2 Circuit Rouge đź”´ Flashcards
de neef
le cousin
de fitness
le fitness
het avonturenpark
le parc d’avontures
de afspraak
le rendez-vous
de activiteit
l’activité
de datum
la date
de zalf
la pommade
de karaokeavond
la soirée de karaoké
binnenkort
bientĂ´t
beter
mieux
zeker
sûrement
karten
faire du karting
kajakken
faire du kayak
winnen
gagner
voorstellen
proposer
een afspraak vastleggen
fixer rendez-vous
knutselen
bricoler
zonnen
bronzer
verzamelen
collectionnner
dansen
danser
tekenen
dessiner
luisteren (naar)
Ă©couter
schrijven
Ă©crire
spelen (+ sport, spel)spelen (+ muziek-instrument)
jouer Ă (+ sport)de (+ instrument)
organiseren
organiser
deelnemen aan
participer Ă
weggaan, vertrekken
partir
doorbrengen
passer
beoefenen (+sport)
pratiquer (+sport)
schilderen
peindre
picknicken
pique-niquer
iemand bezoeken
rendre visite à quilqu’un
zwemmen
se baigner
zich ontspannen
se détendre
zich erg amuseren, uit de bol gaan
s’éclater (fam.)
trainen
s’entraîner
(uit)rusten
se reposer
op het internet surfen
surfer sur Internet
reizen
voyager
de atletiek
l’athlétisme (m)
het badminton
le badminton
het ballet
le ballet
het wielrennen, het fietsen
cyclisme
het golfspel
le golf
het hockey
le hockey
het petanquespel
le jeu de boules
het joggen
le jogging
het judo
le judo
het karate
le karaté
het schaatsen
le patinage
het skiën
le ski
het langlaufen
le ski de fond
het waterskiën
le ski nautique
het snowboarden
le snowboard
het surfen
le surf
het tafeltennis
le tennis de table
het volleyball
le volley(ball)
het boksen
la boxe
het hardlopen
la course Ă pied
het dansen
la danse
het paardrijden
l’etuitation (f)
de (berg) beklimming
l’escalade (f)
het schermen
l’escrime (f)
het zwemmen
la natation
het petanquespel
la pétanque
het windsurfen
la planche Ă voile
het duiken
la plongée
het zeilen
la voile