C7 Flashcards

1
Q

bronnen internationaal recht

A

1) het verdrag
2) gewoonte recht
3) algemene beginselen
4) besluiten internationale organisaties
5) uitspraken internationale rechters

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

karakter internationaal recht

A

1) handhaven ervan is moeilijk
2) nationale interpretatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

monisme (Nederland)

A

1) het internationaal recht en nationaal recht vormen één rechtssysteem
2) internationaal recht staat boven nationale wetgeving -> superioriteitsbeginsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

dualisme (VS)

A

1) internationale recht en nationale recht vormeb afzonderlijke rechtssferen
2) internationale recht staat op gelijk voetstuk als nationale wetgeving
3) zonder omzetting heeft het internationale recht geen doorwerking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

soorten internationale organisaties

A

1) intergouvernementele
2) supranationale

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

intergouvernementele organisatie

A

lidstaten zij gevonden aan een verdrag maar leveren geen deel van hun soevereiniteit in.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

supranationale organisatie

A

staat boven de staat. de staat levert vrijwillig een deel van soevereiniteit in

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

raad van Europa

A

beschermen en handhaven mensenrechten, democratie en de beginselen van de rechtsstaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wanneer kan je bij het Europees hof terecht?

A

ieder individu mag een lidstaat aanklagen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

subsidiariteitsprincipe

A

zorgt ervoor dat beslissingen zo dicht mogelijk bij d burger worden genomen, tenzij de omvang en gevolgen van een kwestie beter op internationaal niveau kunnen worden genomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

hof van justitie van de EU

A

zorgt dat het EU-recht in alle landen op dezelfde manier wordt geïnterpreteerd en toegepast

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

prejudiciële beslissingen

A

uitspraken van justitie van de EU die worden gevraagd door nationale rechtbanken. dit gebeurt als rechter twijfelt over interpretatie van EU-regels in een lopende zaak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

verhouding EU en nationaal recht: 3 principes

A

1) eu-recht maakt direct deel uit van nationaal recht
2) eu-recht heeft voorrang op nationaal recht
3) werking van eu-recht wordt bepaalt door Hof van Justitie in Luxemburg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

soorten Europese wetgeving

A

1) europese verordening
2) Europese richtlijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Europese verordening

A

1) supranationaal karakter
2)n gaat direct over in elke lidstaat
3) net zo krachtig als nationale wetten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Europese richtlijn

A

1) helpt de wetgeving in verschillende landen op elkaar af te stellen
2) lidstaat moet de richtlijn zelf omzetten
3) verplicht de landen om de wet aan te passen

17
Q

internationaal gerechtshof

A

orgaan binnen de VN. houdt zich bezig met rechtsverschillen tussen staten. uitspraken zijn bindend voor iedere betrokken staat

18
Q

veiligheidsraad

A

handhaven van de internationale veiligheid en vrede. 5 permanente leden met veto-recht

19
Q

internationaal strafhof

A

vervolgen van personen die verdacht worden van genocide, misdaden tegen menselijkheid of oorlogsmisdaden