C6 Flashcards

1
Q

bestuurstaak overheid

A

ordening van de samenleving door het nemen van besluiten voor individuele gevallen of concrete zaken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wetgeving

A

algemene regelgeving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

besturen

A

beslissingen of besluiten over individuele gevallen of concrete zaken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

algemene wet bestuursrecht (Awb)

A

1) een algemene wet ipv lappendeken
2)vastgelegd in de grondwet
3) algemene regels, gaat niet over de inhoud ervan
4) bestaat uit delen (tranches)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat zijn bestuursorganen?

A

1) orgaan van een rechtspersoon dat vanuit het publiekrecht is ingesteld
2) een ander persoon of college met enig openbaar gezag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

geen bestuursorganen

A

1) de wetgevende macht -> 1ste en 2de kamer + regering
2) kamers staten generaal
3) onafhankelijke organen -> rechtbanken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

publiek rechterlijke rechtspersonen

A

rechtspersonen die dppr de wet zijn opgericht om een deel van de overheidstaken te verrichten
1) gemeente
2) provincie
3) rijk of waterschappen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wanneer is een orgaan een overheidsorgaan?

A

wanneer zij eenzijdig jouw rechten en plichten kan bepalen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

twee soorten besluiten

A

1) beschikking
2) algemene strekking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

beschikking

A

richt zich op een individu of een groep of een concrete zaak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

algemene strekking

A

algemene regels die op meerdere mensen van toepassing zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

attributie

A

rechtstreekse bevoegdheid uit de wet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

delegatie

A

overdragen van bevoegdheden op eigen naam en verantwoordelijkheid. mag alleen als de wet het toestaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

mandaat

A

overdragen van bevoegdheid maar blijft in eigen de naam en verantwoordelijkheid van de overdrager. dit mag altijd, zolang het niet in strijd is met de wet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

handhaven

A

1)intrekken van vergunningen
2) last onder bestuursdwang -> illegaal gedrag ongedaan maken
3) last onder dwangsom -> geldboete
4) bestuurlijke boete
5) strafrechtelijke sanctie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

gedogen

A

er is een overtreding, maar er wordt niet gehandhaaft. dit kan stilzwijgend of met gedoogbesluit

17
Q

rechtsbescherming

A

1) administratief beroep
2) bestuursrechtspraak
3) hoger beroep

18
Q

nadeelcompensatie

A

iemand kan nadeel hebben bij een terecht genomen besluit
-> winkel slecht bereikbaar door afzetting weg

19
Q

nationale ombudsman

A

geeft een oordeel in openbaar rapport over klachten tegen de overheid