Thema 6 English to Dutch Flashcards
to analyse
analyseren
separate
apart
tuition fees, the
collegegeld, het
to continue on
doorstromen
duration, the
duur, de
just as much
evenveel
university of applied sciences, the
hogeschool, de
engineer, the
ingenieur, de
content, the
inhoud, de
setting, the
instelling, de
teacher, the
leraar, de
secondary vocational education, the
mbo, het
government, the
regering, de
specialisation, the
richting, de
bridging programme, the
schakelprogramma, het
thesis, the
scriptie, de
specific
specifiek
dentistry, the
tandheelkunde, de
to admit
toelaten
admission, the
toelating, de
to apply
toepassen
university
universitair
residence permit, the
verblijfsvergunning, de
to comply
voldoen
pre-education, the
vooropleiding, de
to specialize
zich specialiseren
note, the
aantekening, de
to scrap
afschaffen
anonymous
anoniem
business administration, the
bedrijfskunde, de
deadline, the
deadline, de
expert, the
expert, de
formal
formeel
lecture, the
hoorcollege, het
individual
individueel
informal
informeel
initiative, the
initiatief, het
informative
leerzaam
massive
massaal
fellow
mede-
in the Dutch language
Nederlandstalig
paper, the
paper, de
passive
passief
to give a presentation
presenteren
position, the
stelling, de
strong
sterk
material, the
stof, de
preference, the
voorkeur, de
seminar, the
werkcollege, het
absent
afwezig
paragraph, the
alinea, de
superstition, the
bijgeloof, het
dramatic
dramatisch
fear of exams, the
examenvrees, de
to fail
falen
memory, the
geheugen, het
complicated
ingewikkeld
to do over
inhalen
locker, the
kluisje, het
to check
nakijken
to stay up
opblijven
to test
overhoren
panic, the
paniek, de
scarf, the
sjaal, de
to cheat
spieken
talent, the
talent, het
speech, the
toespraak, de
well-rested
uitgerust
result, the
uitslag, de
preparation, the
voorbereiding, de
alarm clock, the
wekker, de
self-confident
zelfverzekerd
to be dramatic
zich aanstellen
to concentrate
zich concentreren
to call in sick
zich ziekmelden
tyre, the
band, de
married couple, the
echtpaar, het
fantasy, the
fantasie, de
wood, the
hout, het
instruction, the
instructie, de
insight, the
inzicht, het
to destroy
kapotmaken
childcare, the
kinderopvang, de
flat
lek
to imitate
nadoen
to observe
observeren
to develop
ontwikkelen
to give up
opgeven
to measure
opmeten
plank, the
plank, de
to play chess
schaken
crooked
scheef
to sort
sorteren
voice, the
stem, de
technique, the
techniek, de
technical
technisch
carpenter, the
timmerman, de
to show
voordoen
workshop, the
werkplaats, de
to saw
zagen