vending machine geluid Flashcards
1
Q
Geluid
A
zijn trillingen van een veerkrachtige vaste stof, vloeistof of gas.
2
Q
Een geluidsbron
A
is het voorwerp dat trilt.
3
Q
Geluid plant zich voor als
A
een longitudinale golf
4
Q
Geluid heeft een… nodig
A
middenstof
5
Q
De toonhoogte
A
word bepaald door de frequentie.
6
Q
De geluidsterkte
A
wordt bepaald door de uitwijking voor de trillingen.
7
Q
eenheid van frequentie
A
hertz (Hz)
8
Q
geluid lager dan 20 Hz
A
Infrasone geluid
9
Q
geluid hoger dan 20 000 Hz
A
Ultrasone geluid
10
Q
wat zijn de twee kenmerken van toon
A
frequentie (hertz)
geluidssterkte (decibel)