Uitspraken Flashcards
Kom
Aaji
Ga
roH / roHi
Waarom
3alaash
Ja
Oua
Nee
La
En
O
Ik
Ana
Jij
Nta / nte
Hij / zij
houa / hiiya
Wij
Hnaaya
Zij (mv.)
Hooma
Mijn
dyale
Jouw
Dyalak
Zijn
Dyalo
Van haar
Dyalha
Van ons
Dyalna
Van hun
Dyalhoum
Van
m’n
Goedendag
Salaam 3alekum
Goedendag (terug)
o’3alekum salaam
Wat
Shnoo
Waar
Feen
Hoe
Kifesh
Dit
haada
Ik hou van u (fancy)
ken moot 3aleek
Hoe gaat het
Laa baas
Ja, alles gaat goed
Hamdullilaa
Maakt niet uit
M3aleesh
Goed
Mziaan
De andere
Loghra
Dit
haadha
Dat
haadak
Aan het begin van een actie (in de naam van God)
Bismillah
Iets wensen voor de toekomst
Inshallah
Iets verachten / willen voorkomen
Astaghfirullah
Iets bewonderen
Mashallah
Goeiemorgen
sbah al kheir
Eet
Kool / kooli
Met
M3aa
Maar
Walakiin
Ik weet het niet
Ana mn arfsh
Ik weet het
Ana arfsh
Goeieavond
Ms lgheir
Geef mij
Geef hem
Geef haar
Geef ons
Geef hen
3aateene
3aateelo
3aateelha
3aateelna
3aateelhoum
Dit zeggen wannneer je iets geeft
Haak
Haake
Help mij
Help hem
Help haar
Help ons
Help hen
3aawene/3aawenene
3aaweno/3aaweneh
3aawenha/3aaweneha
3aawenna/3aawenenna
3aawenhoum/3aawenehoum
Sorry
SmeHle/smHele
Vragen (werkwoord)
Suuil
Voor mij
Gudaame
Achter mij
Mooraia