Woordenschat Flashcards
Si
Ja
No
Nee
Yo
Ik
Tu
Jij
El
Hij
Ella
Zij
Usted
U
Nosotros/nosotras
Wij m/v
Vosotros/vosotras
Jullie M/V
Ellos / Ellas / Ustedes
Zij, u (meervoud)
Como estas
Hoe gaat het met jou
También
Ook
Vinagre
Azijn
Pajaro (pagarro)
Vogel
No sé
Ik weet het niet
Estudiante
Student
El quiosco
De kiosk (el kiosko)
Encantado (m)
Encantada (v)
Leuk je te ontmoeten
Griego
Grieks
Arroz
Rijst
Hablar
Praten
La aceite
Olijfolie
El naranjo
De sinaasappelboom
Buenos dias (el dia)
Goedemorgen
Buenas tardes
Goedemiddag
Buenas noches
Goedenacht
Es
Het is
fantástico
Fantastisch
absolutamente
Absoluut
aqui
Hier
Muy
Zeer
Muy bien y tu ?
Heel goed en jij ?
No es
Is niet
No es muy bueno aquí
Het is niet erg goed hier
Dónde
Waar
Lo siento
Het spijt mij (sorry)
El carro
De auto
La cartera
De portomonnee
La oficina
Het kantoor
La Trabajo
Het werk
Quiero
Want
Yo quiero trabajar hoy
Ik wil vandaag werken
Quién
Wie
Libro
Boek
Mesa
Tafel
Beber
Drinken
Comer
Eten
Quiero comer una manzana
Ik wil een appel eten
Vaso
Glas
Donde vives
Waar woon je ?
Yo Tengo una casa en veenendaal
Ik heb een huis in veenendaal
Mal
Slecht, verkeerd
Yo soy de Francia
Ik kom uit Frankrijk