ziektebeelden Flashcards
wat is een pneumonie
ontsteking van het parenchym
- 90% heeft een bacteriële oorzaak en 10% is viraal
waar wordt onderscheid tussen gemaakt bij een pneumonie
- community acquired pneumonia (CAP)
- noscomiale pneumonie
wat is CAP
- buiten het ziekenhuis opgelopen pneumonie
- belangrijkste doodsoorzaak als gevolg van een infectieuze aandoening, met als mortaliteitspercentage van 14% en op de ICU 37%
wat zijn de belangrijkste innate afweer tegen een pneumonie
- hoestreflex
- mucocillaire klaring
- antimicrobiële eigenschappen van het mucosale oppervlak
symptomen pneumonie
- koorts
- hoesten
- kortademigheid
wat is de belangrijkste verwekker van een pneumonie buiten het ziekenhuis
streptococcus pneumoniae
s. pneumoniae pneumonie
- acuut begin
- thoracale pijn
- (bloederig) sputum
- koude rillingen
- 40% van alle CAP’s
typische bacteriële verwekkers van een acute symptomatische pneumonie
- haemophilus influenza
- moraxella catarrhalis
- s. aureus
- s. pneunmoniae
h. influenza pneumonie
- mild beloop
- groenig sputum
- co-morbiditeit zoals COPD
- minder hoge koorts
- 10% van alle cap’s
m. catarrhalis pneumonie
- mild beloop
- groenig sputum
- co-morbiditeit zoals COPD
- minder hoge koorts
s. aureus pneumonie
- acuut
- thoracale pijn
- bloederig sputum
- koude rillingen
- vaak na griep (influenza)
- 5% van alle cap’s
hoe kan onderscheidt tussen typische en atypische verwekkers van een pneumonie worden gemaakt
gramkleuring: typische verwekkers kleuren goed volgens gram, terwijl atypische verwekkers niet of moeizaam kleuren
atypische verwekkers van een pneumonie
- mycoplasma pneumoniae
- legionella
- chlamydia pneumoniae
- coxiella burnetti
mycoplasma pneumoniae
- griepachtig beeld
- hoofdpijn
- spierpijn
- niet erg ziek
- jonge mensen (<45)
- zonder comorbiditeit
- 8% van alle CAP’s
legionella pneumonie
- acuut
- thoracale pijn
- bloederig sputum
- koude rillingen
- vaak in oude hotels in warme landen en in sauna’s en zwembaden
- 5% van alle cap’s
chlamydia pneumonie
- griepachtig beeld
- hoofdpijn
- spierpijn
- niet erg ziek
- jonge mensen (<45)
- zonder comorbiditeit
- 1% van alle CAP’s
wat is coxiella burnetti
q-koorts
wat zijn de auscultatoire afwijkingen die je hoort bij pneumonie
- crepitaties
- verscherpt ademgeruis
- gedempte percussie
hoe wordt de diagnose pneumonie gesteld
- ziek-zijn
- benauwdheid
- tachypneu
- koorts
- auscultatoire afwijkingen
wat is de gouden standaard bij de diagnosticering van een pneumonie
afwijkingen op de thorax-foto-> je ziet dan witte consolidaties
wat is aanvullend onderzoek bij pneumonie
- sputumonderzoek (cytogram en kweek)
- laboratoriumonderzoek (leukocyten + differentiatie, CRP, leverenzymen, nierfunctie)
- arteriële bloedgasanalyse
- ECG
- legionella/pneumococcen urine antigeen sneltest
- bloedkweken (bij 10% positief)
wat is Optioneel aanvullend onderzoek bij pneumonie
- serologie (mycoplasma (niet te kweken), chlamydia, legionella, viraal)
- pleurapunctie bij pleuravocht,
- bronchoscopie
- CT-scan
hoe wordt de kwaliteit van sputum beoordeeld
verhouding tussen plaveiselcellen en leukocyten
wat is de verhouding tussen plaveiselcellen en leukocyten bij goed sputum
<1:2
hoe kunnen virale verwekkers van LWI worden aangetoond
PCR
wat wordt er met de CURB-65 score bepaald
of de patiënt thuis kan worden behandeld of moet worden opgenomen.
hoe werkt de score bij CURB-65
voor elk onderdeel krijgt de patient 1 punt.
- score van 0-1 kan de patiënt thuis worden behandeld
- bij een score van 2 kan een ziekenhuisopname overwogen worden
- bij een score van 3 of hoger moet de patiënt worden opgenomen, eventueel op de ICU
waaruit bestaat de CURB-65 score
- confusion
- ureum > 7 mmol/L
- respiratory rate > 38/min
- bloodpressure -> systolische bloeddruk < 90 mmHg of diastolische bloeddruk <60 mmHg
- leeftijd 65+
welk antibiotica is 1e keus bij een milde CAP (curb-score 0-1)
amoxicilline en bij overgevoeligheid van amoxicilline kan gekozen worden voor doxycycline
wat is de 1e keus AB bij streptokokken pneumonie
amoxicilline po of benzylpenicilline IV
waarvan is de soort AB die je geef afhankelijk van bij een pneumonie
de soort verwekker
welk AB geef je bij severe CAP (CURB-score 3-5)
cefalosporine bij normale opname binnen 4 uur toegediend
hartfalen treedt op als gevolg waarvan?
cardiale dysfunctie
wat zijn de parameters voor cardiale dysfunctie
- ejectiefractie
- de mate van diastolische dysfunctie
- vullingsdrukken
- cardiac output
hierbij is beoordeling m.b.v. echo belangrijk
oorzaken cardiale dysfunctie
- primair hartspierprobleem (myocardinfarct, cardiomyopathie)
- overbelasting van het hart (druk- of volumebelasting, ritmestoornis)
- instroombelemmering (AV-klepstenose
5 jaarsoverleving na diagnosestelling bij hartfalen
50-60%
belangrijke risicofactor hartfalen
cardiaal belast voorgeschiedenis
symptomen hartfalen
- vermoeidheid
- dyspnoe
- orthopnoe
- verminderde inspanningstolerantie
- hartkloppingen
- nachtelijk hoesten
welke klinische tekenen vertoond iemand met hartfalen
- tachycardie
- crepitaties
- oedeem
- ascites
- verhoogd centraal veneuze druk
- hepatomegalie
AO bij hartfalen
- ECG -> is afwijkend
- echo
- laboratoriumonderzoek
- x-thorax
wat maakt een normaal ECG de kans op hartfalen
< 2%
wat laat een ECG bij hartfalen zien
eventuele ritmestoornissen, eerder doorgemaakt infarct, linkerventrikelhypertrofie, ischemie (bij een ST-verandering) of geleidingsstoornissen
wat wordt op de echo beoordeeld bij hartfalen
de hartkleppen en hartspier
wat wordt op de x-thorax beoordeeld bij hartfalen
- vorm van het hart
- aanwezigheid van kalk
- longvaten (en longoedeem)
- pleuravocht
- longinfiltraten
wat is de cardiothoraxratio
verhouding tussen de horizontale afmeting van het hart, ten opzicht van de gehele thorax. is afwijkend als deze > 0,5 is.
wat is de cardiothoraxratio
verhouding tussen de horizontale afmeting van het hart, ten opzicht van de gehele thorax. is afwijkend als deze > 0,5 is.
wat wordt er bij bloedonderzoek gemeten bij hartfalen
- HB, leukocyten, elektrolyten natrium en kalium, nierfunctie, leverfunctie, glucosespiergel en natriuretische peptiden (NT-proBNP)
wanneer wordt NT-proBNP in het hart vrijgegeven
als er sprake is van ontsteking, hypoxie of erge rek (door hypertrofie of dysfunctie)
wanneer is hartfalen uitgesloten
patiënten met acute klachten en normale hoeveelheid natriuretisch peptide in het bloed
aan de hand waarvan wordt de ernst van hartfalen ingeschat
NYHA-classificatie
NYHA-classificatie bij hartfalen
- NYHA-klasse I: Patiënt heeft geen beperkingen,
- NYHA-klasse II: Patiënt heeft milde klachten bij normale inspanning,
- NYHA-klasse III: Patiënt heeft klachten bij geringe inspanning,
- NYHA-klasse IV: Patiënt heeft klachten in rust
wat is COPD
- obstructivge longziekte -> toename van weerstand van de airflow door partiële of totale obstructie van de longwegen
- niet reversibel
- veroorzaakt door abnormale ontstekingsreactie van de longen door geïnhaleerde schadelijke deeltje of gassen
waar is COPD de verzamelnaam voor
chronische bronchitis en emfyseem
bij wie komt copd vaker voor
mannen en bij oudere mensen
door wat wordt COPD gekenmerkt
door een chronisch inflammatior proces gelokaliseerd in zowel de perifere als centrale luchtwegen, de bloedvaten en het longparenchym zelf.
van welke processen is bij COPD vaak sprake van
irreversibele bronchusobstructie, hyperinflatie, hypersecretie van mucus en stoornissen in de gaswisseling en pulmonale hypertensie
wat is emfyseem
dilatatie van luchtruimten distaal van de terminale bronchiolus door destructie van de alveolaire septa, zonder belangrijke fibrose.
- irreversibel
- destructie ontstaat door een disbalans in het protease-antiprotease systeem, productie van zuurstof radicalen of voortdurende chronische ontsteking met weefsel schade
- kan centriacinair, panacinair,paraseptaal of irregular zijn
welk beeld geeft emfyseem
pink puffer: magere patiënten die in het gelaat wat rood zijn en sterk voorovergebogen zitten, accesoire ademhalingsspieren gebruiken en met getuite lippen ademen om zo de inthrathoracale druk te verhogen
wat is chronische bronchitis
luchtwegvernauwing wat tot stand komt door hypersecretie van slijm met mucostase in de bronchiën, hyperplasie van bronchiaal klierweefsel, toename van slijmbekercellen (ten koste van trilhaarcellen), squameuze metaplasie, ontsteking en fibrose
welk beeld geeft chronische bronchitis
blue boater: wat dikkere cyanotische patient, met uitgezette longen en een verhoogd RV, dynamische hyperinflatie kan optreden
symptomen COPD
- progressief
- kortademigheid
- piepende ademhaling
- (productieve) hoest die voornamelijk in de ochtend na het opstaan het ergst is
- afvallen
- krachtverlies
wat zie je bij LO bij COPD
- ton thorax
- percussie is normaal tot hypersonoor
- zacht ademgeruis
risicofactoren COPD
- roken
- hoge leeftijd
- mannelijk geslacht
- werken in stoffige omgeving
- alfa-1 antitrypsine deficiëntie
- lagere sociaal economische status
op basis van welke criteria wordt de diagnose COPD gesteld
- progressieve hoest, sputum, piepende ademhaling en dyspnoe
- positieve rookgeschiedenis
- luchwegobstructie (spirometrie)
- exclusie andere oorzaak
wat is gold 1 en wat is gold 4
GOLD I is lichte COPD (FEV1 > 80% van voorspelde waarde) en GOLD IV zeer ernstige ziekte (FEV1 <30% van voorspelde waarde), zodanig dat het levensbedreigend is.
is de inademing of uitademing afwijkend bij COPD
uitademing -> is vaak sprake van een verlengd expirium waarbij niet helemaal kan worden leeggeblazen tot op een fysiologisch RV (wat leidt tot dynamische hyperinflatie
wat is te zien op despirometrie bij COPD
kerktorenachtige fenomeen door collaps van de luchtwegen t.g.v. emfyseem
wanneer is er sprake van een obstructieve stoornis
Als de tiffeneau (FEV1/FVC) index onder de 70% van de predicted value zit of onder 1.64 SD
wat zijn de bevindingen van de longfunctietesten bij COPD
normaal/verhoogd TLC, verlaagd FEV1, verlaagd FEC1/FVC en verhoogde compliantie
welke schaal wordt gebruikt om de gezondheidstoestand van de patiënt te bepalen
mMrc dyspneu schaal -> . Bij graad 0 is de patiënt alleen kortademig bij zware inspanning en bij graad 4 kan de patiënt niet meer zelfstandig uit huis.
behandeling COPD
stoppen met roken
goede voeding
bronchodilatoren
inhalatiecorticosteroid
via welke step up Principe werkt de behandeling van COPD
- SABA
- M3-receptor blokker
- LABA
- inhalatiecorticosteroïd
welke bronchodilatoiren zijner
- Beta-2 receptor agonisten: salbutamol (SABA), terbutaline (SABA), salmeterol (LABA), formoterol (LABA)
- M3-receptor blokkers: ipratropium, tiotroprium
- Fosfodiësteraseremmers: theofiline (alleen geven indien andere medicatie niet helpt)
welke inhalatiecorticosteroiden zijn er
beclometasondiproprionaat, budesonide, ciclesonide, fluticason
waarbij moet je op bedacht zijn bij COPD
exacerbaties
het oplopen van welke ziektes verhoogd bij COPD
- longcarcinoom
- myocardinfarct
-perifeer arterieel vastlijmden - diabetes mellitus
- nierfunctiestoornissen
- depressie
hoezo kan een rechtdecompensatie van het hart ontstaan bij COPD
bij pulmonale hypertensie dien het rechterharthelft tegen een hogere bloeddruk in te pompen.
RF longcarcinoom
- genetisch
- roken
- asbestblootstelling
- chemische stoffen zoals radon, arseen en nikkel
- longziekten in VG
- bestraling
- positieve familieanamnese
symptomen longcarcinoom
hoesten met sputum
afvallen
dyspnoe
algemeen malaise
benauwdheid door groeiende tumoren die op de luchtwegen duwen
wat kan wijzen op metastase bij longcarcinoom
hypercalciemie en verhoogde leverenzymwaarden
wat wordt gebruikt als diagnosticum bij longcarcinoom
CT-scan en bronechoscopie met bAL voor centrale tumoren of biopt en transthoracale punctie bij perifere tumoren en mutatieonderzoek
waarvoor kan een x-thorax worden gebruikt bij longcarcinoom
patient met een lage verdenking uit te sluiten
welke mutatie heeft een adenocarcinoom
egfr-mutatie
welke mutatie heeft een adenocarcinoom
egfr-mutatie
wat wordt standaard gemaakt als een patiënt met longcarcinoom het curatieve traject in gaat
- pet-ct -> worden metastasen gevonden en beoordeling mediastinum
behandeling longcarcinoom
chirurgische resectie, bestraling en chemotherapie
wat is de 5-jaars overleving van longcarcinoom
15%
klachten acute rhinosinusitis
rhinorroe
verstopte neus
pijn of druk in aangezicht
verminderde reuk
(nachtelijk) hoesten
niezen
algehele malaise
hoofdpijn
frontale pijn bij bukken en/of kiespijn
wanneer diagnose acute rhinosinusitis
rhinorroe of verstopte neus + 1 ander symptoom van neus of bijholten
bij wie komt acute rhinosinusitis vaker voor
bij vrouwen
oorzaak acute rhinosinusitis
meestal virale ontsteking van de nasale mucosa
1/3 heeft een bacteriële oorzaak, meestal s. pneumonie en h. influenza
behandeling
self limiting
bij mensen met verhoogde kans op complicatie een AB
wat is een meningitis
ontsteking van de hersenvliezen (dura mater, tunica arachnoidea en de piamater)
door wat wordt een acute bacteriële meningitis veroorzaakt
s. pneumonie, n. meningitis of h. influenza
wat is vaak de oorzaak bij een acute virale meningitis
enterovirussen
wat is een aseptische meningitis
in de liquor worden geen bacteriën gevonden maar wel lymfocyten
waar moet een arts naar vragen bij een meningitis
- vaccinatiestatus
- eerdere infectie in het KNO-gebied
- mensen met klachten in de omgeving van de patiënt
symptomen meningitis
- koorts
- nekstijfheid
- hoofdpijn
- misselijkheid
- braken
- eventueel verminderd bewustzijn en verminderde aansprakelijkheid
- fotofobie
- rode huiduitslag die niet verdwijnt bij druk
wat kan worden gevonden in LO bij meningitis als de ontsteking zich uitbreid tot een meningokokkensepsis
petechien en purpura
AO meningitis
- infectieparameters
- bloedkweek
- gouden standaard: lumbaalpunctie (bij verminderd bewustzijn eerst radiologisch onderzoek)
welke belangrijke de analyse van de liquor bij meningitis
- totaal eiwit: verhoogd bij bacteriële infectie
- glucosegehalte: verlaagd bij bacteriële infectie
- lymfocyten: met name neutrofiele granulocytes verhoogd bij bacteriële infectie
- micro-organismen
- bacteriën
op basis waarvan mag je nooit een meningitis uitsluiten
gramkleuring (weinig sensitief maar zeer specifiek)
behandeling meningitis
abcde bewaking en zo spoedig mogelijk ab toedienen (gelijk empirisch behandelen)
- gehooronderzoek meningitis kan namelijk leiden tot blijvende gehoorschade door ossificiatie van de gehoorbeentjes
wat is encefalitis
ontsteking van het hersenvlies
door wat wordt een virale encefalitis bij gezonde personen vaak veroorzaakt
herpes simplex virus
door wat wordt een subacute encefalitis veroorzaakt
enterovirussen en in zeldzame gevallen m. tuberculoos, t. gondii en c. neoformant (immuundeficientie)
symptomen encefalitis
- koorts
- hoofdpijn
- braken
- onrust
- hallucinaties
- bewustzijnsdaling
- gegeneraliseerde of partieel insulten
- spraakstoornis
- gedragsverandering
- amnesie
- cognitieve dysfunctie
AO encefalitis
bloed en liquoronderzoek
bij HSV of enterovirus : PCR op liquoronderzoek
bij enterovirussen kan ook PCR op de fecesof een keelwat worden gedaan
behandeling encefalitis
- ABCDE bewaking
- toedienen van acyclovir (Tegen HSV) en AB totdat jeukt versmallen op basis van je kweken
wat is artritis temporalis
vasculitis van de grootte vaten waarbij vooral de a. carotits en de vertakkingen aangedaan zijn
hoe werkt een vasculitis van de grote vaten
komt er een ontstekingsreactie van de tunica adventitia op gang na presentatie van antigenen door de geactiveerde dendritische cellen aan lymfocyten. De dendritische cellen liggen al in de adventitia (en zijn dus niet gemigreerd naar de lymfeklier) en de lymfocyten worden aangevoerd door de vasa vasorum. Uiteindelijk ontstaat er een ontsteking door de hele bloedvatwand.
welke soort mensen krijgen vooral arteritis temporalis
- ouder dan 50 jaar
- vaker vrouwen
complicaties arteritis temporalis
- blindheid
- heftige bonzende hoofdpijn aan een of beide kanten
- gevoelige hoofdhuid bij de slaap
- pijn in kaken tijdens kauwen
- minder goed zien
- dubbelzien
- wazig zien
- vlekjes voorde ogen
- vermoeidheid
- gewichtsverlies
- stijfheid
- koorts
- nachtelijk zweten
wat zijn de 5 criteria voor de diagnose arteritis temporalis
- leeftijd > 50
- nieuwe hoofdpijn
- pijn en of verminderde pulsatie van a. temporalis
- bse > 50mm
- biopt met vasculitis -> bij duidelijk klinisch beeld wordt dit vaak niet afgenomen en meteen gestart met behandeling
behandeling arteritis temporalis
- hoge dosis glucocorticoiden gedurende 1-2 weken om verergering van schade aan de ogen te voorkomen -> daarna verlagen die tussen de 1 en meerdere jaren kan duren om recidieven te voorkomen
wat veroorzaakt RSV
luchtweginfecties, voornamelijk bij zuigelingen Onder 2 jaar (grootste risico ook bij kinderen met verzwakt immuunsysteem) en jonge kinderen
- herst- en wintermaanden
symptomen RSV
- droge hoest die later productief kan worden met slijm
- verstopte neus
- snelle ademhaling
- intrekking van de borstkast, neusvleugelen en kortademigheid
- licht tot matige koorts mogelijk
- kan ook lusteloos, prikkelbaar en minder actief zijn dan normaal
wat vraag je bij de anamnese bij RSV
- leeftijd
- duur en progressie van de symptomen
- blootstelling aan andere personen
hoe wordt de diagnose RSV gesteld
klinische presentatie en het fysieke onderzoek
behandeling RSV
- ondersteundend, gericht op het verlichten van symptomen en handhaven van de vochtbalans en voeding van het kind
- monitoren van de ademhaling
- indien nodig medische interventie bij ernstige ademhalingsmoeilijkheden
wat is rinitis
ontsteking van het neusslijmvlies
symptomen rinitis
- verstopte neus
- niezen
- jeuk
- loopneus
door welke diverse factoren wordt rinitis beïnvloed
- genetische aanleg
- allergieën
- omgevingsinvloeden
- treft mensen van alle leeftijden en heeft verschillende vormen ( kan zowel acuut als chronisch zijn)
- kan seizoensgebonden of het hele jaar door aanwezig zijn
prevalentie allergische rhinitis
12 per 1000 patiënten per jaar
- komt voornamelijk voor tussen 5 en 45 jaar, met een piek tussen 19 en 24
wat gebeurd er bij volwassenen met een allergische rhinitis
verminderen de klachten vaan in de loop der jaren
wat kan allergische rhinitis zijn
- incidenteel (bvb katten of honderallergie)
- seizoensgebonden ( boompollen en grassenallergie)
- chronisch (huiststofmijtallergie)
waar is allergische rhinitis vaak onderdeel van en hoe kan het voorkomen
- atopisch syndroom
- familiair
wat speelt bij allergische rhinitis een rol
IgE gemedieerde allergie voor inhalatieallergenen. door contact met het allergeen ontstaat een migratie van mestcellen, waarna er een degranulatie plaatsvindt en histamine vrijkomt
wat is het directe effect van histamine
- vaatbed: oedeemvorming met als gevolg neusverstopping
- niesreflex en stimulatie van klieren, waardoor rhinorroe optreedt (waterig of slijmerig)
- jeuk in de neus of ogen
diagnose allergische rhinitis
- anamnese is vaak genoeg: symptomen goed uitvragen en vragen naar omstandigheden waardoor de klachten ontstaan of verergeren
AO allergische rhinitis
- bloedonderzoek op inhalatieallergenen (onbekende oorzaak)
- IgE laten bepalen
wat geef je bij incidentele klachten bij allergische rhinitis
zo nodig lokaal of oraal antihistaminicum
wat geef je bij milde klachten bij allergische rhinitis
corticosteroidneusspray of antihistaminicum
wat geef je bij persisterend en matige tot ernstige klachten bij allergische rhinitis
corticosteroidneusspraay
wat geef je bij allergische rhinitis bij zwangerschap of lactatie
neusspray met fluticason, beclometason of budesonide of oraal cetirizine of loratadine.
niet-allergische rhinitis
lijkt qua ziektebeloop op een allergische rhinitis
oorzaken niet-allergische rhinitis
- idiopathisch
- medicamenteus, lokale decongestica spelen hierbij vaak een rol of acetylsalicylzuur, NSAID, ACE-remmer of beta-blokker
diagnostiek niet-allergische rhinitis
- anamnese leidend
behandeling niet-allergische rhinitis
stoppen van het veroorzakend geneesmiddel
bij idiopatisch: azelastineneusspray
wat zijn alarmsymptomen bij hoesten
- Intrekkingen thorax/gebruik hulpademhalingsspieren
- Tachypneu
- Hemoptoë
- Pijn vastzittend aan de ademhaling
- Cyanose en tachycardie (HF > 100 bpm)
- Traag herstel exacerbatie COPD
symptomen BWI
- acute benauwdheid gepaard met het opgeven van sputum
- koorts
- algemene griepverschijnselen
- inspiratoir optredende stridor door blokkering van de hogere luchtwegen
BWI
- meestal viraal, maar bacterieel kan ook
- diagnostiek: anamnese en LO
- behandeling: afwachtend
wat is de meest voorkomende uiting van LWI
acute bronchitis
symptomen acute bronchitis
- hoesten < 3 weken
- slijm opgeven
- kortademigheid
- koorts
- thoracale pijn
- algehele malaise
wat is het verschil tussen een pneumonie en acute bronchitis
pneumonie presenteert zich over het algemeen ernstiger en bij pneumonie zijn op de x-thorax vaak wel afwijkingen te zien
wat hoor je bij auscultatie over de longen
rhonchi
oorzaak acute bronchitis
- meestal viraal, minder bacterieel
incubatietijd van alle virale vormen van acute bronchitis
kort en klachten houden meestal minder dan 3 weken aan
virale verwekkers van acute bronchitis
- rhinovirus
- RSV
- (para)influenza -> in de winter
- adenovirus
- coxsackie -> zomermaanden
- ECHO-virussen -> zomermaanden
hoe kan je virale verwekkers van een luchtweginfectie aantonen
PCR
kenmerken astma
- begint vaak op kinderleeftijd -> met name allergische
- volwassenen presenteren zich vaak met niet allergisch astma
- chronische ontsteking van de mucosa met slijmvlieszwelling, slijmvorming en contractie van de bronchiën
- reversibele luchtwegvernauwing
symptomen astma
- herhaalde periodes van luchtwegvernauwing met piepende ademhaling
- benauwd
- kortademigheid
- hoesten
- vooral s’nachts of in de vroege ochtend
- verhoogde prikkelbaarheid van luchtwegen voor allerlei prikkels
allergische astma
- familiaire predispositie
- heeft als kind vaak eczeem of hooikoorts gehad
- uitlokkende factoren zijn gerelateerd aan de allergie of aan beroepsgebonden allergie
- vaak IgE in het serum te vinden
niet-allergische astma
- volwassen leeftijd vaak
- niet familiaal
- wordt bvb uitgelokt door rhinosinusitis, beroepsgerelateerde factoren, infectie, inspanning of farmaca
wat kan de diagnose astma waarschijnlijker maken
reversibiliteitsmeting -> enkele uren voorafgand dient de medicatie gestaakt te worden, vervolgens spirometrie voor het geven van een bronchodilatator en daarna. Als de FEV1 minstens 12% is verbeterd na de bronchodilatator is er sprake van reversibiliteit van de longfunctie. Afwezigheid van reversibiliteit sluit astma niet uit.
behandeling astma
- kortwerkende beta-2-receptor agonist (salbutamol/terbutaline)
- inhalatiecorticosteroid (beclometason/budesonide)
- dosis inhalatiesteroid verhogen
- langwerkende beta-2 agonist, een m(3)-receptor antagonist (muscarine-3 receptoren (veroorzaakt bronchoconstrictie en mucussecretie) of theofylline (niet bij kinderen)
- oraal steroid, montelukast of omalizumab
-> juiste inhalatietechniek en therapietrouw zeker zijn
sarcoïdose
inflammatoire ziekte die gepaard gaat met een granulomateuze ontsteking zonder necrose
incidentie sarcoïdose
- hoger bij donkere mensen
uit welke cellen bestaat een granuloom
macrofagen, t- en b-lymfocyten en epitheloïde cellen
wat produceren granulomen
ACE en IL2R en ze activeren 25-hydroxy-vitamine D tot 1,25-dihydroxy-vitamine D, omdat ze het enzym 1-α-hydroxylase tot expressie brengen
waarmee gaat sarcoidose vaak gepaard
hypercalciurie (80%) en soms hypercalciemie (20%)
welke organen zijn niet aangedaan bij sarcoidose en welke is bijna altijd betrokken
- bijnieren niet
- longen
waartoe leidt sarcoidose
fibrose van organen
bilhilaire lymfadenopathie
lymfopenie
aantal T-lymfocyten (met name CD4+) is verhoogd in de bal
- uveitis anterior
- lupus pernio
- erythema nodosum
syndroom van löfgren
- vorm van sarcoïdose die 20-50% van de acute sarcoidose beslaat
- wordt gekenmerkt door erythema nodosum, polyartritis en bilaterale hilaire lymfomen
diagnose sarcoidose
- klinische, radiologische en histologische bevindingen
-> biopt en x-thorax - verhoogd ACE of IL2R is niet specifiek voor sarcoidose
behandeling sarcoidose
niet bij elke patiënt nodig
- indicaties voor behandeling zijn risico op orgaanschade (gelokaliseerd in hart, ogen en CZS), hypercacliemie en mortaliteit
- corticosteroiden, methotrexaat, azathioprine, tnf-blokkade en hydroxychloroquine
hoe ontstaat een diabetische voet
- sensibele neuropathie -> voel je een trauma niet
- autonome neuropathie -> huid droog en minder doorbloeding -> scheurtjes in de huis die een broeihaard voor bacteriën vormen
- motorische neuropathie -> zwakte van de voetspieren, met standsafwijkingen en coordinatiestoornissen -> drukpunten met eeltvorming dit kan leiden tot kleine bloedingen -> hallux valgus, hamertenen, klauwtenen, uitstekende caput metatarsalia en ingezakt voetarcus
DM type 1
auto-immuunziekte door destructie van de beta cellen van de pancreas
- gevaar op ketoacidose doordat er sprake is van een absolute insuline deficientie
behandeling DM1
insuline spuiten
welke leeftijd begint DM1 vaak
voor het 30-35e levensjaar
complicatis DM1
- diabetische retinopathie
- diabetische nefropathie: eerst microalbuminurie, GFR loop pas laat terug. 20-40% komt aan de nierdialyse t.g.v. een terminale nierinsufficientie
- diabetische neuropathie
wat kun je doen om stenosering in de vaten van de benen te ontdekken
arm-enkel index
wat is een longembolie
een occluderende trombose in een of meerdere pulmonale arterieen
risicofactoren longembolie
trias van virchow:
- stase van bloed: vliegen of immobiliteit
- verhoogde stollingsneiging
- beschadiging van de vaatwand
maligniteit, gebruik van anticonceptiepil, stollingsstoornissen, zwangerschap, overgewicht en roken
positieve familieanamnese en voorgeschiedenis
wat is er bij een longembolie
verlaagde pO2 en verhoogd pCo2
symptomen longembolie
- kortademigheid
- POB die gebonden is aan ademhaling
- hemoptoë
- asymptomatisch
afwijkende dingen bij LO bij longembolie
- tachypneu
- verlaagde saturatie
- koorts
- soms pleurawrijven
diagnose longembolie wells-criteria
Klinische tekenen DVT (3,0 punten), alternatieve diagnose onwaarschijnlijk (3,0 punten), HF >100/min (1,5 punt), immobilisatie/recente chirurgie (1,5 punt), eerdere longembolie of DVT (1,5 punt), hemoptoë (1,5 punt), maligniteit (1,5 punt).
Bij een Wells-score van >4 wordt direct een spiraal-CT gemaakt. Bij een score <4 wordt eerst de D-dimeer bepaald. Is de D-dimeer >0,5mg/L, dan wordt alsnog overgegaan tot een spiraal-CT. Is de D-dimeer <0,5mg/L, dan is de diagnose longembolie zeer onwaarschijnlijk.
diagnose longembolie yearsbeslisregel
De YEARS-beslisregel kijk of er sprake is van klinische tekenen van een DVT, hemoptoë of een LE als meest waarschijnlijke diagnose. Bij aanwezigheid van één van deze tekenen wordt een spiraal-CT gemaakt bij een D-dimeer >0,5mg/L, in afwezigheid van deze tekenen wordt pas een spiraal-CT gemaakt bij een D-dimeer >1mg/L.
behandeling longembolie
i.v. trombolytica en LMWH
op de lange termijn coumarinederivaten
normaalwaarde heb
normaal voor vrouwen is 7,5-9,5 en voor mannen is 8,5-10,5
normaal waarde MCV
tussen 80 en 100
oorzaken anemie
- microcytaire anemie: ijzergebrek en thalassemie
- macrocytaire anemie: B12-deficientie of foliumzuurdeficientie
- normocytair anemie: acute bloeding, asplastische anemie of nierfalen
afwijkend eetpatroon, recent bloedverlies, potentieel opnameprobleem of medicatiegebruik
symptomen anemie
- moeheid
- kortademigheid bij inspanning
- snelle hartslag
- gevoel van zwakte
- bleke slijmvliezen
bij ernstige anemie ook: duizeligheid, hartkloppingen of oorsuizen
diagnostiek anemie
Hb, MCV, ferritine, foliumzuur, B12, reticulocyten en LDH in het bloed
behandeling anemie
- aanvullen tekorten
- aanpakken van onderliggend probleem
symptomen stabiele AP
- drukkende pijn bij inspanning, emoties, na een zware maaltijd of bij kou
- in rust verdwijnt de pijn
- pijn kan uitstralen naar armen, hals, rug, kaak en soms epigastrium (referred pain)
- misselijkehid
- duizeligheid
- dyspnoe
- zweten
diagnostiek stabiele AP
- anamnese en inspannings-ECG (ST-depressie door myocardischemie)
geen st-elevatie of verhoogde troponine 1
behandeling stabiele AP
leefstijladviezen
medicatie : symptomatisch (betablokkers, calciumantagonisten, nitraten en trombocytenaggregatieremmers) en preventief (statines en ACE remmers)
als medicaties niet goed genoeg werkt: PCI of coronaire arteriele bypass graft operatie bij ernstig drievatslijden, hoofdstam laesie of hoge LAD laesie
wat is pericarditis
onsteking van het hartzakje door een virale of bacteriele infectie
oorzaak pericarditis
vooral viraal: influenza
symptomen pericarditis
- kortademigheid
- POB, uitstralend naar de nek, minder erg bij vooroverbuigen en erger bij diep zuchten
- koorts
- enkeloedeem
- lage bloeddruk
wat zie je bij AO
pericardwrijven en vocht in het hartzakje bij een echo
behandeling pericarditis
geen
gastro oesofagale reflux
- 30% verklaring van patient met niet-cardiale pijn op de borst
- pathologisch toegenomen reflux waardoor een onsteking ontstaat
oorzaken gastro oesofagale reflux
- dysfunctie van de onderste oesphagussphincter
- verhoogde maagzuurproductie
- alcoholgebruik: verminderde werking van LES
- hernia diafragmatica
- overgewicht: hogere druk in de buik -> maaginhoud wordt omhoog geduwd
- roken: verminderde functie LES
- medicatie zoals NSAID’s die de maagzuurproductie verhogen
incidentie gastro oesofagale reflux
iets vaker bij vrouwen
symptomen gastro oesofagale reflux
- retrosternaal zuurbranden
- oprispingen die vooral optreden bij liggen of bukken
- heesheid
- (prikkel) hoest
- meeste patienten hebben geen last van opstijgend zuur
diagnostiek gastro oesofagale reflux
endoscopie
wat treedt bij 10% op van de mensen met gastro oesofagale reflux
barrett’s oesophagus -> metaplasie (vervaving slokdarmepitheel door maagepitheel en dit kan leiden tot een oesophaguscarcinoom
behandeling gastro oesofagale reflux
protonenpompremmers zoals omeprazol
oorzaak stabiele angina pectoris
Atherosclerotische plaque in de coronaire vaten
hoe ontstaat atriumfibrilleren
door ongeorganiseerde elektrische activiteit van de atrie, met een irregulaire ventriculaire respons. hierdoor ontstaat een volledig onregelmatig en meestal versneld ritme
oorzaak atriumfibrilleren
50-80%: hartklepafwijkingen, hartfalen, hypertensie, DM, coronairlijden of hyperthyreoidie
ook: drugs, koffie medicatie en stress
incidentie atriumfibrilleren
- vaker bij ouderen
- vaker bij mannen
ECG atriumfibrilleren
geen p-toppen en totaal geen logica meer
gevolgen atriumfibrilleren
longembolie, hartinfarct of herseninfarct. er blijft namelijk bloed achter in het hartoortje en nadat de ritmestoornis voorbij is staat het bloed daar stil en stolt het
behandeling atriumfibrilleren
- cardioversie
- gezonde levensstijl
- medicatie: betablokkers (om recidiefkans te verlagen) en antistolling
welke ritmestoornissen kunnen ook hartafwijkingen veroorzaken
AVRT en AVNRT
symtomen hyperthyroidie
- gewichtsverlies
- warmte intolerantie
- tremor
- hartkloppingen
- atriumfibrilleren
- angst
- diarree
- dyspnoe
- struma
- exophtalmopathie
oorzaken hyperthyroidie
- de ziekte van graves
- toxisch adenoom
- multinodulair struma
- thyreoiditis
- jodium-geinduceerd
- exogene oorzaak
wat zie je bij bloedonderzoek bij hyperthyroidie
verhoogd fT4
ziekte van graves
- anti TSH-receptor
- verlaagde TSH
- verhoogde fT4
wat is er bij een thyroiditis
verhoogd crp en hogere bezinking
behandeling hyperthyroidie
- thyreostatica -> remmen TPO
je hebt strumazol (thiamazol) en PTU
bij resistentie: therapie met radioactief jodium of chirurgie
symptoombestrijding: beta-blokkers en kaliumjodide
behandeling thyroiditis
niet verdwijnt uit zichzelf n een paar weken
verschil thyroiditis en ziekte van graves bij diagnostiek
bij thyroiditis is er op de I-scintigrafie geen opname te zien vanwege de verhoogde productie van schildklierhormoon
angstoornis
- vaker bij vrouwen
- gekenmerkt door terugkerende, vaak onvoorspelbare aanvallen van heftige angst
- symptomen: hartkloppingen, versnelde ademhaling, toename van transpiratie, beven, duizelig, misselijk, braken en diarree
- duren enkele minuten en bereiken snel hun hoogtepunt
welke middelen kunnen hartkloppingen geven en een gejaagd gevoel
- alcohol
- cafeine
- nicotine
- cocaine
- XTC
- antidepressiva
belangrijkste reden voor vitamine b12 deficientie bij percineuze anemie
tekort intrinsic factor
incidentie urolithiasis (nierstenen)
- vaker bij mannen
- piekincidentie tussen de 30-50 jaar
- eenmaal nierstenen gehad, dan is er een grote kans op recidieven
belangrijkste risico factoren urolithiasis (nierstenen)
- onvoldoende drinken
- te veel dierlijke eiwitten eten
- te veel voedingsmiddelen eten die rijk zijn aan oxalaat (thee en cola)
- te veel keukenzout eten
- infecties van bvb urinewegen of darmen
- erfelijke aanlef voor nierstenen
symptomen nierstenen
- acute flankpijn
- koliekpijn
- bewegingsdrang
- braken
- misselijkheid
- aanvallend karakter
- kans op hematurie
- vaker plassen
wanneer heb je de meeste pijn bij urolithiasis (nierstenen)
als de steen zich verplaats
meestvoorkomende soort urolithiasis (nierstenen)
- calciumstenen (80%)
diagnostiek urolithiasis (nierstenen)
op basis van kliniek
bij twijfel of niet verbeteren van klachten kan radiologisch onderzoek worden ingezet
behandeling urolithiasis (nierstenen)
genoeg blijven drinken en eten
- De meeste nierstenen passeren vanzelf de ureter zonder medisch ingrijpen. Therapieën voor nierstenen zijn: pijnstilling (vaak als eerste), Medical Expulsive Therapie (MET), chemolyse, Extracorporeal Shock Wave Lithotripsy (ESWL), ureterorenoscopie, percutane nefrolithotrypsie (PNL), chirurgisch verwijderen en bij heel extreme gevallen een nefrectomie.
complicaties van nierstenen
UWI, urosepsis, dehydratie, nierfalen
diverticulitis
ontsteking van divertikel van het colon. Het komt voor bij 10-25% van de patiënten met een diverticulose.
- iets meer bij vrouwen
symptomen diverticulitis
- aanhoudende scherpe pijn meestal in de linkeronderbuik
- dyspeptische klachten
- wisselende defecatie
- misselijkheid
- eventueel met braken en koorts
wat is te voelen bij ernstige diverticulitis bij het LO
infiltraat in de linkeronderbuik
wat wordt aangeraden bij diverticulitis
- crp meten
- checken op de aanwezigheid van voor alarmsignalen voor een complicaties als een ileus, peritonitis en sepsis door een darmwandperforatie
diagnostiek diverticulitis
anamnese en lichamelijk onderzoek
behandeling diverticulitis
gaat meestal vanzelf iver
- pijnstilling: paracetamol (geen NSAID in verband met gastro-intestinale bijwerking)
obstructief slaapapneusyndroom
belemmering van de bovenste luchtweg tijdens slapen
- komt vaker voor bij kinderen met het syndroom van down omdat hun bovenste luchtwegen vaak smaller zijn. daarnaast is hun tong groter, zijn hun spieren zwakker, hebben ze vergrote tonsillen en of adenoïden en hebben ze vaker obesitas
symptomen obstructief slaapapneusyndroom
- snurken
- ademstops
- concentratieproblemen
- slaapproblemen
- vermeoidgeid
kinderen met downsyndroom vertonen deze symptomen niet altijd (soms is concentratieprobleem de enige presentatie)
diagnostiek obstructief slaapapneusyndroom
slaaponderzoek (polysomnogram)
behandeling obstructief slaapapneusyndroom
normaal: niet-chirurgisch (CRAO of MRA)
- down: chrirugie (tonsillen/adenoïden verwijderen. als chirurgie niet de gewenste gevolgen zijn kan de CRAP een oplossing zijn
wat is CRAP
luchtwegen worden met overdruk opengehouden. het apparaat blaast lucht in de neus en helpt zo met ademen
maag-darm problematiek
- 10% van de kinderen met downsyndroom
- stenoses, anusatresie en de ziekte van hirschprung kunnen voorkomen
ziekte van hirschprung
aangeboren aandoening waarbij een deel van de dikke darm geen zenuwcellen bevat. de darm contraheert slecht en kinderen kunnen darmproblemen krijgen. ze hebben vaak moeite met de ontlasting.
- presenteert zich meestal voor het 8e levensjaar
hoe kunnen obstructie van maag-darmkanaal soms voor de geboorte gedetecteerd worden
met echo
aanwijzingen voor maag-darm problemen
uitblijven van ontlasting en braken
andere oorzaken: zuurbranden (komt baker voor door de slappere spierspanning en coeliakie (5% van de mensen met down)
symptomen coaliakie
reflux
obesitas
groeiachterstand
obstipatie
diarree
otitis media acuta
ontsteking van middenoor met ophoping van vocht en klachten van acute infectie
- verwekker vaak viraal
- syndroom van down is een indicatie om pijnstilling en antibiotica te geven
kliniek otitis media acuta
oorpijn met koorts
prikkelbaarheid
nachtelijke onrust
trommelvlies is rood: in sommige gevallen wordt de spanning te groot en scheurt het trommelvlies. er zal in dat geval pus uit het oor stromen en de pijn neem af
otitis media met effusie
ophoping van vocht in het middenoor zonder tekenen van een acute infectie
- downsyndroom is risicogroep -> buisjes en hun gehoor wordt gescreend.
- er is geen effectieve medicamenteuze therapie
symptomen otitis media met effusie
slechthorend
gedragsproblemen
drukkend gevoel
spraak en taalontwikkelingsproblemen
waarom hebben kinderen met het syndroom van down een groter risico op het hebben van otitis media met effusie
door craniofaciale afwijkingen: de buis van eustachius is korter en spier van het gehemelte werkt minder goed waardoor vocht makkelijker kan ophopen
mononucleosis infectiosa
infectieziekte veroorzaakt door epstein-barrvirus
- meeste infecties treden op voor het 5e levensjaar zonder klachten
- via speeksel overdraagbaar
kenmerken mononucleosis infectiosa
keelpijn met tonsilitis en moeheid
meestal koorts en vergrote lymfeklieren
acute fase (2-4weken na besmetting): griepachtig beeld waarna de patiënt tot een halfjaar vermoeid kan blijven
- bij volwassen komt vaker geelzucht een een vergrote lever voor
alarmsyptomen. maligniteit
- koorts
- nachtzweten
- ongewenst gewichtsverlies
risicofactoren maligniteit
- familiair voorkomen
- roken
- 60+
wanneer is er sprake van AML
percentage blasten van 20 of meer
wat is multipel myeloom/ de ziekte van kahler
woekering van plasmacellen die de normale bloedaanmaak verdringen. ook ontstaat er nierschade door de afzetting van lichte ketens, wat de anemie bevordert
- komt vaker voor bij mannen en ouderen
- niet te genezen
all
- vaker bij kinderen en jeugvolwassen
AML
- vaak voor bij mensen boven de 60 jaar
CLL
- vaak vergrote klieren
- komt vooral voor bij ouderen (65 jaar)
- kan gepaard gaan met milde symptomen van beenmergdepressie
- wordt behandeld als chronische ziekte
CML
- groot deel geen symptomen
- zeldzaam
- wordt bij toeval ontdekt tijdens een routine bloedafname (rode bloedcellen, bloedplaatjes en de witte bloedcellen blijven vaak normaal werken
- klachten: moeheid, bloedarmoede of een vergrote milt
diep veneuze trombose
stolsel in een van de dieper gelegen venen in het been, waardoor de veneuze terugvloed van het bloed naar het hart belemmerd wordt
symptomen diep veneuze trombose
pitting oedeem
roodheid
pijn van aangedane been
been voelt warm
huid is wat glanzend
- meestal maar in 1 been en niet inspanningsgerelateerd
incidentie diep veneuze trombose
hoger onder vrouwen en op oudere leeftijd
wells score bij diep veneuze trombose
Er wordt een punt toegekend bij elk van de volgende bevindingen of diagnoses: maligniteit; parese of gipsimmobilisatie; bedlegerigheid >3 dagen of recente operatie; varices; drukpijn op het veneuze systeem; zwelling van het hele been; zwelling van de kuit; pitting oedeem. Verder: bij een redelijke alternatieve diagnose 2 punten aftrek. De kans op DVT is dan:
* > 3 punten: 75-85%
* 1 - 2 punten: 17-32%
* -2 - 0 punten: 3-5%
Bij een score van < 2 wordt een D-dimeertest uitgevoerd en bij een score van ≥ 2 wordt een Echo-CUS gemaakt
d-dimeer bepaling in het bloed
D-dimeer is een afbraak product van fibrine, deze kan ook verhoogd zijn bij: infecties, maligniteiten, hoge leeftijd en zwangerschap. Een DVT bij een normale D-dimeer is vrij onwaarschijnlijk.
* Bij ≤ 0,5 mg/L is DVT uitgesloten
* Bij > 0,5 mg/L wordt een Echo-CUS gemaakt
echo-cus
Bij een echo-CUS wordt het vat dik gedrukt met de echo probe. Als het vat niet volledig dichtgedrukt kan worden, duidt dit op een DVT. Deze test heeft een hoge sensitiviteit en specificiteit, maar niet voor de kuitvenen
behandeling DVT
antistollingstherapie: directe orale anticoagulantia (DOAC), zoals dabigatran (remt trombine), rivaroxaban, apixaban of edoxaban (remmen factor Xa). Als tweede keus kan een vitamine K antagonist (zoals fenprocoumon of acenocoumarol, minder factor II, VII, IX en X) voorgeschreven worden, voorafgegaan door LMWH (laag moleculair gewicht heparine, remt factor Xa). De duur van de antistolling is afhankelijk van de aanwezigheid van tijdelijke risicofactoren (zo ja: therapieduur is 3 maanden, zo nee: therapieduur is onbeperkt (tenzij er een hoog bloedingsrisico is))
wat zijn de behandeldoelen van DVT
- voorkomen van aangroei van het stolsel
- het ontstaan van een embolie voorkomen
- recidief voorkomen
complicaties DVT
- recidief trombose
- veneus ulcus
- post-trombotisch syndroom
complicaties DVT
symptomen posttrombotisch syndroom
pijn, nachtelijke krampen, zwaar gevoel en jeuk in het been, varices, pigmentaties, eczeem, ulceraties en oedeem.
erysipelas
acute bacteriele infectie van de dermis, oppervlakkige subcutis en de oppervlakkige lymfevaten
wat is de meest voorkomende verwekker van erysipelas
betahemolytische streptokok
klachten erysipelas
- hoge koorts
- koude rillingen
- malaise
- scherp begrensd erytheem
- oedeem
- induratie en warme huid
- soms blaren
risicofactoren erysipelas
- verstoorde huidbarriere
- oedeem
- DM
behandeling erysipelas
flucloxacilline of clindamycine
steunkous
cellulitis
lijkt op erysipelas maar erytheem is minder scherp begrensd en wordt vaker veroorzaakt door s.aureus of h.influenza hoewel streptokokken ook voorkomen
risicofactoren cellulitis
- afgenomen lymfe afvloed
- arteriele of veneuze insufficientie
- verstoorde huidbarriere
- obesitas
Necrotiserende fasciitis
- zeldzaam maar ernstig
- van hevige pijn die niet in verhouding staat met de omvang van de zichtbare infectie
- geinfecteerde gebied zwelt op en wordt rood/paars
- als de pijn verdwijnt begint de necrose
risicofactoren Necrotiserende fasciitis
- trauma
- IV drugsgebruik
- varicella
- weke delen infectie
behandeling Necrotiserende fasciitis
zeer ruime excisie van de necrose en empirische AB
Contacteczeem oorzaak
contact met stoffen die de huid irriteren of een allergische reactie veroorzaken zoals zijn p-fenyleendiamine (PPD, in tattoos en haarverf), nikkelsulfaat, p-tert-butyfenol-formaldehydehars, andere metalen, rook, parfurms, cosmetica, bloemen en planten
symptomen Contacteczeem
- na contact rode jeukende uitslag met schilfers
wat voor soort reactie is Contacteczeem
type-IV reactie, ookwel een vertraagde t-celgemedieerde reactie. eczeem ontstaat na ongeveer 48 uur
diagnostiek Contacteczeem
patch test -> aflezen vind plaats na 48-72 uur
wanneer is patch test positief
induratie, erytheem en eventuele blaasvorming
behandeling Contacteczeem
neutrale hydraterende creme en vermijden van het allergeen
bij heftige jeuk: corticosteroidzalf
Constitutioneel eczeem
- ookwel atopische eczeem
- ontstaat vaak bij kinderen <1jaar
- Het atopisch syndroom is een combinatie van klachten waarbij er een aanleg bestaat om allergisch te reageren op stoffen en prikkels vanuit de omgeving
hoofdcriterium Constitutioneel eczeem
jeuk
locatie (ellebogen, knieen, hoofdhuid en wangen)
bijkomend astma of hooikoorts
VG met droge huid
behandeling Constitutioneel eczeem
vettenzalf en lokale immunosupressiva
incidentie Psoriasis
piekincidentie: 30-50 jaar
man: vrouw 1:1
wat speelt een rol bij Psoriasis
Th1 en Th17
belangrijkste vorm Psoriasis
plaque psoriasis
plak Psoriasis
IL17, TNF-alfa en IL-23 speelt een rol
pustulaire Psoriasis
er is sprake van pustels en korstvorming door neutrofiele granulocyten (Th17) over het hele lichaam. hierbij is IL-16 en IL-36 vaak verhoogd
kenmerken Psoriasis
schilfering van de huid
jeuk
nagelafwijkingen
kan gepaard gaan met gewrichtsontstekingen, worstvingers en afwijkingen aan de botten bij beeldvorming
wat hebben patienten met Psoriasis vaak
een eerdere vorm van Psoriasis of een positieve familieanamnese
heeft vaak een negatieve reumafactor
risicofactoren voor een exacervatie van Psoriasis
immuunstimulerende therapie
infectie elders in het lichaam
stress
systemische therapie Psoriasis
anti-il17, anti-il-23 en.of cyclosporine
bijwerkingen blokkeren van IL-17
depressiviteit
Urticaria
galbulten
- ontwikkelt zich in korte tijd en jeukt hevig
- afzonderlijke plekken trekken binnen 24 uur weg
- als de periode van huidafwijkingen niet langer dan 6 weken duurt spreekt men van acute articaria
- zowel bij mannen als vrouwen en op alle leeftijden
- behandeling kinderen: antihistaminica
anders: montelukast en omalizumab
Asteatotisch eczeem
wordt veroorzaakt door droge huid (xerodermie)
symptomen Asteatotisch eczeem
droge, jeukende en gebarsten van aard
behandeling Asteatotisch eczeem
hydrateren van de huid (vermijden van zeep
bij ernstige ontsteking: corticosteroidenzalf
welke spondylartritis zijn er
ziekte van crohn
colitis ulcerosa
psoriasis
reactieve artitis
m. bechterew
welk gen is betrokken bij spondylartritis
HLA b-27
door wat wordt perifere spondylartritis vaker veroorzaakt
artritis psoriatica, inflammatoire darmziekten en reactieve artritis
artritis psoriatica
- 30-50 jarige leeftijd
- 90% heeft eerder of ten tijde van de artritis huidklachten gehad
- vooral in grote gewrichten, asymmetrisch en dip betrokkenheid (dactylitis)
behandeling artritis psoriatica
- methotrexaat
- sulfasalazine of hydroxychloroquine toevoegen
verder zijn er nog: tnf of il-17blokkers, de il13/23 blokkers en jak remmers
reactieve artritis oorzaak
bacteriele infectie elders in het lichaam
- infectie kan dagen tot weken aan de artritis vooraf zijn
mogelijke verwekkers salmonella, shigella, campylobacter jejuni, c. difficile, chlamydia en gonorroe
reactieve artritis
bacterie niet aantoonbaar in gewrichtsvocht
kenmerkend: artritis in de onderste extremiteiten, enthesitis, dactylitis, conjunctivitis/uveitis, uretritis, prostatitis, cystitis, pericarditis en keratoderma blennorhagica
wanneer wordt gesproken van een syndroom van reiter bij reactieve artitis
de trias van uretritis, artritis en conjunctivitis
behandeling reactieve artritis
- AB
eventueel NSAIDS of intra articulaire steroïden
mocht de artritis chronisch worden: sulfasalazine of methotrexaat
jicht
reactie op uraatkristallen
complement activatie -> fagocytose van urinezuur -> neutrofiele granulocyt in lysys -> lysosomen komen vrij
welke gewrichten komt jicht met name voor
MTP-1 gewricht, wreef, enkels, knieen, polsen en de elleboog
symptomen jicht
- rood gewricht
- pijn
- koorts
- tophi bij langer bestaande jicht
AO jicht
verhoogd CRP en BSE
tijdens aanval is urinezuur vaak normaal of iets verlaagd. na een aanval is het urinezuur weer hoog
diagnostiek Jicht
gewrichtspunctie
oorzaak jicht
afgenomen excretie van uraat: nierinsufficientie, diureticagebruik, alcohol abusus maar ook door ontregelde schildklier of acidose
behandeling jicht
- ijs en rust
- NSAID/prednison
- colchine/ intra-articulaire steroiden
- Il1-blokker
wanneer doe je urinezuurverlagende therapie bij jicht
> 3 aanvallen per jaar, tophie of erosie
wat doen xanthine oxidase remmers
remmen de aanmaak van uraat
- kunnen aanval uitlokken
wat doen benzbromaron
toegenomen uitscheiding van uraat
- niet als de nieren slecht werken of bij nierstenen of blaasstenen
pseudojicht
acute ontstekingsreactie op calciumpyrofosfaatkristallen
- oudere vrouwen met pre-existente artrose en wordt geprovoceerd door stress
waar komt pseudojicht met name voor
knie, schouder, elleboog en pols
Systemische lupus erythematosus (SLE
een auto-immuunziekte waarbij er sprake is van anti-nucleaire antistoffen (ANA’s), UV-gevoeligheid en immuuncomplexen van IgG en compleme
- 10 x vaker bij vrouwen
- 85% is jonger dan 55 jaar
- kenmerkend: vlinder exantheem en lupus nefritis
artritis bij sarcoidose
- klachten met name omtrent de enkels en minder vaak de knieen, polsen en ellebogen
- behandeling: intra-articulaire steroïden, NSAIDs en methotrexaat.
Cellulitis orbitae
- infectie rondom de oog
- kan word onderverdeeld in pre-septaal en post-septaal. dit onderscheid is belangrijk aangezien post-septaal virus bedreigend is
symptomen Cellulitis orbitae
gezwollen oogleden
post-septale Cellulitis orbitae
- roodheid van de conjunctiva, proptosis van het oog, visusdaling, relatief afferent pupildefect en bewegingsbeperking
- risico dat het zich uitbreid naar de sinus cavernosis
diagnose Cellulitis orbitae
klinisch beeld, bloedonderzoek en kweken
behandeling post-septaal Cellulitis orbitae
chirurgische draignose van de puspocket i.c.m. AB
pre-septaal Cellulitis orbitae
- roodheid, zwelling, warmte en mogelijke ongevoeligheid van het ooglid
- oog is zelf verder niet aangedaan
- behandeling: AB en warme compressen
Dacryocystitis
ontsteking van de traanbuis
- vaker bij oudere mensen
- veroorzaakt pijn en zwelling
- kan worden veroorzaakt door obstructie van de traanafvoer
- meest voorkomende verwekker: s.aureus en soms streptoccocen
- kan zorgen voor abcessen en mogelijk overgaan in cellulitis
- behandeling: draineren van abces en toedienen van AB
vormen Uveïtis
in uveïtis anterior, intermediair, posterior en panuveïtis
Anterior uveïtis
- pijn, fotofobie en soms verminderde visus
- oorzaken HLA b27 geassocieerd, sarcoidose, juveniele idiopatische artitis, tubulointerstitiele nefritis en uveitis, heterochromie van Fuchs, herpes en CMV
Intermediaire uveïtis
- gaat gepaard met inflammatie van glasvocht, pars plana en perifere retina.
- Het is de minst voorkomende vorm van uveïtis.
- Oorzaken : sarcoïdose, MS, ziekte van Lyme en Rubella
Posterior uveïtis
- pijnloos, fotofobie, verminderde visus door floaters, retinitis of macula oedeem
- oorzaak toxoplasmose, sarcoïdose, Birdshot retinopathie, Syphilis, CMV, HSV of VZV
panuveïtis
kan veroorzaakt worden door sarcoïdose, de ziekte van Behçet en de ziekte van Vogt-Koyanagi-Harada.
diagnose uveitis
- klinische verschijnselen
- bloedonderzoek of een analyse van het voorste oogkamerwater
- fluorescentie angiogram en of OCT
behandeling uveitis
- oogdruppels (steroiden, injectie bij oog of oraal prednison/immuunmodulerende medicatie
meest voorkomende complicaties bij behandeling uveitis
cataract en oogboldrukstijging
symptomen Conjunctivitis
roodheid, irritatie, oedeem en secretie
bacterieel Conjunctivitis
80% bacterieel: pussig secretie, meestal unilateraal begin dat na 1 tot 2 dagen overgaat in bilateraal. belangrijkste verwekkers: zijn S. Aureus, Str. Pneumoniae en H. Influenza. Meestal is er sprake van een spontane resolutie van de bacterie en duurt dit 7 tot 14 dagen.
virale conjunctivitis
geeft roodheid, waterige en is soms bloederige secretie. Spontane resolutie vindt plaats tussen de 7 tot 14 dagen. Belangrijke verwekkers zijn: entero-, coxsackie- en adenovirus. Dit ziektebeeld kan gepaard gaan met pharyngitis, koorts en pre-auriculaire en submandibulaire lymfadenopatie.
incidentie Allergische rinitis
komt voornamelijk voor tussen de 5 en 45 jaar
piekincidentie: 19-24 jaar
Bij volwassenen met een allergische rinitis verminderen de klachten vaak in de loop der jaren
beroepsallergie
klachten ontstaan tijdens werkzaamheden en kunnen minder worden buiten het werk, vooral tijdens vakanties
allergenen in de werkomgeving zijn
- Eiwitten van plantaardige of dierlijke oorsprong (bijv. tarwemeel bij bakkers)
- Planten in kassen
- Haren/urine van laboratoriumdieren
- Chemische stoffen zoals metalen
- Antibiotica
- Stoffen in het kappersbedrijf
diagnosie beroepsallergie
- anamnese
- LO
- soms priktesten en of plakproeven
- . Bij astma wordt nog extra longfunctieonderzoek gedaan, het liefst tijdens en buiten het werk.
waardoor ontstaan pijnklachten bij slikken meestal
irritatie van het slijmvlies
door wat kan irritatie van het slijmvlies ontstaan
- acute keelpijn
- laryngitis subglottica
- epiglottis
waardoor komt een mechanische dysfagie
door een vernauwing van het lumen van de slokdarm, zoals bvb bij een tumor of door compressie van buitenaf
waardoor komt een neuromusculaire dysfagie
het glad spierweefsel functioneert niet of minder, of de geleiding of aansturing is aangedaan
welke soorten oesofaguscarcinomen zijn er
adenocarcinoom en plaveiselcarcinoom
acute keelpijn
meestal een ontsteking van het keelslijmvlies en de tonsillen
- faryngitis is vaak een virale ontsteking (vaak het geval bij kinderen tussen de 5-14 jaar) en tonsillitis vaak een bacteriele
veroorzaker acute keelpijn
viraal: adenovirussen en rinovirussen of EBV
herpes simplex en cytomegalievirus zijn zeldzaam
+ neusverkoudheid en hoesten is aanwezig
bacterieel: β-hemolytische streptokokken (veel kinderen groep-a-streptokokkendrager, groep c en g komen ook voor). 5% door h. influenza en s.aireis
wat kan groep-a-streptokokken veroorzaken
roodvonk:
rode generaliseerde huiduitslag en narcosekapje, aardbeitong, vervellende voetzolen en handpalmen
beloop acute keelpijn
mild en meestal niet langer dan een week
risicofactoren dat het streptokokken is bij acute keelpijn
- recidiverende episoden
- immuunstoornissen en congenitale afwijkingen
behandeling acute keelpijn
pijn bestrijding
- AB wordt afgeraden
Laryngitis subglottica
subglottische zwelling door een infectie met het para-influenzavirus
- meestal bij 1-4 jarigen in de herfst en winter
- ontstaat na verkoudheid en gaat gepaard met heesheid, zeehondenblafhoest, een progressieve inspiratoire stridor (in de avond), moeite met spreken en een subfebriele temperatuur
welke symptomen passen bij een ernstige obstructie bij Laryngitis subglottica
- angst
- sterk intrekken
- zacht tot opgeheven ademgeruis
- bleekheid
- cyanose
- sufheid
behandeling Laryngitis subglottica
meestal selflimitting (rust en voldoende vochtinname en luchtbevochtiging)en eventueel eenmalig een glucocorticoid injectie
- geen AB
- bij ernstige gevallen moet er klinisch geobserveerd worden en zonodig zuurstofsuppletie of moet er geintubeerd worden
Epiglottitis
acute zwelling van de epiglottis door infectie met haemophilus influenza type b
- zonder behandeling overlijdt de patient door verstikking
- komt met name voor bij kleuters (2-6 jaar), maar is erg zeldzaam door vaccinatie (in week 6-9)
symptomen Epiglottitis
- hoge koorts
- ernstig ziek kind
- snel progressieve inspiratoire stridor
- ademhalingsmoeilijkheden en snelle ademhaling
- prikkelbaarheid
- slikpijn
- kwijlen
- voorafgaand niet ziek
diagnosteik Epiglottitis
keeluitstrijksel en bloed kweken na een laryngoscopie onder narcose
- geen spatel -> acute totale obstructie
behandeling Epiglottitis
intuberen onder narcose +IV AB tegen h.influenza + vochttoediening
- bij ernstige situatie: tracheotomie
wat kan ook de oorzaak zijn van een epiglottis buiten HiB-bacterien
s. pneumoniae en s. aureus
N. recurrens schade
zorgt voor heesheid of spraakproblemen
kan komen door trauma, vergrote lymfeklier of tumor (schildkliercarcinoom) die de zenuw bedrukken
waneer ontstaaat een Cervicale hernia
wanneer de gelatineuze kern van een tussenwervelschrijf in de nek uitpuilt en druk uitoefent op de omliggende zenuwwortels of het ruggenmerg. dit kan het gevolg zijn van degeneratieve veranderingen in de tussenwervelschrijven, zoals slijtage en verzwakking van de anulus fibrosus
symptomen Cervicale hernia
nekpijn
uitstralende pijn in de armen en schouders
tintelingen
gevoelloosheid
zwakte en verminderde gripkracht
in ernsitgere gevallen ook: problemen met evenwicht en coordinatie
bij wie komt Cervicale hernia vaker voor
mannen
risicofactoren Cervicale hernia
- leeftijd
- genetische aanleg
- repetitieve belasting van de nek
- roken
diagnostiek Cervicale hernia
klinisch beeld en LO
+ MRI-scan of CT-scan
behandeling Cervicale hernia
conservatief (rust, fysiotherapie, pijnmedicatie, corticosteroide-injecties en het vermijden van activiteiten die de symptomen verergeren) of chirurgisch (als conservatief niet werkt of bij ernstige zenuwcompressie)
Reumatoïde Artritis
symmetrische inflammatoire aandoening van de gewrichten
welke gewrichten zijn meestal aangedaan bij Reumatoïde Artritis
kleine hand en voetgewrichten maar kan ook voorkomen in de schouder, elleboog, heup of knie
bij wie komt Reumatoïde Artritis vaker voor
vrouwen
symptomen Reumatoïde Artritis
langdurige ochtendstijfheid
diagnostiek Reumatoïde Artritis
- anamnese en LO
- labonderzoek: bezinking en CRP vaak verhoogd en reumafactor en ACPA/anti-ccp
- radiologie
wat is reumafactor
IgM antistof gericht tegen het Fc-gedeelte van IgG
wat is ACPA/anti-ccp
antistoffen tegen gecitrullineerde eiwitten
is de sensitiviteit en specificiteit van reumafactor of ACPA hoger
ACPA
wat gebeurd er in de gewrichten bij Reumatoïde Artritis
- synovitis
- pannus vorming
- aantasting kraakbeen
- aantasting bot en lihament
- kan leiden tot osteoporose van de botuiteinden, cystevorming, ossale collaps, dislocaties en fibrose, contracturen en verstijving
wat kan Reumatoïde Artritis in de knie tot leiden
valgusstand
behandeling Reumatoïde Artritis
conservatief: medicatie (csDMARD’s (methotrexaat, hydroxychloroquine of sulfasalazine) en glucocorticoiden -> als dit niet werkt anti TNF biological), corticosteroideninspuiting, spalken, silverringsplinten, schoenaanpassing en/of fysiotherapie
- chirurgisch: synoviectomie, peesreconstructie, artrodese, decompressie van zenuwen of het plaatsen van een prothese
als er voor gekozen voor operatieve behandeling moet je waarop letten bij reumatoide artitis
of er sprake is van atlanto-axiale instabiliteit. Er wordt een flexie-extensie opname gemaakt met C1-C2 translatie; als het verschil > 3 mm is, wordt er gesproken van instabiliteit
-> rekening mee houden bij intubatie
Fibromyalgie
wijdverspreide chronische pijn, vermoeiheid en tendomyogene pijn
- chronisch pijn syndroom
- tast de gewrichten niet direct aan
- een stoornis in de verwerking van pijnprikkels in de hersenen en het zenuwstelsel.
diagnostiek fibromyalgie
- uitdagend want geen specifieke laboratoriumtests of beeldvormende onderzoeken
- klinisch beeld en uitsluiting van andere oorzaken
- criteria die helpt bij diagnose: widespread pain index (WPI) en de symptom severity scale (SSS).
wat speelt ene rol gij fibromyalgie
- genetische factoren
- omgevingsinvloeden
- stress
- eerdere traumatische gebeurtenissen
behandeling fibromyalgie
verlichten van symptomen, het verbeteren van de kwaliteit van leven en het beheersen van de klachten op lange termijn
- fysiotherapie of ergotherapie
- aangeraden om goed te slapen
- NSAIDS, antidepressiva of anticonvulsiva
- niet-medicamenteuze behandelingen zoals psychologische ondersteuning, cognitieve gedragstherapie en oefentherapie
Acuut coronair syndroom (ACS)
wordt onderverdeeld in instabiele angina pectoris en acuut myocardinfarct
hoe wordt instabiele anginga pectoris veroorzaakt
door een stenose van een coronair vat van meer dan 70% of door het ontstaan van een klein stolsel na ruptuur van een atherosclerotische plaque, zonder dat daarbij het hele coronair vat wordt afgesloten.
waarvan is er sprake bij een acute myocardinfarct
plaqueruptuur, waarbij het stolsel het hele lumen van het coronair vat afsluit. Hierdoor zal necrose van de cardiomyocyten in het betreffende gebied optrede
risicofactoren ACS
- leeftijd > 60 jaar
- man
- hypertensie
- DM
- hoog cholesterol
- overgewicht
- roken
- alcoholgebruik
- zoutgebruik
- weinig beweging
- positieve familieanamnese
- eerder doorgemaakte hart en vaat-ziekten
risicofactoren ACS
- leeftijd > 60 jaar
- man
- hypertensie
- DM
- hoog cholesterol
- overgewicht
- roken
- alcoholgebruik
- zoutgebruik
- weinig beweging
- positieve familieanamnese
- eerder doorgemaakte hart en vaat-ziekten
symptomen ACS
- mid-sertnale pijn op de borst in rust, die langer dan 15 min aanhoudt en uitstraalt naar de linkerarm of kaak
- drukkende en beklemmende pijn
- zweten
- misselijkheid
- braken
- bleke of bluawe huid
diagnostiek acuut myocardinfarct
- ecg en bepalen troponine-I of troponine T
Wanneer er een normaal ECG en een normaal troponine is, wordt er gesproken van instabiele angina pectoris
behandeling instabiele angina pectoris
isosorbidenitraat 5 mg sublinguaal
waar moet onderscheid worden gemaakt bij acute myocardinfarct
stemi: st-elevatie op het ECG in minimaal 2 afleidingen en verhoogde cardiale enzymen
- nonstemi geen st-elevaties wel verhoogde cardiale enzymen
behandeling stemi
revascularisatie (PCI)
behandeling NON-stemi
afhankelijk van de GRACE-risicoscore, even worden gewacht, maar de revascularisatie vindt bij voorkeur binnen 24 uur plaats
hoe behandel je ACS
- antitrombotische medicatie (heparine/laag moleculair heparine, aspirine, P2Y12 receptor inhibitors), pijnstilling (morfine), zuurstof en eventueel nitraten
- Ook worden er medicijnen gegeven voor secundaire preventie, namelijk aspirine, een P2Y12 receptor inhibitor (clopidogrel), statine, een bètablokker en een ACE-inhibitor
- lifestylemanagement
prevalentie AAA
mannen > 65 jaar oud 5-8%
vrouwen > 65 jaar oud 2%
wanneer is er sprake van aneurysma
vanaf 4,5 cm
wanneer wordt er ook geopeerd bij AAA
> 5,5 cm
risicofactoren AAA
- roken
- man
- leeftijd
- hypertensie
- hyperlipidemie
- familiair
symptomen AAA
De meeste aneurysmata zijn asymptomatisch en worden gevonden bij routinematig abdominaal onderzoek of gewone röntgenfoto’s, of tijdens urologisch onderzoek
- epigastrische pijn die uistraalt naar de rug
wat veroorzaakt een gescheurde AAA
hypotensie, tachycardie, ernstige bloedarmoede en plotselinge dood
behandeling AAA
EVAR (VOORKEUR) of openchirurgie
symptomen cardiogene shock als gevolg van myocardinfarct
- De huid is koud, bleek, grijs en heeft een langzame capillaire refill.
- Tachycardie, verminderde polsdruk,
- Zweten
- Bloeddruk: kan aanvankelijk normaal lijken (), maar hypotensie kan later toch opspelen.
- Verhoogde jugulaire veneuze druk (JVP)
- Longoedeem
behandeling cardiogene shock
toedienen van vaatvernauwers
glibenclamide
Dit is een sulfonylureumderivaat. Het stimuleert de pancreas tot insulinesecretie en tot betere opname van glucose in de spieren.
- werkt alleen bij DM2
- Het zorgt voor insulineafgifte onafhankelijk van de bloedsuikerspiegel
complicatie glibenclamide
hypoglycemie -> zowel de insulineconcentratie als c-peptide zijn hoog -> bij een normale hypoglycemie zijn ze laag
wanneer is er sprake van een hypoglycemie
onder de 3 mmol/l
symptomen hypoglycemie
- Palpitaties
- Wazig zien
- Sterk transpireren
- Hongergevoel
- Trillen
- Verwardheid
behandeling hypoglycemie
normaal: kortwerkend glucose 10-25 gram per os bij aanspreekbare en 50 ml van 50% iv bij niet aanspreekbare
wanneer hypo pas minder dan 45 minuten bestaat en de patiënt geen leverinsufficiëntie heeft kun je ook 1 mg glucagon subcutaan of intramusculair geven.
glibenclamide: 24 uur opnemen (werkt 24 uur) en gedurende deze tijd een glucose-infuus geven
- dosis wellicht verlagen om volgende hypoglycemie te voorkomen
hyperglycemie
ontstaat door een relatieve insulinedeficientie gerelateerd aan insulineresistentie en bètacel dysfunctie.
Diabetische ketoacidose
- braken en misselijk
- ernstige dorst, polyurie, gewichtsverlies, abdominale pijn en vertonen tekenen van zwakte
- tachycardie, hypotensie, dehydratie, warme droge huid, hyperventilatie, hypothermie en verminderd bewustzijn
- er moet sprake zijn van een absoluut insulinetekort -> zie dit alleen bij DM1
diagnostiek Diabetische ketoacidose
het klinische beeld in combinatie met hyperglycemie, ketonanemie/ketonurie en een acidose van < 7.30 met een verlaagd bicarbonaat.
eerste hulp setting tand door lip behandeling
- enkele minuten met een steriel gaasje de wond dichtdrukken waarbij het soms helpt een ijsblokje op de wond te houden
- hierna moet de wond eventueel gehecht worden wanneer deze langer is dan 1 cm
- De bijkomende letsels aan de tanden, aangezicht of kaak moeten ook behandeld worden
waarmee moet je je tand spoelen als die afbreekt en waarmee zet je hem vast
- melk
- spalk
- . Laat de patiënt op een kompres bijten en diens bloed uitspugen omdat doorslikken misselijkheid kan veroorzaken.
- melktand nooit terugplaatsen
waarvan is er bij verslikken bij abnormale hoorbare ademhaling en hoesten
gedeeltelijke afsluiting
wat te doen bij verstikking
- kind aansporen te hoesten
- werkt niet: 5 opwaartse rugslagen waarbij het kind vooroverbuigt
- 5 buikstoten als dit nog steeds niet werkt
als kind bewusteloos raak: op grond leggen en 112 bellen en bls-protocol starten
aspiratie corpus alienum
kans op het ontwikkelen aspiratiepneumonie wanneer het corpus alienum niet opgehoest wordt
wat is een type 1 overgevoeligheidsreactie
dan veroorzaken allergenen een IgE gemedieerde allergische reactie.
wat veroorzaakt specifiek IgE
een directe reactie (< 2 uur) na contact met allergeen
symptomen allergie
- Maagdarmkanaal: oral allergy, misselijk, buikpijn, braken, diarree
- Huid: urticaria, angio-oedeem
- Ogen: jeuk, roodheid, tranen, zwelling
- Bovenste en onderste luchtwegen: loopneus, verstopte neus, jeuk neus, niezen, benauwd, piepen, hoesten, stridor, heesheid
- Anafylaxie
diagnostiek allergietest
- skin prick test
- immunocap
- dubbelblind placebo controlled food challenge
wat is anafylaxie
een acute, in principe levensbedreigende reactie, die meestal meerdere orgaansystemen betrekt (huid of slijmvliezen, respiratoire klachten, hypotensie, persisterende gastro-intestinale klachten).
symptomen anafylaxie
- urticaria
- slikklachten
- kortademigheid
- misselijkheid
- braken
- Dit wordt veroorzaakt door de snelle degranulatie van mestcellen wanneer er contact is met de allergenen
classificatie van anafylaxie gaat volgens welke schaal
schaal van müller
schaal van müller
- Graad 1: gegeneraliseerde jeuk, urticaria en/of erytheem
- Graad 2: klachten van graad 1 met gegeneraliseerd oedeem, misselijkheid, braken, licht gevoel in hoofd, buikpijn, diarree, niet uitstralende drukkend gevoel op borst
- Graad 3: klachten van graad 1-2 met stridor, dysfagie, heesheid, onduidelijke spraak, dyspnoe
- Graad 4: cyanose, hypotensie, collaps, incontinentie, bewusteloosheid, ernstige hartritmestoornissen, al dan niet klachten van graad 1-3
behandeling allergie
- acute situatie: ABCDE en epipen
- ernstige allergie: immunotherapie
bls protocol
30- borst compressies
2 adempogingen
- om de 2 minuten wisselen wie compressies geeft
hoe kan je neurologisch welzijn testen
glasgow coma scale (ofwel EMV-score)
wat is de EMV score
E :
4: Opent ogen spontaan
3: Opent ogen op aanspreken
2: Opent ogen op pijnprikkel
1: Opent ogen niet
M:
6: Voert eenvoudige opdracht uit
5: Lokaliseert een pijnprikkel
4: Normale flexie op pijnprikkel
3: Abnormaal buigen op pijnprikkel
2: Extensie op pijnprikkel
1: Geen reactie op pijnprikkel
V:
5: Georiënteerd in tijd, plaats en persoon
4: Conversatie mogelijk, doch verward
3: Spreekt, maar geen conversatie mogelijk
2: Kreunt alleen
1: Geen verbale uitingen
oorzaak Flauwte / vasovagale collaps
kortdurend zuurstoftekort in de hersenen dit is een gevolg van overstimulatie van het parasympathische zenuwstelsel, waardoor de vaattonus daalt en een bradycardie ontstaat
soorten Flauwte / vasovagale collaps
- Neuraal gemedieerd (66%)
- Orthostatische hypotensie (10%)
- Cardiale aritmie (11%)
- Structurele cardiopulmonair (5%)
- Non-syncoop (6%)
redenen flauwte
- Vermoeidheid
- Weinig eten
- Ziekte
- Inspanning/opwinding
kenmerken
Flauwte / vasovagale collaps
vaak binnen een minuut weer bijkomen
- vaak gezien bij mensen die lang moeten staan en bij hitte (staan meer vaten open)
behandeling Flauwte / vasovagale collaps
- op rug blijven liggen en benen omhoog houden (10 min) (frisse lucht en prikkelarme omgeving)
wanneer doe je intuberen
emv onder de 8
wat doet een mayo tube
obstructie van de tong voorkomen
circulation
kijk ook stand benen
wat is logroll
methode om slachtoffer om te draaien op z’n zij waarbij de wervelkolom gestabiliseerd word
ampel
- allergie
- medicatie
- past
- laatste maaltijd
- event
sbar
- situation
- background
- assesement
- recommadation
welk hartritmestoornis is geassocieerd met een voorwandinfarct
Ventriculaire tachycardie
symptomen Ventriculaire tachycardie
- hartkloppingen
- duizeligheid
- flauwvallen
- levensbedreigende hartritmestoornissen
longfibrose
restrictieve longziekte -> gaat gepaard met een kleiner TLC
oorzaken longfibrose
- bindweefselaandoening
- bijwerkingen van medicatie
- granulomateus
- idiopathisch
incidentie idiopathische longfibrose
mannen boven de 60 jaar
fases wondgenezing
- Fase 1: hemostase
Lekkage, plaatjesaggregatie, fibrinevorming en vasoconstrictie - Fase 2: ontsteking/inflammatie
Vasodilatatie, toename van de vaatpermeabiliteit, chemotaxie en een cellulaire respons - Fase 3: proliferatie
Epitheelcellen migreren naar de wondranden, endotheelcellen gaan nieuwe bloedvaatjes vormen (angiogenese), fibroblasten maken ECM en myofibroblasten zorgen dat de wondranden naar elkaar groeien ( stopt niet met contraheren bij IPF, waardoor het longweefsel samenkrimpt) - Fase 4: herstel/remodelling
Beëindiging ophoping fibroblasten en depositie van collageen
welke cellen zijn aangedaan bij longfibrose
(myo)fibroblasten en type II alveolaire cellen -> hierdoor verouderen cellen te snel en hoopt beschadiging zich op in de longen
behandeling longfibrose
- niet te genezen
- Fibroseremmers zoals pirfenidon en nintedanib om progressie te remmen
- zuurstof toedienen bij ernstige afname van longfunctie
- longtransplantatie
- morfine bij ernstige benauwdheid
Pirfenidon
- heeft ontstekingsremmende antifibrotische eigenschappen
- het remt ontstekingsfactoren en de activiteit van fibroblasten
- oraal
- bijwerkingen: huidreacties, levertoxiciteit, vermoeidheid, maag-darm klachten en ademhalingsproblemen
Nintedanib
- tyrosinekinaseremmer
- remt groeifactoren die de activiteit van fibroblasten stimuleren
- oraal
- bijwerkingen: hypertensie, bloedingen, levertoxiciteit, maag-darmklachten, vermoeidheid en huidreacties
Idiopathische pulmonale fibrose
- mannen boven 60 en geassocieerd met roken
Idiopathische pulmonale fibrose risicofactoren
- medicatie
- genetische predispositie
- beroepsexpositie
wat doet type II alveolaire cel
reparatie van weefsel na schade en produceert surfactant om de alveoli open te houden
wat speelt ook een rol in de malfunctie van type II cellen
telomeropathie -> Door een mutatie in het enzym telomerase, die de telomeren van de cellen langer maakt, worden de telomeren niet verlengd en stoppen de cellen met delen
wat neemt er af bij IPF en wat is verhoogd
compliantie
elastische arbeid
hierdoor kleiner teugvolume maar hogere ademfrequentie
verlaagd diffusiecapaciteit door verminderd oppervlakte en toegenomen dikte van het longweefsel
- ventilatie-perfusie mismatch
LO IPF
basale crepitaties en clubbing van de nagels/vingers
Pneumothorax
er bevindt zich lucht in de pleuraholte, die wordt gevormd door de parietale en viscerale pleura
incidentie Pneumothorax
- lange, slanke mannen
- 20-40 jaar
oorzaak Pneumothorax
vaak trauma
spontaan
wat zie je op foto’s bij Pneumothorax
bullae (zwakke plekken)
risicofactoren spontane Pneumothorax
roken en positieve familieanamnese
risicofactoren secundaire pneumothorac
COPD, astma, tuberculose, cystische fibrose en longcarcinoom
klachten pneumothorax
- acute dyspneu
- scherpe pijn op de borstkast
- pijn verergerd bij inademen
- tekenen van cyanose
- niet productieve hoest
LO pneumothorax
hypersonore percussie
ademgeruis verzwakt af afwezig
wat is te zien op x-thorax
atelectase
behandeling pneumothorax
drain
soorten nierinsufficientie
- Prerenale nierinsufficiëntie wordt veroorzaakt door een tekort aan bloedtoevoer naar de nieren.
- Renale nierinsufficiëntie treedt op als gevolg van een probleem dat het nierweefsel zelf betreft.
- Postrenale nierinsufficiëntie ontstaat door een belemmerde urine afvloed van de nieren
oorzaak acute nierinsufficientie
- infectie
- medicatie
- uitdroging
- verstoorde bloedtoevoer
chronische nierziekte kan waarvan het gevolg zijn
- nierontsteking
- diabetische nefropathie
- hypertensieve nefropathie
- polycystische nierziekte
nefrotisch syndroom
- Proteinurie > 3.5g/dag
- Oedeem
- Hypoalbuminemie
- Hypercholesterolemie
meestvoorkomende vorm van nefrotisch syndroom
membraneuze glomerulopathie -> antistoffe tegen PLA2 receptor op de onderkant van de podocyt
nefritisch syndroom
- Proteinurie <3g / dag
- Oedeem
- Actieve ontsteking
- Oligurie & nierinsufficiëntie
- Hematurie
- Hypertensie
soorten nefritisch syndroom
anti-GBM glomerulonefritis (antistoffen tegen lichaamseigen antigen van collageen op het basaalmembraan) poststreptococcen glomerulonefritis (immuuncomplexen onder endotheel), ANCA geassocieerde glomerulonefritis (antistoffen tegen cyptoplasma leukocyten), lupus nefritis (glomerulonefritis in kader auto-immuunziekte) en IgA nefropathie.
IgA nefropathie incidentie
- piekincidentie rond 20-30 jaar
- vaker bij mannen
- vaker bij kaukasische mensen en in aziatische landen
waar slaat IgA neer bij IgA nefropathie
in het mesangium -> gaat prolifereren -> gat in de filtratiebarriere -> proteinurie en hematurie
kenmerken IgA nefropathie
- sluipend beloop
- sommige korte perioden van hematurie en proteinurie, langdurige perioden van proteinurie
waar heeft IgA nefropathie
een associatie mee
HIV, coeliakie, cirrose
diagnostiek IgA nefropathie
nierbiopt alleen bij ernstige vorm of progressieve neropathie -> mesangiale IgA deposities (eventueel ook IgG en IgM)
behandeling IgA nefropathie
alleen nodig bij forse (nefrotische) proteïnurie of snelle achteruitgang van de nierfunctie.
- ace inhibitors
FAP
darm zit vol met poliepen -> mutatie in APC gen (remt de cel proliferatie)
symptomen C
symptomen CRC
- rectaal bloedverlies
- gewichtsverlies
- wisselend defecatiepatroon
- buikpijn
- ileus
- loze aandrang
- vermoeiidheid
hoe doe je stageringsonderzoek bij CRC
CT van abdomen en thorax (metastasen)
bij rectumcarcinoom ook MRI-bekken
stadium via tnm classificatie bij CRC
Stadium I (T1,2N0M0), Stadium II (T3,4N0M0), Stadium III (vanaf lymfe: TxN1M0) en Stadium IV (vanaf metastase: TxNxM1).
wat houdt T1 t/m T4 in
respectievelijk tot in de lamina submucosa, lamina muscularis propria, subserosa en uiteindelijk door het colon.
behandeling coloncarcinoom stadium 1 tot 3
oncologische resectie
alleen pT1N0M0 kan met een lokale resectie behandeld worden
wanneer wordt adjuvante chemotherapie gegeven bij CRC
ongunstige stadium II, en alle stadium III carcinomen
wat zijn de doelen van voorbehandeling bij rectum carcinoom
(1) het voorkomen van een lokaal recidief (een korte radiotherapeutische voorbehandeling)
(2) het voorkomen van een lokaal recidief en het kleiner maken van de tumor (lange chemoradiotherapeutische voorbehandeling).
wat wordt nooit gegeven bij rectumcarcinoom
adjuvante chemotherapie
wanneer LAR en wanneer APR bij rectumcarcinoom
LAR -> proximaal gelegen (kan anastomose of eindstandige stom worden gekozen)
APR -> distaal gelegen (altijd eindstanding colostoma)
hoe wordt T4 of recidief RC behandeld
exenteratie -> meerdere organen verwijderd
wat resulteert in galstenen
teveel cholesterol en te weinig lipiden
symptomen galstenen
koliekpijn in rechter bovenbuik en kan uistralen naar het schouderblad, teken van murphy (drukpijn), steatorroe, donkere urine, icterus en pruritus (jeuk)
risicofactoren galstenen
fat
female
forty
fair
fertile
diagnostiek galstenen
echo/mri onderzoek
bloedwaardes
behandeling
galstenen in galblaas: cholecystectomie
in hoofdgalwef: ERCP
hoe werkt ERCP
ga je via de maag, langs de pylorus en dan door het duodenom heen de papil van vater in. Er kan dan selectief gekozen worden welke gang er in wordt geslagen.
- met een ballonetje worden de galwegen schoongeveegd -> recidiefkans
door wat wordt syfilis veroorzaakt
treponema pallidum
risicogroep syfilis
MSM, HIV en prostitutie
is syfilis gevaarlijk als je zwanger ben
ja
wat is de incubatietijd van syfilis
10-90 dagen
stadium 1syfilis
- pijnloos ulcus met lymfadenopathie
- ulcus is besmettelijk tot het geneest (4-6 weken)
- meestal gelokaliseerd op de penis, rond de vagina, anus of mond
- binnen enkele uren verspreidt de bacterie zich in het hele lichaam via bloed en lymfe
- beleid: partnerwaarschuwing van afgelopen 3 maanden
stadium 2 syfilis
- na 6 weken tot 12 maanden kan de bacterie in elk orgaan zitten
- zowel bloed als slijmvliezen zijn besmettelijk
- alle partners van de afgelopen 6 maanden
stadium 3
- latente fase kan hierin overgaan
- gebeurd als het immuunsysteem zwakker wordt
- bacterie dringt het czs het hard en andere organen binnen
- alle partners van afgelopen jaar waarschuwen
diagnostiek syfilis
PCR van ulcus, ELISA, EIA IgG of donkerveldmicroscopie van het ulcus
Een positieve uitslag van het serologisch onderzoek moet bevestigd worden met een non-treponemale test, zoals VDRL/RPR. Dit komt omdat treponemale antistoffen levenslang in het bloed aanwezig blijven, terwijl non-treponemale antistoffen wat zeggen over de activiteit van de ziekte.
wat is specifieker non-treponemale of treponemale testen
treponemale test
behandeling syfilis
peniciline
voorlopers melanoom
melanoma in situ, lentigo maligna en giant congenital naevus
melanoom
- kan op elke plek voorkomen (ook die niet in aanraking komen met de zon)
- moedervlek die plotseling van vorm, kleur, omtrek en grootte veranderd
risicofactoren melanoom
- uv straling, ernstige verbanding op jonge leeftijd, huidtype 1, blond haar blauwe ogen, sproeten en basaalcel/plaveiselcel carcinoom in vg
diagnostiek melanoom
dermatoscopie
- de Breslow-dikte bepalen -> Dit is de afstand tussen de granulaire laag en de diepste tumorcel
wat gebeurd er als de verdenking op een melanoom hoog is
diagnostische excisie met een marge van 2 mm. vervolgens therapeutische incisie met een marge van 1 cm
basaalcelcarcinoom
- ontstaat in de epidermis in keratinocyten
- gemiddelde leeftijd 65 jaar
- gelijke incidentie tussen mannen en vrouwen
- 3 x verhoogde kans op andere huidkankervormen
- toename door: zonnen, zonnebanken, toenemend gebruik immunosuppresiv, vergrijzing, toenemend bewustzijn, na lokaal trauma of na radiotherapie
basaalcelnaevus syndroom
mutatie in PTCH gen waardoor er meerdere BCC’s ontstaan vanaf jonge leeftijd
- glazige, wasachtige, doorschijnende papel, plaque of nodus met praelmoerachtige glans
- daarnaast zie je vaak centrale ulceratie met een verheven bleke rand, teleangiëctastieën en bloed het snel
behandeling laag risico BCC
excisie met 3 mm marge of topicale therapie (fluorouracil)
wanneer laag risico BCC wanneer hoog risico BCC
laag: superficieel, nodulair
hoog: sprieterig, micronodulair, h-zone, > 2cm, recidief
behandeling hoog risico BCC
excisie met 5 mm marge of mohs micrografische chirurgie
voorstadia Plaveiselcelcarcinoom (PCC)
actinische keratosen en morbus bowen
-> behandeling cryotherapie of curretage
Plaveiselcelcarcinoom (PCC)
huidkleurige tot erythemateuze pijnlijke plaque of nodus
- vaak schilfering of centrale ulceratie en bloed de laesie
- 80% komt voor in hoofd-hals gebied
- bij stadium II ook echo hals maken
Plaveiselcelcarcinoom (PCC)
huidkleurige tot erythemateuze pijnlijke plaque of nodus
- vaak schilfering of centrale ulceratie en bloed de laesie
- 80% komt voor in hoofd-hals gebied
- bij stadium II ook echo hals maken
PCC STADIUM 1 Beleid
excisie 5 mm marge
PCC stadium 2 beleid
excisie 10 mm marge of mohs procedure
PCC bij de lip beleid
mohs procedure of brachytherapie
beleid goedaardige moedervlek
geen verdere behandeling
invasief melanoom
schildwachtklier dissectie om te bepalen of kanker zich heeft verspreid naar nabijgelegen lymfeklieren
waar komt psoriasis vaak voor
- ellebogen, knieen, behaarde hoofdhuid, onderrug en nagels
welke kleur zijn psoriasis laesies vaak
rood
varicella
- voorkeursleeftijd tussen de 0-4 jaar
- maculae die overgaan in blaasjes en crusteuze laesis, gecombineerd met koorts en algehele malaise
Scabiës
- direct huidcontact: langdurig en nauw
- voorkeurslocaties: schaamstreek, tussen de vingers, polsen, ulnaire zijde van de hand, enkels, oksel en rondom de tepels
- bij mannen vrijwel altijd het geslacht aangedaan
- complicaties: superinfectie met S. aureus en/of Streptococcus pyogenes of een poststreptokokken endocarditis en glomerulonefritis
wat zie je bij de dermatoscopie bij scabies
deltasign: kop en voorpoten
behandeling scabies
ivermectine op dag 1 en 8 en permetrine creme op dag 1 en 8
benzylbenzoaat bij zwangeren op dag 1,2,8,9
- contact behandelen
- hygienische maatregelen
Polymorfe lichteruptie
- vrouwen in vruchtbare jaren
- huiduitslag en jeuk
risicogroepen voor SOA
mannen die seks hebben met mannen, personen met veel wisselende contacten of personen uit een SOA-endemisch gebied
verwekkers urethritis (soa) bij mannen
Neisseria gonorrhoeae, Chlamydia trachomatis, Mycoplasma genitalium en HSV
symptomen soa urethritis
- dysurie
- irritatie van de urthra
- jeuk en/of afscheiding uit de urethra
Chlamydia welke soort kan conjunctivitis veroorzaken en welke urogenitale infecties
conjunctivitis: A, B, Ba en C
urogenitale infecties: D t/m K ( afscheiding helder en waterig)
vrouwelijke symptomen chlamydia
pijn of een branderig gevoel bij plassen, meer uitscheiding of andere afscheiding uit vagina dan normaal, tussentijdse bloedingen, pijn of bloedverlies tijdens of na het vrijen, pijn in de onderbuik en pijn rechtsboven in de buik
mannelijke symptomen chlamydia
pijn of een branderig gevoel bij het plassen, afscheiding uit de penis en pijn in de balzak
complicaties chlamydia
- ascenderende infecties en infertiliteit
diagnostiek man chlamydia
eerstestraals urine
behandeling chlamydia
azitromycine of doxycycline en ontsmettende oogdruppels
Gonorroe
- gramnegatieve diplococcen
- seksueel actieve mensen tussen de 15 en 24
- besmetting van het oog aan de zijde van de dominante hand
- kan gedissemineerde infectie veroorzaken: symptomen hiervan zijn: koorts, polyartritis en zelfs een septische artritis
LO gonorroe
gele pus uit de urethra
diagnostiek gonorroe
PCR en kweken van oogvocht
behandeling gonorroe
ceftriaxon of anders ciprofloxacine, azitromycine of cefotaxim
Herpes simplex (HSV)
- blaasjes
- vesiculaire huidlaesis, opgezette oogleden, tranen en irritatie in de ogen
- hsv1 komt het vaakst voor
- blijven latent aanwezig in de neurale ganglia
- diagnostiek: PCR en serologie
- behandeling van uveititsL valaciclovir
mammacarcinoom
- kan BRCA1 en BRCA2 gen mutatie zijn (kan ook eierstokkanker geven) (60-80% risico)
- autosomale dominante overerving
stadiëring mammacarcinoom
- Stadium I: een tumor < 2 cm zonder aangedane lymfklieren of metastasen.
- Stadium II: een tumor tussen 2-5 cm, wel of geen aangedane lymfklieren maar geen afstandsmetastasen.
- Stadium III: een tumor groter dan vijf centimeter, wel of geen aangedane lymfklieren maar geen afstandsmetastasen. De tumor valt ook onder dit stadium als hij kleiner is, maar door de huid naar buiten komt of als hij vastzit aan de borstwand, omdat dit de kans op metastasen vergroot.
- Stadium IV: een tumor met aangetoonde metastasen.
klachten verschillende metastasen
- botmetastasen: veel pijnklachten
- levermetastasen: buikpijn, misselijkheid en geelzucht
- longmetastasen: dyspnoe
- huidmetastasen: bloedding
- hersenmetastasen: hoofdpijn
gunstige prognostische factoren mammacarcinoom
: leeftijd boven 70 jaar; mucineus bij histologie; meer dan 5 jaar ziektevrij interval; oestrogeenreceptor positief.
ongunstige prognostische factoren mamacarcinom
leeftijd onder 35 jaar; metaplastisch bij histologie; ziektevrij interval minder dan 2 jaar; triple negatief (ER/PR/Her2)
behandeling gemetastaseerd BrC
- systemische therapie
- iedereen komt in aanmerking voor chemotherapie
- botversterkende medicatie als bisfosfonaten of antistoffen tegen rank ligand bij botmetastasen
- antihormonale therapie eerste voorkeur (even effectief als chemo, langer effectief, minder bijwerkingen en steeds delende tumoren de ER kunnen verliezen
covid
incubatie tijd 2-14 dagen
matglas afwijkingen op rontgen
diagnose: pcr: keelneus swab nasopharynx, serologie IgM/IgG, CT-thorax, klinische verdeking
behandeling: bij matig dexamethason
bij ernstig dexamethason max 1- dagen eventueel eenmalig tocilizumab
hoe kan je beademing geven bij een wakkere patient
high-flow nasal oxygen
via wat gaan intubatie en mechanische ventilatie
positieve druk beademing, onder sedatie en soms buikligging
- worden behandeld in aerogene isolatie