Ziektebeelden 1e jaar Flashcards
Symptomen van acute pancreatitis
heftige, stekende epigastrische pijn, uitstralend naar rug misselijkheid en braken koorts icterus bij galstenen als oorzaak: koliek pijn
Diagnose stellen acute pancreatitis
Lab: amylase en/of lipase > 3x bovengrens
Oorzaken acute pancreatitis
Binge drinking (6-12 uur eerder) Medicatie Infectie Galstenen Metabole stoornissen Trauma
Risicofactoren voor cholelithiasis
Fat, Female, Forty, Fertile
Hoog cholesterol en onverzadigde vet inname
Behandeling van cholelithiasis
Endocopisch: ERCP
Chirurgisch: galwegexploratie
ERCP > chirurgisch
Diagnose Aneurysma Aorta Abdominalis (AAA)
Aortaverwijding met >1,5x normale diameter (±3 cm)
Risicofactoren AAA
Roken Hypertenstie Hyperlipidemie COPD Familiair
Wanneer is een operatie geïnduceerd bij AAA
Aorta diameter >5,5 cm –> Ruptuur risico > risico operatie
Kenmerken van atriumfibrilleren (boezemfibrilleren)
Volledig irregulair, ventriculair (breed complex) tachycardie
Wat is er te zien op een ECG van atriumfibrilleren
Zaagtand basislijn
Breed complex
Volledig irregulair/niet samenhangend
Geen p-toppen
Behandeling van atriumfibrilleren
Acute setting: cardioversie onder narcose
Levensstijl adviezen
Medicamenteus:
- Beta-blokker
- Anti-stolling: coumarines, heparine, DOAC
Wat zijn belangrijke complicaties van atriumfibrilleren
Optreden van: CVA, hartinfarct, longembolie door stolsel vorming in hartoortje
Wat is de epidemiologie van AVNRT
- beginleeftijd: 20ste levensjaar
- Incidentie: 30% bevolking
- prevalentie: 1:800
- man < vrouw (1:3)
Behandeling van AVNRT
Ablatie Vasovagale manœuvre Medicamenteus: - beta-blokker - calcium antagonist - adenosine
Wat is een AVRT
AVRT = atrio-ventriculaire re-entry tachycardie
Kenmerken ECG voor AVRT
- smal complex
- delta-golf: golf na p-top
Kenmerken ECG voor AVNRT
- smal complex
- P-top achter QRS-complex en/of verdwijnen
- verlengde PR-tijd
Welke kenmerken horen bij LO bij acute bronchitis
LO: piepen + crepitaties + Rhonchi
Welke kenmerken horen bij LO bij pneumonie
LO: ademruis + crepitaties + percussie; verlaagd
Kenmerken X-thorax bij pneumonie
X-thorax: consilidatie + silhouette sign
Gevolgen van COPD
Irreversibele bronchiale obstructie Gaswisseling stoornis hypersecretie van mucus hyperinflatie pulmonale hypertensie fibrose vorming
Kenmerken horen bij LO COPD
LO: verminderd ademgeruis, piepen, percussie: normaal of hypersenoor + verlengt experium
Behandeling COPD
Beta-2 agonisten: salbutamol, salmeterol M- antagonisten: ipatropium, tiotropium Theophylline inhalatie cortiocsteroiden: budesonide Montelukast Omelizumab
Kenmerken spirometrie van intestinale longziekte (ILD)
Spirometrie:
- vorm: puntputs
- TLC: <-1,64 SD
- FEV1: verlaagd
- FEV1/VC: normaal of verhoogd
Beloop intestinale longziekte (ILD)
Zonder longtransplantatie levensverwachting: 3 - 5 jaar
Symptomen bij EEA: acute vorm
anamnese:
- Dyspnoe
- Hoesten
- Koorts
- Malaise
LO: squeeking + verscherpt ademgeruis
Symptomen bij EAA: chronische vorm
Anamnese: dyspnoe
LO: clubbing + crepitaties
HR-CT bij EAA: acute vorm
HR-CT: airtrapping, matglas, ontsteking nodules
HR-CT bij EAA: chronische vorm
HR-CT: fibrose + cystevorming
Wat kan er uit het lab komen bij pneumonie?
CRP: verhoogd
serum ureum: verhoogd
Leuko’s: verlaagd
pH: verlaagd
Risicofactoren voor pneumothorax
Lange, slanke man Roken Trauma Positieve FA COPD/emfyseem Activiteit met grote drukverschillen Longoperatie gehad
Symptomen bij astma
Dyspnoe
Hoesten: vooral nacht en/of ochtend
piepende ademhaling
druk op de borst
Aanvullend onderzoek bij astma
Spirometrie: obstructie aantonen –> FEV1 <-1,64 SD
reversibiliteit bepalen:
- Peakflow: 20% variatie binnen dagen of 10% (kind: 13%) in 1 dag
- reversibiliteit meting: FEV1 > 12% omhoog na >200 ml
Bronchiale hyperreactiviteit test (histamine provocatie)
- FEV 20% dalen –> <32.0 mg/ml is afwijkend
symptomen bij longembolie
Dyspnoe Pijn op borst vast aan ademhaling hoesten koorts zweten tachypnoe tachycardie soms bloed ophoesten
Hoe werkt de WELLS score
> 4 punten –> spiraal CT
<4 punten –> D-dimeer –>
>0,5 –> spiraal CT
< 0,5 –> uitgesloten longembolie
Hoe werkt de YEARS beslisregel
> 1 punt –> D-dimeer –> >0,5 = spiraal CT
0 punten –> D-dimeer –> >1,0 = spiraal CT
Hoe lang moet je antistolling slikken na longembolie
Bij risicofactor: 3 maanden
Bij maligniteit: 3-6 maanden
Bij ideopatisch: 3 maanden tot levenslang
Bij recidief/levensbedreigend: levenslang
Wat betekend teleangiectasie
teleangiectasie = uitzetting bloedvaatjes
Symptomen van diep veneuze trombose (DVT)
Trombose been: -dik -warm -rood -glanzend -pijnlijk Pijnlijk Jeuk Pitting oedeem varices ulceraties
Diagnose stellen diep veneuze trombose (DVT)
Klinische kansschatting maken
- > 2 punten –> CUS (echo)
- < 2 punten —> D-dimeer
- <0,5 –> uitgesloten
- > 0,5 —> CUS
Hoe worden klachten van varices erger?
- in de loop van de dag
- lang stilzitten
- warme omgeving
Hoe worden klachten van varices minder erg?
- Spieren bewegen
- Been omhoog leggen
Symptomen van varices
- jeuk
- verkleurde of verharde huid
- warm
- krampen
Complicaties van varices
- varices bloeding
- tromboflebitis = ontsteking oppervlakkige venen door trombus
Symptomen van chronische veneuze insufficiëntie
- zwaar of vermoed gevoel been
- nachtelijk krampen of onrustige benen
- jeuk
- varices
- pigmentatie
- pitting oedeem
- eczeem
- erythema
Gevolgen van Chronische veneuze insufficiëntie (CVI)
Gevolgen CVI:
Stuwing been venen
Verhoogd veneuze druk
Veneuze reflex
Wanneer spreek je van hypertensie
Hypertensie: 140/90 mmHg
Bevindingen lichamelijk onderzoek bij myocardinfarct
- transpireren
- soeffle
- tekenen van shock
Verschil tussen STEMI en nSTEMI in behandeling
STEMI: ZSM revasculariseren
nSTEMI: binnen 24 h revasculariseren
tenzij: hemodynamisch instabiel of niet pijnvrij krijgen –> ZSM revasculariseren
Welke medicijnen zitten in de golden 5 bij een myocardinfarct
- Aspirine
- Beta-blokker
- ACE-remmer
- P2Y12 inhibitor
- Statine
Symptomen van een myocardinfarct
Pijn op de borts met uitstraling L arm en/of schouder
Dyspnoe
Palpitaties
Vegatieve verschijnselen: misselijk, zweten, grauw zien
Algehele malaise
Welke soorten angina pectoris heb je?
Stabiel = door plaque klachten bij inspanning en verdwijnen bij rust
Instabiel = door trombus afsluiting vat dus klachten bij rust
prinzmetal = klachten door vaatspasme
Hoe diagnose stellen bij stabiele angina pectoris
Passend anamnese
inspanning ECG: ST-depressie
Behandeling stabiele angina pectoris op volgorde uitvoeren
- levensstijl adviezen
- medicamenteus: beta-blokker, calciumantagonist, nitraat, tromboaggregatieremmer, statine, ACE-remmer
- revascularisatie: PCI/CABG
Behandeling instabiele angina pectoris
- revascularisatie: PCI/CABG
- medicamenteus
- levensstijl advies
Symptomen van myocarditis
POB Hartfalen: orthopnoe, ect Hartritmestoornis: palpitaties Dyspnoe Koorts Zweten Virale klachten Vocht vasthouden Vermoeidheid
Welk aanvullend onderzoek wordt er gedaan om myocarditis vast te stellen
ECG: geleidingsstoornis, ritmestoornis, polarisatieafwijking
ECHO: verminderde pompfunctie
LAB: verhoogd troponine, CRP, virusparameters
Symptomen bij pericarditis
stekende, scherpe pijn op de borst - erger: plat liggen, inademen, bewegen - beter: voorovergebogen Dyspnoe infectieuze klachten Koorts
Diagnose stellen pericarditis
2 van de 3 aanwezig:
LO: pericardwrijiven
ECG: ST-elevatie in bijna alle afgeleiden
ECHO: pericardeffusie
Symptomen hartfalen
Longoedeem Pitting oedeem Dyspnoe Orthopnoe Nicturie Palpitaties Vermoeidheid Verwardheid Hoesten
Wat kan je waarnemen bij LO bij hartfalen
LO: crepitaties en tachycardie
Wat is er te zien op ECG, X-thorax en Lab bij hartfalen
ECG:
- ST-verandering
- Q-golf
- Geleidingsstoornis
- Ritmestoornis
X-thorax:
- Cor-thorax ratio > 5,0
- Apex verschuiving naar Links
Lab:
- BNP/NT-proBNP: verhoogd
>400 = HF waarschijnlijk
< 100 = HF onwaarschijnlijk
Behandeling hartfalen
Levensstijl advies
Diuretica
ACE-remmers
Beta-blokkers ‘start low, go slow’
Symptomen van aortaklep stenose
AP klachten Hartfalen klachten Duizeligheid Syncope Plotse dood
Wat kan je horen bij LO bij aortaklep stenose
LO: systolische erectie geruis tussen 1e en 2 harttoon
Risicofactoren voor aortaklep stenose
Anatomische afwijkingen
Ouderdom
Endocarditis
Behandeling van aortaklep stenose
Percutane interventie: ballondilatatie
Klepplastiek
Klepvervanging
Klachtem bij het syndroom van Tietze
Pijn op de borts met uitstraling Pijn duidelijk aan 1 kant Pijn spontaan ontstaan Pijnlijke plek kan rood en dik worden Pijn erger door: - diep zuchten - Hoesten/niezen - Bewegen
Waar zitten de M2 en M3 receptoren (muscarine receptoren: binden acethyl choline)
M2: hart en zenuwen
M3: gladde spierweefsel en exocriene klieren
Effect van alfa 1 agonisten
Vasoconstrictie Hypertesie Veneuze druk omhoog Pupilverwijding Aanspannen urether sphincter
Effect van alfa 2 agonisten
Vasoconstrictie
Verminderd insuline afgifte
Verminderd neurotransmitter afgifte
Effect van beta 2 agonisten
Vasodilatatie Hypotensie Verslappen bronchi Verslappen baarmoeder Verhogen glycogenolyse Verhogen afgifte glucagon
Welke groep vallen de volgende geneesmiddelen:
- Salbutamol
- Salemeterol
- Formoterol
Beta 2 agonisten (beta-2 sympathicomimetica)
Effect van beta 1 antagonisten
Verlagen hartfrequentie Verlagen contractiliteit Verlagen cardiac output Verlagen hartgeleiding Verlagen renine afgifte
Welke groep vallen de volgende geneesmiddelen:
- Propanolol
- Sotalol
- Metoprolol
- Atenolol
Beta blokkers (Beta- 1 sympaticolytica)
Wat is het effect van en bij welke aandoeningen gebruikt:
- nitroglyceride
- Isosorbide dinitraat
- Isosorbide mononitraat
Groep: nitraten
Gebruikt: Myocard infarct en angina pectoris
Effect: vasodilatatie –> preload omlaag + O2 behoefte omlaag
Wat is het effect van en bij welke aandoeningen gebruikt:
- Amlodipine
- Nifedipine
Groep: calciumantagonist
Gebruikt: AVNRT, hypertensie en angina pectoris
Effect: vasodilatatie, verlagen contractiliteit en hartfrequentie en langere diastole
Bijwerking van: (beta 2 agonisten)
- Salbumanol
- Salmeterol
Reflex tachycardie
Aritmieën
Tremor
Transpireren
Wat betekend een type 1 fout?
Type 1 fout = nulhypothese (geen verschil gevonden) hoort te kloppen ondanks dat er een significant verschil is gevonden
Wat betekend een type 2 fout?
Type 2 fout = geen significant verschil gevonden ookal hoor je die wel te vinden (nulhypothese (geen verschil) had verworpen moeten worden)
Hoe berekend je de numbers-needed-to-treat (NNT)
NNT = 1 : RD (Risk difference –> CI groep A - CI controle groep)
Hoe berekend je de power van de studie?
Power = 1 - type 2 fout
Wat betekend een lage power
Bij een lagere power wordt de kans op een type 2 fout groter
Wat is het effect van theofylline
Theofylline = bronchodilatator
Waarom theofylline niet geven aan kinderen
Theofylline verhoogd kans bij kinderen op:
- convulsies
- aritmieën
Volgorde behandelplan astma
- Beta 2 agonist: salbutamol, salmeterol
- Cortiocsteroid toevoegen: Budesonide, bedometason
- Dosis corticosteroid verhogen
- toevoegen beta-2 agonist, montelukast of omalizumab
Op welke transporter heeft bumetanide en furosemide effect
Groep = lis diuretica
werken op: NKCC2 = natrium-kalium-chloride-co-transporter
- in lus van Henle
Op welke transporter heeft hydrochloorthiaze en chloorthalidon effect
Groep: Thiazide diuretica
Werken op: NCC = natrium-chloride-cotransporter
- in distale tubulus
Op welke transporter heeft Spironolacton en amilorde effect
Groep: kalium sparende diuretica
Werken op: ENaC= natrium opname gekoppeld aan kalium afgifte
- in verzamelbuis
Werking en voor welke ziektes gebruikt: ongefragmenteerd heparine
Heparine: anti-stolling
Gebruikt voor: angina pectoris, longembolie acute afse, DVT, atriumfibrileren
Effect: anti-trombine –> trombine wegvangen
Toedieningsvorm, T1/2 en nadelen van ongefragmenteerd heparine
Toediening: IV
T1/2: 0,5 - 3 h
nadelen: onvoorspelbaar effect
effect en voor welke ziektes gebruikt:
Nadroparine
Groep: LMWH
Ziektes: longembolie acute fase en DVT
Effect: antistolling door wegvangen Factor Xa
Effect en voor welke ziektes gebruikt:
Alcenocoumarol
Fenprocoumaron
Groep: vitamine K antagonist
Ziektes: DVT + atriumfibrileren
Effect: antistolling door vitamine K wegvangen waardoor stollingsfactoren II, VII, IX, X niet kunnen worden gemaakt
Nadeel van Acenocoumarol en Fenprocoumaron
Moet steeds de INR worden gemeten –> naar trombose dienst.
INR = Protrombine tijd patiënt / Protrombine tijd normaal persoon
Effect en voor welke ziektes gebruikt:
Dabigatran
Apixaban
Groep: DOAC
Ziektes: DVT + atriumfibrileren
Effect:
- Dabigatran = Directe trombine remmer
- Apixaban = directe factor X remmer
Effect en voor welke ziektes gebruik:
Acetylsalicylzuur
Groep: tromboaggregatie remmer
Ziektes: instabiele AP en myocardinfarct
Effect: Remt irreversibel cyclo-oxigenase (COX1) in trombocyten
Effecxct en voor welke ziektes gebruikt:
Clopidogrel
Prasugrel
Groep: P2Y12 remmers - tromboaggregratie temmers
Ziekte: myocardinfract
Effect: Irreversibele remming ADP-receptor in trombocyten waardoor niet samenklonteren
Bevindingen LO bij longembolie
LO: sonore percussie en pleurawrijven
Verschil tussen type 1 en type 2 respiratoire insufficiëntie
type 1 = longfalen/incompleet
- pO2 verlaagd
Type 2 = pompdalen/compleet
- pO2 verlaagd, pCO2 verhoogd
Oorzaken van type 1 respiratoire insufficiëntie
Verminderde O2 in omgeving - Hoogte - Slechte ademhalingstechnieken (milde) hypoventilatie - Slaapapnoe - Verminderde spierkracht Ventilatie-perfusie stoornissen - dode ruimte: longembolie - shunt: VSD, ASD, pneumonie, astma, emfyseem, consolidaties, bloeding longen Diffussie stoornissen - long emfyseem - fibrose - COPD/ILD/pneumoconioce - Longresectie
Oorzaken van een type 2 respiratoire insufficiëntie
Teveel CO2 productie hypoventilatie Cerebraal iets kapot waardoor ademhalingscentrum niet meer goed werkt Spierzwakte/paralyse diafragma Kyfose Ribfractuur
Klinische kenmerken van type 1 respiratoire insufficiëntie
Patiënt: onrustig, euforisch, comateus Ademhaling: grote teugen + hoge frequentie Cyanose van lippen Tachycardie Polyglobulie --> langer bestaand
Klinische kenmerken van type 2 respiratoire insufficiëntie
Polyglobulie
myocard insufficiëntie
Vochtretentie
Acidose
Welke deel hart heeft afgeleiden beeld:
- II, III, aVF
- V1, V2
- V3, V4
- I, aVL, V5, V6
- II, III, aVF = onderwand
- V1, V2 = anterior septaal
- V3, V4 = anterior
- I, aVL, V5, V6 = lateraal
Welke kleppen aangedaan bij: diastolisch hartgeruis
Diastolisch:
- mitralis stenose
- aorta insufficiëntie
Welke kleppen aangedaan bij: systolisch hartgeruis
Systolisch
- Mitralis insufficiëntie
- Aorta stenose
Oorzaken van microcytaire anemie
ijzer tekort
chronische ziekte
thalassemie
hemoglobine pathologieën
Oorzaken van normocytaire anemie
Chronische ziekte Hemolyse Bloedingen hematologische maligniteit leverfalen nierfalen hypothyreoïdie hemoglobine pathologieën plastisch syndroom Medicamenteus
Oorzaken van macrocytaire anemie
Vitamine B12 defficiëntie Foliumzuur defficiëntie hypothyreoïdie Myelodysplastisch syndroom Alcohol gebruik Medicamenteus
Wat is primaire, secundaire en tertiaire preventie
Primaire = voorkomen gezonde personen niet ziek worden
Secundair = Opsporen van ziekte bij zieke, hoogrisico of genetische aanleg hebben
tertiaire = Ziek persoon niet zieker of complicaties krijge en bevorderen zelfredzaamheid
Wat is een obstructieve shock?
Obstructieve shock = shock door obstructie in de bloedbaan, vb bloedpropje
Wat is een hypovolemische shock?
Hypovolemische shock = shock door heftig bloedverlies, vochtverlies of uitdroging waardoor er te weinig bloedvolume is om weefsel O2 te geven
Wat is cardiogene shock?
Cardiogene shock = shock door hartfalen waardoor hart te weinig pompkracht heeft
Wat is distributieve shock
Distrutieve shock = shock door slechte verdeling van het bloed over lichaam doordat bloedvaten heel wijd open gaan staan. Er is hierbij geen bloedverlies
Vb: anafylactische shock, septische shock en neurogene shock
DD bij hematurie
IgA nefropathie
Syndroom van Alport
Thin membrane nefropathie
Waarmee presenteert ziektebeelden zich:
- IgA nefropathie
- Syndroom van Alport
- thin membrane nefropathie
- IgA nefropathie: hematurie + proteïnurie
- Syndroom van Alport: hematurie + proteïnurie
- thin membrane nefropathie: hematurie
Kenmerken van het syndroom van Alport (patiënten) + hoe diagnose stellen?
Syndroom van Alport: genetisch defect in collageen type 4
Kenmerken subtype 5: X-gebonden, patiënten
- Jongens
- Doof
- Jonge leeftijd problemen
Diagnose ook stellen via HUID of BLOED
Kenmerken van nefrotisch syndroom
Nefrotisch syndroom = verlies van selectiviteit:
- Proteinurie >3,5 g/dag
- Oedeem
- Hyperalbuminerie
- Hyperlipidemie
DD bij nefrotisch syndroom
Nefrotisch syndroom:
- Minimal change disease
- Vocaal segment glomerulosclerose
- Membraneus glomerulopathie
Behandeling nefrotisch syndroom
Vaak met: prednison (afweerremmen medicatie)
Proteinurie behandelen: ACE-remmers of Angiotensine receptor antagonisten
Kenmerken van nefritisch syndroom
Nefritisch syndroom:
- Nierinsufficiëntie
- Hematurie
- Proteinurie < 3 g/dag
- Oedeem
- Hypertensie
DD bij nefritisch syndroom
Nefritisch syndroom:
- Anti-GBM glomerulonefritis
- ANCA geassocieerde glomerulonefritis
- Poststreptococcen glomerulonefritis
Waar zijn de antistoffen tegen gericht bij:
- Anti-GBM glomerulonefritis
- ANCA geassocieerde glomerulonefritis
- Poststreptococcen glomerulonefritis
- Anti-GBM glomerulonefritis: Collageen type 4A in basaal membraan van de nier
- ANCA geassocieerde glomerulonefritis: ANCA antistoffen tegen witte bloedcellen
- Poststreptococcen glomerulonefritis: antistoffen tegen strep eiwitten afkomstig van luchtweginfectie die neerslaan in de nier
Wat is de belangrijkste bijwerking van:
- Amlodipine
- Nifedipine
Groep: calciumantagonist
Bijwerking: enkel oedeem
Belangrijkste bijwerkingen van:
- Enalapril
- Perindopril
Groep: ACE-remmers
Bijwerkingen:
- Droge hoest
- Angio oedeem
- Ontwikkelen nierinsufficiëntie
Belangrijkste bijwerkingen van:
- Propanolol
- Metoprolol
- Atenolol
- Sotalol
Groep: Beta-blokkers
Bijwerkingen:
- bradycardie
- koude acra
- vermoeidheid
- impotentie
- brochoconstrictie
Belangrijkste bijwerkingen van:
- Prednison
Groep: glucocorticoïd (ontstekingsremmend)
Bijwerkingen:
- Hypertensie
- Spierzwakte
- Overgewicht
- Diabetes mellitus
Op basis van welke criteria kan de diagnose artritis temporalis worden gesteld?
Aanwezigheid miniaal 3 van de 5 criteria:
1. leeftijd > 50 jaar
2. nieuwe (gelokaliseerde hoofdpijn
3. pijn en/of verminderde pulsatie van a. temporalis bij palpatie
4. BSE > 50
5. biopt met (grote vaten) vasculitis
Wat is de behandeling van Artritis temporalis?
Hoge dosis glucocorticosteroiden gedurende 1-2 weken (schade oog voorkomen)
Daarna: verlagen dosis die wordt gegeven tussen 1-meerdere jaren (om recidief te voorkomen)
Wat is het medicatie opbouw schema bij astma?
1e stap: kortwerkend beta-2 receptor agonist: salbutamol/terbutaline
2e stap: inhalatiecorticosterois bij geven: beclometason/budesonine
3e stap: dosis inhalatiecorticosteroid verhogen
4e stap: langwerkend beta-2 receptor agonist of M(3)-receptor antagonist of theofylline
5e stap: montelukast of omalizumab
Welke testen kunnen worden gedaan om de diagnose astma te ondersteunen?
- spirometrie
- obstructie als: FEV1/FCV <-1,64 SD (LLN) of <0,70
- vorm: concaaf
- reversibiliteit meting:
- reversibel als: verbetering na bronchodilatator in FEV1 > 12% na > 200 mL
- Variabiliteit meten:
- bepalen piekflow over de dag: Variatie binnen 1 dag krijgen: > 10% (kind >13%) –> aanwijzing astma - bronchiale hyperreactiviteit:
- hyperreactiviteit als: FEV1 daalt met 20%
- ## PC20 = provocatieconcentratie waarbij FEV1 20% gedaald
Hoe kunnen de 3 verschillende vormen van neuropathieën leiden tot een diabetische voet?
- sensibele neuropathie –> voelt trauma niet en voelt niet dat wondje ontstaat
- motorische neuropathie –> zwakte van voetspieren waardoor standsafwijkingen en coördinatieproblemen wat leidt tot drukpunten, eeltvorming en kleine bloedingen
- autonomie neuropathie –> droge huid met minder doorbloeding
Wat kunnen oorzaken zijn van microcytaire anemie?
Microcytaire anemie: MCV < 80 FL
- ijzergebrek
- chronische ziekte
- thalassemie
- andere hemaglobinopathieën
Wat kunnen oorzaken zijn van normocytaire anemie?
Normocytaire anemie: MCV 80-100 FL
- hemolyse
- chronische ziekte
- bloeding
- medicatie
- hematologische maligniteit
- nierfalen
- leverziekte
- hypothyreoïdie
- hemoglobinepathieën
- aplastisch syndroom
Wat kunnen oorzaken zijn van Macrocytaire anemie?
Macrocytaire anemie: MCV > 100 FL
- vitamine B12 deficiëntie
- vitamine B11 deficiëntie
- alcohol abuse
- medicatie
- hypothereoidie
- myelodysplastisch syndroom
Wat is stabiele angina pectoris?
stabiele angina pectoris = verminderde bloeddoorstroom door de coronair vaten door stabiele atherosclerotische plaque
Hoe kan je de diagnose stabiele anigina pectoris bevestigen?
Inspannings ECG: ST-depressie zien
Hoe gaat de behandeling van stabiele angina pectoris?
- leefstijladviezen
- medicatie:
- symptomatisch: beta-blokkers, calciumantiganosten, nitraten, trombocytenaggregatieremmers
- preventief: statines, ACE-remmers
- Operatief (als medicatie niet werkt:
- PCI: percutane coronaire interventie
- CABG: coronair arterieel bypass graft
Indicaties: ernstig drievatslijden, hoofdstam laesie, hoge LAD laesie
Welke klachten kunnen voorkomen bij hyperthyreoïdie?
- gewichtsverlies
- warmte intolerantie
- tremor
- hartkloppingen
- angst
- diarree
- dyspnoe
- atriumfibrilleren
- struma
- exopthalmopathie
Wat is de ziekte van Hirschprung?
Ziekte van Hirschprung = aangeboren afwijkingen waarbij deel van dikke darm geen zenuwcellen bevat en hierdoor slecht kan contraheren
Wat is de normale incidentie van de ziekte van Hirschprung en bij syndroom van Down?
Normaal = zeldzaam –> 1 : 5000
Down = vaak –> 2 : 100
Wat is de mononucleosis infectiosa?
Mononucleosis infectiosa = ziekte van Pfeiffer = infectie ziekte veroorzaakt door het Epstein-Barrvirus
Bij welke groepen komen volgende hematologische maligniteiten vaker voor?:
- acute lymfatische leukemie (ALL)
- acute myeloid leukemie (AML)
- chronische lymfatische leukemie (CLL)
- chronische myeloid leukemie (CML)
- acute lymfatische leukemie (ALL): kinderen en jongvolwassenen
- acute myeloid leukemie (AML): mensen boven 60 jaar
- chronische lymfatische leukemie (CLL): bij ouderen (mediane leeftijd 65+)
- chronische myeloid leukemie (CML): toevalsbevinding want geen symptomen
Wat is het verschil tussen cellulitis en erysipelas?
Erysipelas: scherp begrenst erytheem
Cellulitis: minder scherp begrenst erytheem
Welke klachten kunnen voorkomen bij erysipelas?
- hoge koorts
- koude rillingen
- malaise
- scherp begrenst erytheem
- oedeem
- induratie
- warme huid
- soms blaren
Wat voor type overgevoeligheids reactie is contacteczeem?
Type IV-reactie = vertraagde T-cel gemedieerde reactie
Allergeen opgenomen door APC –> aangeboden aan T-cel –> activatie en cytokines uitscheiden –> allergisch beeld
Welke test kan worden gedaan om contacteczeem aan te tonen + wanneer is deze test positief?
Patch test (plakproef) voor specifiek allergeen
Positief als: induratie, erytheem en/of blaarvorming
Uit welke klachten/symptomen bestaat het atopisch syndroom?
- eczeem
- voedselallergie
- astma
- rhinoconjunctivitis
Wat is asteatotisch eczeem?
Asteatotisch eczeem = eczeem veroorzaakt door een droge huid (xerodermie)
Wat is de behandeling van asteototisch eczeem?
hydrateren van de huid –> vaseline cremes en vermijden van zeep
Ernstige ontsteking: corticosteroïden zalf
Wat is spondylartritis?
Spondylartritis = verzamelnaam voor aandoeningen die mono- of oliego-artritis geven en die geassocieerd zijn met HLA B27 gen zoals:
- zieke van Crohn
- Colitis ulcerosa
- psoriasis
- reactieve artritis
- M. bechterew
Wat is reactieve artritis?
Reactieve artritis = artritis veroorzaakt door een bacteriele infectie elders in het lichaam
! bacterie dus niet aantoonbaar in gewrichtsvloeistof !
Wat is het syndroom van Reiter?
Syndroom van Reiter = trias van:
1. conjunctivitis
2. uretritis
3. artritis
Wat zijn kenmerken van reactieve artritis?
- artritis in onderste extremiteiten
- enteritis
- dactylitis (DIP betrokkenheid)
- conjunctivitis/uveitis
- uretritis
- prostatis
- cystitis
- pericarditis
- keratoderma blennorhagica
Welke symptomen kunnen voorkomen bij post-septale cellulitis orbitae?
Post-septale cellulitis orbitae:
- roodheid conjunctiva
- proptosis van oog
- visusdaling
- relatief afferente pupildefect (RAPD)
- bewegingsbeperking
- risico uitbreiden sinus cavernosus
Welke symptomen kunnen voorkomen bij een pre-septale cellulitis orbitae?
Pre-septale cellulitis orbitae:
- roodheid conjuctiva
- zwelling
- warmte
- mogelijk ongevoeligheid ooglid
Wat kunnen symptomen + oorzaken zijn van anterieure uveitis?
Oorzaken:
- HLA B27 geassocieerd
- sacoidose
- juveniele idiomatische artritis
- tubulointestiele nephritis en uveitis
- hetrochromie van Fuchs
- Herpes: VZV/HSV
- CMV
Symptomen:
- pijn
- fotofobie
- verminderde visus
Wat kunnen symptomen + oorzaken zijn van intermediaire uveitis?
Oorzaken:
- sacoidose
- MS
- ziekte van Lyme
- Rubella
Symptomen:
- inflammatie van glasvocht, pas plana en perifere retina
Wat kunnen symptomen + oorzaken zijn van posterior uveitis?
Oorzaken:
- toxoplasmose
- sacoidose
- birdshot retinopathy
- syfilis
- CMV
- HSV
- VSV
Symptomen:
- pijnloos
- fotofobie
- verminderde visus door floaters
- retinitis
- macula oedeem
Wat kunnen medicamenteuze oorzaken zijn van een niet-allergische rhinitis?
- lokale congestiva
- acetylsalicylzuur
- NSAIDs
- ACE-remmers
- Beta-blokkers
Komt een virale of bacteriele verwekker vaker voor bij:
- faryngitis
- tonsillitis
- faryngitis: virale ontsteking
- tonsillitis: bacteriele ontsteking
Welke klachten kunnen voorkomen bij laryngitis subglotica?
- heesheid
- hoest: zeehondenblafhoest
- progressieve inspiratoire stridor: in de avond
- subfebriele verhoging
- na verkoudheid
Wat kunnen tekenen zijn van een ernstig beloop bij laryngitis subglotica?
- sufheid
- angst
- sterke intrekkingen
- zacht tot opgeheven ademgeruis
- bleekheid
- cyanose
Welk virus zorgt voor een laryngitis subglotica?
Para-influenza virus
Welk virus zorgt voor een epiglottitis?
Hemophilus influenza type B
Welke klachten kunnen voorkomen bij een epiglottitis?
- hoge koorts
- ernstig ziek kind
- snel progressieve inspiratoire stridor
- slikpijn
- kwijlen
- voorafgaand niet ziek
- GEEN heesheid
- GEEN hoest
Wat is fibromyalgie?
Fibromyalgie = complexe aandoening gekenmerkt door wijdverspreide chronische pijn, vermoeidheid en tendomyogene pijn
–> chronisch pijn syndroom (stoornis is verwerking pijnprikkel in hersenen en zenuwstelsel)
Vanaf welke diameter wordt een abdominale aorta aneurysma (AAA) behandeld?
vanaf 4,5 cm sprake van AAA
vanaf 5,5 cm behandeld –> EVAR/open chirurgie
Wat voor medicijn is Glibenclamide?
Glibenclamide = sulfonylureumderivaat
–> stimuleert pancreas tot insulinesecretie (onafhankelijk van bloedsuikerspiegel) en tot betere opname van glucose in de spieren
GEVEN BIJ DIABETES TYPE 2
Wat is het risico van Glibenclamide + welke waardes van insuline + C-peptide passen daarbij?
Hypoglycemie geïnduceerd door medicatie waarbij:
- insuline: hoog
- C-peptide: hoog
Welke symptomen passen bij een hypoglycaemie?
Hypoglycemie:
- palpitaties (hartkloppingen)
- wazig zien
- sterk transpiren
- hongergevoel
- trillen
- verwardheid
- bewustzijnsverlies
- duizeligheid
- hoofdpijn
- tinteling rond de mond
- niet kunnen concentreren
-
Wanneer spreken we van een hypoglycaemie?
bloedsuiker < 3 mmol/L
Wat is de behandeling van een hypoglycaemie?
Bewust persoon: 10-25 g glucose per os
Bewusteloos persoon:
- 50 ml van 50% glucose-oplossing IV
- 1 mg glucagon subcutaan/IM: als hypo < 45 min + geen leverinsufficientie
Wat zijn tekenen van diabetische ketoacidose?
- dorst
- polyurie
- gewichtsverlies
- abdominale pijn
- teken van zwakte
- tachycardie
- hypotensie
- dehydratie
- warmte
- droge huid
- hyperventilatie
- hypothermie
- verminderd bewustzijn
Op basis van wat wordt de diagnose diabetische ketoacidose gesteld?
combinatie klinische beeld met:
- hyperglycemie
- ketonanemie/ketonurie
- acidose < 7,3 met verlaagd bicarbonaat
Bij welk type diabetes kan diabetische ketoacidose voorkomen?
Alleen bij DM type 1: absoluut insulinetekort zijn
Waar staat AMPLE voor?
AMPLE –> gebruikt in trauma situatie voor korte en nuttige anamnese:
A: allergieën
M: medicatie
P: past = relevante voorgeschiedenis/ziektes
L: laatste maaltijd
E: event = wat is er gebeurt
Waar staat de SBAR voor?
SBAR –> communicatie tussen professionele hulpverleners in (acute) trauma situatie
S: situation - over jezelf, locatie patient, probleem
B: background - voorgeschiedenis, medicatiegebruik, info uit AMPLE
A: assessment - vitale functies uit ABCDE
R: recommendation - wat verwacht je van degene aan wie je het overdraagt
Welke hartritmestoornissen is geassocieerd met een voorwandinfarct?
- Ventriculaire tachycardie
- atrium fibrilleren
Wat is het werkingsmechanisme van medicijn: pirfenidon?
Pirfenidon –> remt productie van verschillende ontstekingsfactoren en de activiteit van fibroblasten
(fibrose-remmers)
Wat zijn mogelijke bijwerkingen van pirfenidon?
- huidreacties
- vermoeidheid
- levertoxiciteit
- maag-darm klachten
- ademhalingsproblemen
Wat is het werkingsmechanisme van nintedanib?
Nintenanib –> remt signaalroutes betrokken bij vorming littekenweefsel; remt groeifactoren die de activiteit van fibroblasten stimuleert
(fibrose-remmer–> tyrosinekinaseremmer)
Wat zijn mogelijke bijwerkingen van nintedanib?
- hypertensie
- bloedingen
- levertoxiciteit
- maag-darm klachten
- vermoeidheid
- huidreacties
Welk typisch ademhalingspatroon komt voor bij IPF (idiopathische pulmonale fibrose)
IPF = restrictieve longziekte
Ademhalingspatroon: kleine teugvolume + hoge ademhalingsfrequentie
Welke klachten kunnen voorkomen bij IPF (idiopathische pulmonale fibrose)?
- progressieve kortademigheid
- hoesten
- saturatiedaling
- hypoexemie bij inspanning
- gewichtsverlies
- vermoeidheid
- gewrichtsklachten
LO:
- basale crepitaties
- clubbing nagels/vingers
Wat zijn kenmerken van het nefrotisch syndroom?
Nefrotisch syndroom:
- proteïnurie >3,5 g/dag
- hypoalbuminerie
- hypercholesterolemie
- oedeem
–> probleem in glomerulaire filtratie
Wat zijn kenmerken van het nefritisch syndroom?
Nefritisch syndroom:
- proteïnurie < 3,5 g/dag
- hematurie
- oligourie en nierinsufficientie
- oedeem
- hypertensie
Wat is het teken van Murphy?
Teken van Murphy = bij LO drukpijn onder de rechter ribbenboog
Wat zijn kenmerken van een basaalcelcarcinoom (BCC)?
- glazig
- wasachtig
- doorschijnende papel, plaques of nodus
- parelmoerachtige glans
- centrale ulceraties
- verheven, bleke rand
- teleangiëctasieën
- bloed snel
- kleine kans op metastasering (0,03%)
Wat zijn kenmerken van een plaveiselcelcarcinoom (PCC)?
- huidskleurig tot erythemateus
- pijnlijke plaque of modus
- schilfering
- centrale ulceraties
- bloed snel
- ## 80% in hoofdhalsgebied
Wat zijn kenmerken van een plaveiselcelcarcinoom (PCC)?
- huidskleurig tot erythemateus
- pijnlijke plaque of modus
- schilfering
- centrale ulceraties
- bloed snel
- ## 80% in hoofdhalsgebied
Welke klachten kunnen voorkomen bij een chlamydia trachomatis infectie?
Chlamydia trachomatis = SOA
man:
- afscheiding uit penis helder en waterig
- pijn of branderig gevoel bij het plassen
- pijn in balzak
Vrouw:
- pijn of branderig gevoel bijplassen
- meer of andere afscheiding uit vagina dan normaal
- tussentijdse bloedingen
- pijn of bloedverlies tijdens of na het vrijen
- pijn in onderbuik
- pijn rechtsboven in buik
Wat is de behandeling van Chlamydia trochomatis?
1e keuze: azitromycine 1g eenmalig
doxycycline 2dd 100mg gedurende 7 dagen
ontsmettende oogdruppels
Hoe groot is de kans dat een conjunctivitis samen gaat met een genitale chlamydia infectie?
50% gevallen conjunctivitis met chalmydia trochomatis als verwekker ook genitale chlamydia gevonden
Welke klachten kunnen voorkomen bij een Neisseria Gonorrhoeae infectie?
- uretritis
- koorts
- polyartritis
- septische artritis
- gele pus uit urethra
- conjunctivitis: karakteristiek –> besmetting oog aan zijde van dominante hand
Wat is de behandeling van neisseria Gonorrhoeae?
- cefriaxon
- ciprofloxacine (let op: veel resistentie tegen)
- azitromycine
- cefotaxim
Hoe behandel je een uveitis veroorzaakt door herpes simplex virus (HSV)
valaciclovir: 2dd 500mg gedurende 5 dagen
Welke klachten kunnen voorkomen bij een infectie met Gardia Lamblia?
- chronische diarree: slijmerig, vettig, dun
- winderigheid
- boeren
- abnormale krampen
- malaborptie
- gewichtsverlies
- anemie
- malaise
- groeiachterstand
LET OP: GEEN BLOED BIJ DIARREE
Welke klachten kunnen voorkomen bij een infectie met Entamoebe histolytica?
- bloederig diarree
- koorts
Welke klachten kunnen voorkomen bij een hepatitis E infectie?
- vermoeidheid
- lichte koorts
- buikpijn en misselijkheid (soms)
- icterus
- donkere urine
- ontkleurde ontlasting
Welk medicijn zou gegeven kunnen worden bij een Hepatitis E infectie om de infectie sneller weg te laten gaan als deze langdurig duurt?
Ribavirine
Wat is de transmissieroute van hepatitis E?
Nederland: besmet varkensvlees, ontlasting varkens en dieren in het wild (herten en wilde zwijnen)
Ontwikkelingslanden: vervuild drinkwater
Aan welke voorwaarde moet voldoen worden om preventief dagerschap van MRSA te testen?
- kort voor opname in het buitenland in een ziekenhuis geweest
- contact gehad met bedrijfsmatige gehouden levende varkens/vleeskalveren/vleeskippen
- woont op een bedrijf met levende varkens/vleeskalveren/vleeskippen die daar worden gehouden
Wat is de 1e keuze antibiotica bij een MRSA infectie?
Vancomycine IV = glycopeptide antibiotica