vocabulary folder 4 ned-eng Flashcards
een zaak
a case
een plaats van de misdaad
a crime scene
een rechercheur (voor moorden)
a (homicide) detective
een raadsel
a riddle
een bureau
a study
een spoor
a trace
onderzoeken
to investigate
een misdaad plegen
to commit a crime
zelfmoord plegen
to commit suicide
misselijkheid
nausea
een straf
a penalty
een verdachte
a suspect
een zaklamp
a torch
oefenen, inoefenen
to rehearse
schuiven
to shove
overgeven
to vomit
fluisteren
to whisper
een gevoel van opperste geluk, zalig
blissful
bewegingloos
motionless
rustig
tranquil
heel erg
awfully
punctueel, stipt
punctually
informatie verkrijgen
to acquire information
naar boven kijken
to glance up
een alibi hebben
to have an alibi
een probleem van iets maken
to make a fuss
te binnen schieten, duidelijk worden
to occur to someone
een tafel omverstoten
to overturn a table
iemand laten overnachten
to put someone up for the night
met kleine slokjes drinken
to sip a drink
een (moord)zaak oplossen
to solve a (murder) case
naar boven komen
to well up
een alibi
an alibi
een lijkschouwer
a coroner
de overledene
the deceased
een veiligheidscamera
a surveillance camera
afspraken maken
to make arrangements
op onderzoek gaan
to make inquiries
op tijd komen
to make it in time
een afspraak maken
to scheldule / make an appointment