2.5 Delfstoffen in Nederland Flashcards

1
Q

Nederland is rijk aan delfstoffen, wat bevind er bijna overal in de ondergrond van Nederland?

A

Steenkool uit het Carboon. In het verleden is de steenkool in Zuid-Limburg gewonnen, omdat het daar het dichtst aan de oppervlakte ligt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is wel al 40 jaar dicht?

A

De steenkoolmijnen. De winning was te duur geworden en steenkool was te vervuilend. Bovendien had men in het noorden van Nederland een alternatief gevonden: aardgas.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe ontstond dit gas?

A

Tijdens het inkolingsproces van steenkool. Gas werd uit het gesteente geperst en kwam terecht in de poriën van zandsteen uit het Perm. Bovenop het zandsteen lag een ondoordringbare laag van steenzout die het gas tegenhield.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Hoe noem je het poreuze gesteente waarin een delfstof ligt opgeslagen?

A

Het RESERVOIRGESTEENTE.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hoe noem je het gesteente waarin een gas is ontstaan?

A

Het MOEDERGESTEENTE.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

De winning van aardgas heeft ons land veel voordelen opgeleverd, maar ook nadelen, wat zijn die nadelen?

A

De gaswinning leidt tot aardbevingen, daarom is besloten om minder aardgas te winnen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke belangrijke rol speelt het zout in de ondergrond van Nederland nog meer naast het aardgas?

A

Het wordt ook uit de grond gehaald voor de productie van chloor.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat heeft chloor?

A

Veel industriële toepassingen, onder meer bij de productie van PVC (voor buizen en vloeren bijvoorbeeld), textiel en zeep. Een klein deel wordt verwekt tot keukenzout.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wanneer ontstond het zout?

A

In het perm toen Nederland deel was van een ondiepe zee. Omdat het warm was, verdampt zeewater. Het zout bleef over.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is er naast steenkool, aardgas en zout nog meer gewonnen in Nederland?

A

Aardolie, het moedergesteente voor de aardolie in Nederland bevindt zich in de lagen die tijdens de Jura zijn gevormd. Het reservoirgesteente wordt gevormd door lagen uit het Krijt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe wordt kalksteen uit het krijt in Nederland gewonnen?

A

In dagbouw. Deze delfstof wordt gebruikt voor bouwstenen, cementproductie en meststoffen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Waar maakte Nederland tijdens het Krijt een deel van uit?

A

Van een subtropische zee. op de bodem van deze warme zee hoopten zich grote hoeveelheden schelpen en skeletjes van micro-organismen op. Doordat dit miljoenen jaren doorging ontstonden metersdikke pakketten die veranderden in kalksteen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoe is het zand en grind naartoe gekomen?

A

In het Pleistoceen door woest stromende rivieren, door landijs en door wind die na de ijstijd in Nederland vanuit het westen waaide vanaf een droge Noordzeebodem.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe worden zand en grind gebruikt?

A

Als ophoog- en bouwmateriaal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat doet Nederland veel, ook al hebben we zelf veel delfstoffen?

A

We importeren onder andere alle metaalertsen die we gebruiken. Nederland heeft bijvoorbeeld op eigen grondgebied geen enkele van de 28 kritieke metalen die op de lijst van de EU staan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat importeert Nederland nog meer?

A

Fossiele brandstoffen, zoals steenkool en aardolie.

17
Q

Wat wil Nederland om de afhankelijkheid van het buitenland te verkleinen voor 2050?

A

Een circulaire economie hebben.

18
Q

Wat is een circulaire economie?

A

Dat is een economie waar geen afval meer in bestaat. Dat komt doordat producten efficiënter worden ontworpen en materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Afval is de nieuwe grondstof. Dat geldt niet alleen voor de industrie, die nu al veel metaal hergebruikt, maar ook voor consumentensspullen.

19
Q

reservoirgesteente

A

Het poreuze gesteente waarin zich aardolie en aardgas vanuit het moedergesteente verplaatsen en van waaruit het gewonnen wordt.

20
Q

moedergesteente

A

Het gesteente waarin aardolie en aardgas zijn ontstaan.