Chapter 7 Flashcards
aangaan
to start (a relationship)
actief
active, actively
alleen
alone
automatisch
automatically
beide
both
bezig zijn
to be doing something
blozen
to blush
breken
to break
buurmeisje
girl next door
compliment
compliment
definitief
final, forever
durven
to dare
elkaar
each other
erkennen
to acknowledge
erkenning
acknowledgement
fantaseren
to fantasise
figuur
figure
flauw
bland, silly
geloven
to believe
gemeente
municipality
reregistered partnerschap
registered partnership
geslacht
sex
glimlachten
to smile
grapje
joke
hartklopping
heart fluttering
het is aan
it is an “item”
hitte
heat
homohuwelijk
gay marriage
homoseksueel
homosexual
hopeloos
hopeless
huilen
to cry
huisgenoot
housemate
huwelijk
marriage
huwelijkscontract
marriage contract
ijssalon
ice-cream parlour
jammer
what a pity
juichen
to cheer
kapsel
hair style
kolom
column
kussen
to kiss
lieverd
darling
missen
to miss
namelijk
namely
net
just
officieel
officially
ontmoeten
to meet
over en uit
all over
overdrijven
to exaggerate
persoonlijk
personal
reageren
to react
regelen
to arrange
relatie
romantic relationship
rot
bad
rotstreek
dirty trick
ruzie maken
to fight
schat
dear
scheiden
to divorce
tegen
against
tegenkomen
to encounter
tegenwoordig
nowadays
tjonge jonge
oh boy, gosh
traan
tear
triest
sad
trouwen
to get married
uit elkaar gaan
to split up, to get divorced
uitkomen
to come true
uitmaken
to break up
verdriet
sorrow
verdrietig
sad
vergadering
meeting
verkering
romantic relationship
verassen
to surprise
verlevend
annoying
vormen
to enter into
weertje
weather
wet
law
zaak
situation
zeep
soap
zenuwachting
nervous
zin hebben om… te….
to feel like doing something
zo’n
such a
zoenen
to kiss