WC1 Flashcards
Hoe ontstaat vuursteen?
Kiezelzuur van skeletjes van sponsnaalden en eencellige micro-organismen verzamelt zich in holtes van kalksteen wat fossiliseert in de loop van tijd tot concreties.
Waar wordt vuursteen gevonden?
Kalksteenafzettingen, vuursteenmijnen in gebieden waar vroeger zee was (zoals Limburg en België
Rijkcholt-vuursteen
Zuid-Limburg.
Kleur is heterogeen, zeer donker- tot lichtgrijs.
Fijnkorrelig.
Zwarte en witte spikkels of grote witachtige en lichtgrijze vlekken.
Valkenburg-vuursteen
Zuid-Limburg.
Geelbruin tot grijs.
Grofkorrelig.
Geoxideerde ijzerbanen.
Kalkachtig.
Spiennes-vuursteen
België.
Zeer donker- tot lichtgrijs.
Fijn- tot grofkorrelig met matte glans.
Zwart en witte spikkels tot grote witachtige en lichtgrijze vlekken,
Lousberg-vuursteen
Duitsland.
Paarsgrijs met bruine buitenkant.
Wafelijsvuursteen.
Witte inclusies.
Plaatvormig.
Groeven bij Aken.
Le Grand Pressigny-vuursteen
Frankrijk.
Oranjebruin tot honingkleurig.
Suikkerkorrelachtige glimmers.
Soms rode of groene spikkels (restanten van ijzeroxides).
Deens-vuursteen
Eilandje Helgoland
rood, oranjebruin, honingkleurig tot chocoladebruin.
Zeer glimmend en homogeen, fijnkorrelig.
Waar wordt vuursteen gevonden (secundaire context)?
Rivierbeddingen.
Morene gronden (keileemafzettingen).
Kustgebied.
Obsidiaan
Lijkt op vuursteen maar is het niet.
Ontstaan door snelle afkoeling van lava.
Donkergroen, paars tot diepzwart.
Erg scherp maar ook broos.
Wommersomkwartsiet
België (Wommersom)
Fijn, grijs tot bruin kwartsiet (omzettingsgesteente).
Oppervlakteverschijnselen
Craquelé: scheurtjes en breukjes.
Verkleuring: wit-grauwgrijs-blauw
Potlids: ronde stukjes vuursteen die loslaten bij verbranding.
Kleurpatina
Bruin door neerslaan ijzerdeeltjes op het oppervlak of oxidatie ijzermoleculen in het vuursteen.
Zorgt voor een witte kleur, water lost buitenkant een beetje op en wordt poreus.
Vermiculé
Kleurpatina met strepen van wit en blauwwit
Glanspatina
Langzame oplossingsprocessen door duren in de bodem.
Regelmatige glans over het hele oppervlak.
Kloppers
Ronde steen zo groot als de palm van je hand voor het “slaan” van vuursteen.
Retouchoirs
kleine steentjes om retouches te maken in vuursteen. Kan ook met hout of bot voor meer precisie
Geweihamer
Een stuk gewei gebruikt voor het afslaan van vuursteen.
Precisie-werktuig.
Drevel
Soort beiteltje van gewei, bot of hout voor meer precisie.
Contre-coup techniek
Met drevel op vuursteen maar ook met aambeeld eronder.
Voor lange, rechte afslagen.
Onder welke hoek sla je vuursteen?
Hoek <90 graden
Kerntechniek
Vroeg paleolthicum.
Harde percussie.
Eerst eenzijdig of unifaciaal “choppers” of “pebble-tools”.
later ook 2-zijdig of bifaciaal “choppingtools” of “choppertools” (vuistbijlen).
Levalloistechniek
Midden-paleolithicum.
Oudste afslagtechniek.
Kernsteen wordt door afslagen voorbewerkt totdat een soort halfbolvormige doorsnede is verkregen.
Harde, directe percussie.
Opbrengst is enkele afslagen.
Klingtechniek.
Vanaf laat-paleolithicum.
Afslagtechniek van de moderne mens.
Een kern wordt voorbewerkt met een platform en bewerkte richel of rib wordt verkregen.
Indirecte, zachte percussie (precisie is belangrijk).
Opbrengst: meerdere afslagen (> 20 per kern) waarvan verschillende werktuigen worden gemaakt.