (tracheo-esophageale fistel), nieren, ledematen Ten minste 3 van bovenstaande
80
B. Henselae
kattenkrab ziekte. Indirecte diagnostiek: Vast te stellen middels serologisch onderzoek naar antistoffen (IgM (enkele maanden positief)/IgG (geheugen dus positief ook na een eerdere infectie) Histopathologisch onderzoek van geexcideerd/gebiopteerd weefsel incisie en drainage Directe diagnostiek: DNA detectie (PCR) op pus of weefsel
81
Macrocysteuze lymfatische malformatie
Behandeling: sclerotherapie
82
Prematuren hebben vaker:
retinopathie (verstoring in het uitgroeien van de bloedvaten) necrotiserende enterocolitis (onrijpheid van de darm is één van de belangrijkste risicofactoren en hoe jonger hoe gevoeliger darmwand voor bacterien). bronchopulmonale dysplasie.
82
Mediane halscyste
Kan schildklierweefsel bevatten beweegt mee met slikken wordt behandeld door sistrunk procedure meestal op niveau van hyoid presenteert zich als pijnloze zwelling in midline van de hals.
83
X boz dunne darm atresie
gedilateerde dunne darmlissen maar geen lucht in het darmpakket elders.
84
Kenmerken oesophagusatresie
Bellen blazen en niet kunnen drinken
85
Wanneer carotisdesobstructie
carotisstenose van meer dan 50% icm: voorafgaande zes maanden een herseninfarct, TIA of retinale ischemie ---- Bij mannen jonger dan 75 jaar met een asymptomatische stenose van meer dan 70% kan een CEA worden overwogen indien het operatierisico op een invaliderend herseninfarct of hersenbloeding of overlijden lager is dan 3%.
86
Welke zenuw kan worden beschadigd bij carotis communis klemmen
n. vagus
87
Verhoogd risico perioperatieve stroke bij CEA
vrouw irregulaire plak HT >180 mmHg
88
AVF (arterio-veneuze fistel - shunt - autoloog)
Succesvolle maturatie AVF bepaald door diameter vene, diameter arterie en ervaring chirurg Leg geen AVF aan bij diameter <2mm kies liever voor een AVF dan een AVG (graft PTFE, dacron) start distaal.
89
Last resource bij voetulcus zonder revascularisatie mogelijkheden
Hyperbare zuurstof therapie
89
Stam insufficientie van de VSM
Endoveneuze laserablatie heeft een slagingskans van 90-100%
90
Hoe ontstaat arteriele trombose?
Trombocyten activatie is de belangrijkste factor bij plaque ruptuur voor het ontstaan van arteriële trombose
91
Embolectomie van subclavia vanuit brachialis
rechts een hoger risico op ischemisch CVA van de cerebri media dan links.
92
Emboliserend a poplitea aneurysma symptomen
acrocyanose van een teen, acute pijn in het onderbeen.
93
Rutherford classificatie acute ischemie
Spierzwakte Arteriële Doppler Veneuze Doppler I Levensvatbaar Geen onmiddelijke bedreiging GeenS GeenSp HoorbaarAd HoorbaarVd IIA Bedreigd: marginaal Te redden: bij snel handelen Minimaal / GeenS GeenSp +/- Hoorbaar Ad HoorbaarVd IIB Bedreigd: direct Te redden: bij direct handelen Meet dan alleen tenenS Mild / matigSp Slecht hoorbaarAd HoorbaarVd III Irreversibel Verlies van extremiteiten of permanente schade DiepgaandS DiepgaandSp GeenAd GeenVd 1. Thrombotische occlusie zijn meestal van klasse I of IIA en worden behandeld met intra-arteriële thrombolyse indien symptomen < 14 dagen (vooral bij bypass graft occlusies) en als patient significante co-mobiditeiten / hoog-operatie risico heeft. 2. Embolische occlusie zijn meestal klasse IIB of III. Meestal is er een operatie nodig omdat thrombolytica te langzaam effect hebben
94
Antistolling bloedingcomplicaties
DOAC minder ernstige complicaties dan Vit K antagonist (sintrom etc)
95
DVT
Veneuze stase, endotheelschade en verstoring van de laminaire flow spelen een rol bij het ontstaan Echo: niet comprimeerbare vene, afwezige flow in het diepe veneuze systeem, aanwezigheid van hyperechogeen materiaal in de venen.
95
EVAR planning
Ten minste 1 a. iliaca interna sparen de optimale C-boog angulatie kan al preoperatief bepaald worden de craniocaudale angulatie kan tijdens de procedure met behulp van de proximale markers van de endograft bepaald worden. Infrarenale hals moet minimaal 10mm zijn bij EVAR Iliacaal moet open zijn voor evar.
96
Verhoogde ruptuurkans AAA
- roken - vrouw - grotere diameter Ruptuur risico AAA <4cm is verwaarloosbaar.
96
Behandeling geinfecteerde aortabifurcatieprothese of endoprothese
in ieder geval explantatie van de prothese
97
Beloop geruptureerd aneurysma
13% binnen 2u dood, mediane tijd van opname tot overlijden is 11u
98
GI bloedverlies obv een aorto-enterale fistel behandeling
acute stentplaatsing gevolgd door electief open herstel.
99
Poplitea aneurysma
een abdominaal aneurysma uitgesloten worden middels beeldvorming. Er is een kans van 40-50% op een gelijktijdig AAA
100
Type 2 endoleak EVAR
Type 2 endoleak wordt het natieve aneurysma gevuld via zijtakken van de aorta (lumbaal arterie, AMI). Type 2 endoleak komt 20-40% voor, behandeling is meestal niet nodig. Indien het wordt vastgesteld, wel elk jaar follow up middels duplex. Als de endoleak zorgt voor toename van het aneurysma met 1cm of meer, dan is behandeling nodig. PM Type 3 en 4 DIRECT interventie nodig.
101
Complicatie TEVAR type B dissectie
Retrograde type A dissectie en perforatie van het valse lumen met bloeding als gevolg. Je hoeft bij een TEVAR alleen de entry tear af te dichten, dus zo kort mogelijke prothese. ---- Type A: de scheur in de binnenwand ontstaat in het stijgende deel van de aorta (aorta ascendens) of de aortaboog (POB) Type B: de scheur begint in het dalende deel van de aorta (aorta descendens), net voorbij de slagader voor de linkerarm (pijn naar rug)
102
Risico factoren type B dissectie aorta
atherosclerose HT
103
Aangeboren longafwijkingen bij kinderen
Longsekwester heeft een eigen vaatvoorziening, CPAM (congenital pulmonary airway malformation) niet.
104
Andere naam lymfeklier stations bij de long
Naruke
105
Naruke stations bereikbaarheid
Naruke 2, 4 en 7 met mediastinostopie bereikbaar - 5 en 6 alleen met VATS 7, 8, 9, 4 en 2 met EUS (slokdarm) - 8/9 7, 10, 4 en 2 met EBUS (bronchus) 10
106
Hoe is de pleura parietalis sensibel geinnerveerd (long)
nn. Intercostales.
107
Longfunctie bepalen
Ergometrie indien spirometrie onvoldoende is om longfunctie te bepalen.
108
Truncus anterior
is de eerste aftakking van de a. pulmonalis, deze ligt links extra pericardiaal en rechts intra-pericardiaal.
109
Compartimenten mediastinum
Anteriosuperieure compartiment van mediastinum: thymus Middelste mediastinum: hart, pericard, grote vaten, trachea en bronchi, nervus phrenicus, vagus en reccurens Posterieur: oesophagus, aorta descendens, azygos en hemiazygos, ductus thoracicus, sympaticus, lymfeklieren
110
Thymoom
kan thoracale pijnklachten geven, dubbelzien en dysfagie = onderdeel van myasthenia gravis (spierziekte)
111
Behandeling SCLC = kleincelling longcarcinoom
Tweemaal daags bestralen met 45 Gy is de eerste keuze bestralingsschema bij SCLC stadium I-III. patienten met stadium I-III SCLC in goede conditie krijgen gelijktijdig chemotherapie en thoracale radiotherapie gevolgd door profylactische hersenbestraling thoracale bestraling die gegeven wordt binnen 30 dagen na initiatie van chemotherapie en gegeven wordt in totale behandeltijd van 3 weken verbetert de 5-jaars overleving graad IV neutropenie komt vaker voor bij patiënten die tweemaal daags bestraald worden met 45 Gy dan eenmaal daags met 66Gy
112
Diagnose mesothelioom
middels CT of VATS geleide biopten.
113
Horner syndroom
myosis (kleine pupil), pancoast tumor (top van de long), ptosis (hangend ooglid)
114
AB profylaxe lobectomie
1500mg cefuroxim
115
Vena cava superior syndroom
metastasen mediastinum, oedeem, dyspnoe, Pancoast tumor