96 Emotions Flashcards
To admire
Bewonderen
Admiration
Bewondering
Admirable
Bewonderenswaardig
Obsessed (with)
Bezeten (van)
To loathe
Walgen van
To annoy/To irritate
Ergeren/irriteren
Annoyance/Irritation
Ergernis/Irritatie
To sympathise
Meevoelen
Sympathy
Medeleven
Empathy
Inlevingsvermogen
Miracle
Wonder
To applaud
Applaudiseren/Toejuichen
Remorse
Wroeging
Shy/Timid
Verlegen
Shyness/Timidity
Verlegenheid
Mood
Stemming
To disappoint
Teleurstellen
Disappointment
Teleurstelling
To appeal to
Aantrekken
Appeal
Aantrekkingskracht
Sorrow/Grief
Verdriet
To mourn
Rouwen om
Sensitive (to)
Gevoelig (voor)
Sensitivity (to)
Gevoeligheid (voor)
Cheerful
Opgewekt
Weird
Erg vreemd
Pity/Compassion
Medelijden
To scare/To frighten
Bang maken
Scared/Afraid (of)
Bang (voor)
To be fed up with
Het zat zijn
To humiliate
Vernederen
Humiliation
Vernedering