3.2 Flashcards

1
Q

calorimeter

A

apparaat waarmee je kunt meten hoeveel warmte nodig is voor het verwarmen van een bepaalde hoeveelheid water

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

elektrische energie

A

energie die door spanningsbronnen wordt geleverd, zoals batterijen en dynamo’s

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

energieomzetting

A

proces waarbij de ene soort energie verandert in een andere soort energie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

energiestroomdiagram

A

schematische weergave van een energieomzetting

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

kwantiteit

A

hoeveelheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

soortelijke warmte

A

de hoeveelheid warmte die nodig is om 1 g van een stof met 1 C in temperatuur te laten stijgen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

warmte

A

vorm van energie die de bewegingssnelheid van moleculen in een stof vergroot

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

warmtebron

A

apparaat dat warmte levert

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wet van behoud van energie

A

bij een energieomzetting gaat geen energie verloren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Q = c x m x deltaT

A

Q is warmte in J
c is de soortelijke warmte in joule per gram en per graad celsius (J /g C)
m is de hoeveelheid stof in gram
delta T is t eind min T begin in graden C

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly