1 idioom Flashcards
verlässig
betrouwbaar
aufsässig
opstandig
die Beziehung
de relatie
anständig
fatsoenlijk, net
die Ehe
het huwelijk
der Familienstand
de burgelijke staat
der Nachwuchs
de kinderen
die Zuwendung
de aandacht
vernachlässigen
verwaarlozen
der Unterhalt
de alementatie
die Verwandtschaft
de familie
die Ähnlichkeit
de gelijkenis
die Angehörigen
de familieleden
die Vorfahren
de voorouders
die Nachkommen
de nakomelingen
die Herkunft
de afkomst
das Alter
de leeftijd
der Ehebruch
het overspel
die Geselligkeit
het gezelschap
das Benehmen
het gedrag
üble Nachrede
smaad
tadeln
afkeuren
verheimlichen
geheimhouden
der Tratsch
het geroddel
hetzen
ophitsen
seicht
oppervlakkig
zwiespältig
verdeeld
das Misstrauen
het wantrouwen
der Krach
de ruzie
zumutbar
redelijk
sich zieren
aarzelen uit schaamte
der Ruf
de goede naam
beabsichtigen
van plan zijn
berücksichtigen
rekening houden met
vernetzt
in netwerk verbonden zijn
die Ausländerquote
het percentage buitenlanders
die Gleichberechtigung
die emancipatie
das Gemeinwohl
het algemeen welzijn
das Schicksal
het lot
die Tatsache
het feit