Thema1 Flashcards
Het bedrijf
Şirket
Het strand
Plaj
de boulevard
Bulvar
de boerenkool
Lahana
de worst
Salam
verloren (verliezen)
Kaybetmek
balen
Hayal kırıklığı
de maag
Mide
bijzonder
Özel
dat klinkt leuk (klinken)
Kulağa hoş gelmek
Saai
Sıkıcı
De kring
Halka
invalide
Özürlü
irritant
Gıcık
Over buren
Karşı komşular
De kroeg
Bar
Uitslapen
Gec saate kadar uyumak
misgang- misging
Ters gitti
Vergeten
Unutmak
De wekker
Çalar saat
Wakker worden
Uyanmak
Daardoor
Bunun sayesinde
Her peron
Peron
Het vertragen
Rötar
De kiosk
Bufe
Stoten
Ittirmek
Boos
Kızgın
Uitendelijk
Sonunda
Uitleggen- legde uit
Açıklamak
Uitpraten
Sozunu kesmemek
Opschieten- schiet op
Cabuk ol
Flauw
Adi ucuz
De grap
Şaka
Lukken
Başarmak
De haast
Acele
De conducteur
Kondultor
De boete
Para cezası
De opmerking
Laf yorum
Opletten- lette op
Dikkat etmek
Verbrand
Yanmış