CR1 en 2: col Flashcards
Frans
het vliegtuig
l’avion
de reisbus
l’autocar
de boot
le bateau
de helikopter
l’hélicoptère
de metro
le métro
de taxi
le taxi
de hst
le TGV
het openbaar vervoer
les transports en commun
de fiets
le vélo/ la bicyclette
het ongeval
l’accident
de verkeersopstopping/ de fille
le bouchon/ l’embouteillage
de (linker/ rechter) rijstrook
la bande (de gauche/ de droite)
de dienstregeling
l’horaire
de verkeersinformatie
l’info trafic
het zebrapad
le passage pour piétons
de vertraging
le retard
het ticket
le ticket
de werkzaamheden
les traveaux
de boete
l’amende
het verkeer
la circulation
de aansluiting
la correspondance
de omleiding
la déviation
het benzinestation
la station - service
de snelheid
la vitesse
omwille van
à cause de
ter hoogte van
à hauteur de
op tijd
à l’heure
in de richting van
en direction de
vastzitten
être coincé(e)/ bloqué(e)
pech hebben
(être) en panne
(te) laat zijn/ met vertraging aankomen
(être) en retard
vlot
fluide
vooruitgaan
avancer
veroorzaken
causer
veranderen (van)
changer (de)
besturen/ brengen (naar)
conduire (à)
afzetten
déposer
afstappen (van)
descendre (de)
binnengaan/ instappen (in)
entrer (dans)
(vol) tanken
faire le plein
parkeren
(se) garer
stappen
marcher
instappen (in)
monter dans
missen
rater
rijden
rouler
zich verplaatsen
se déplacer
oversteken
traverser