4.2 Flashcards

1
Q

traagheid

A

de mate waarin een voorwerp van snelheid of richting kan veranderen. Voorwerpen met een grote massa hebben een grote traagheid en kunnen minder gemakkelijk van snelheid en richting veranderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Tweede wet van Newton

A

F = m x a

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

valversnelling

A

versnelling (9,8 m/s²) waarmee voorwerpen in vrije val naar de aarde vallen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

vrije val

A

een situatie waarbij op een voorwerp alleen de zwaartekracht werkt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Fres = m x a

A

Fres is de resultante in N
m is de massa in kg
a is de versnelling in m/s²

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Fz = m g

A

Fz is zwaartekracht in N
m is massa in kg
g is gravitatie kracht in N

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly