thema 1: la nourriture Flashcards
hoeveel moet ik betalen?
c’est combien
bedankt en een fijn weekend gewenst
Merci en je vous souhaite un bon weekend
dag mevrouw/meneer hoe kan ik u helpen?
bonjour madame/monsieur je peux vous aider?
is dit alles?
c’est tout?
in het totaal is het 5.5 euro
au total ça fait 5.5 euro
ziehier het wisselgeld, 50 eurocent, en een fijne namiddag.
voici la monnaie 50 centimes je vous souhaite un bon après-midi
ik wil graag een stokbrood goed doorbakken
je voudrais une baguette bien cuite s’il vous plait
wat wenst u?
qu’est-ce que vous désirez?
zal dit alles zijn?
ce sera tout
wenst u iets anders?
vous désirez autre chose?
zie hier het wisselgeld 2.60 euro terug en een fijne namiddag
voila la monnaie 2.60 euro en je vous souhaite un bon après-midi
zie hier 13 euro
voilà 13 euro
bedankt en goed weekend
merci et bon weekend
in het totaal is het 12.4 euro
en tout, c’est 12.4 euro is
zie hier het wisselgeld 1 € en ik wens je een fijne namiddag
voila la monnaie 1€ et je vous souhaite un bon après-midi
hoeveel is het in totaal?
c’est combien un tout?
de bakker
la boulangerie
vandaag
aujourd’hui
werken
travailler
boodschappen doen
faire des courses
gaan wandelen
se promener
moeten
doit - devoir
’s ochtends
le matin
de boekenwinkel
la librairie
wensen
désirer
een stokbrood
une baguette
goed gebakken
bien cuite
ziehier
voilà
een taart
un gâteau
het is spijtig
c’est dommage
het kleingeld
la monnaie
ik zou graag willen
je voudrais < vouloir
het kost
ça fait
de verkoper/ de verkoopster
le vendeur / la vendeuse
de klant
le client / la cliente
tot ziens
au revoir
een ui
un oignon
look
de l’ail
de deeg
la pâte
boter
du beurre
olie
de l’huile
bloem
de la farine
soep
la soup, du potage
het snoepje
un bonbon
een ei
un oeuf
mosterd
de la moutarde
de taart
la tarte
de bouillon
le bouillon
chocolade
du chocolat
brood
du pain
zout en peper
du sel et du poivre
kruiden
des épices
kaas
du fromage
suiker
du sucre
taart
du gâteau
rijst
du riz
pasta
des pâtes
een appelsien
une orange
een citroen
un citron
een pompelmoes
un pamplemousse
een ananas
un ananas
een banaan
une banane
aardbeien
des fraises
frambozen
des framboises
druiven
des raisins
een kiwi
un kiwi
een meloen
un melon
een watermeloen
une pastèque
een mango
une mangue
een abrikoos
un abricot
een perzik
une pêche
een appel
une pomme
een peer
une poire
een kokosnoot
une noix de coco
een kool
un chou
een bloemkool
un chou-fleur
spruiten
des chou de Bruxelles
een paprika
un poivron
champignons
des champignons
een komkommer
un concombre
een krop sla
une laitue
een courget
une courgette
asperges
des asperges
een aubergine
une aubergine
een tomaat
une tomate
een prei
un poireau
boontjes
des haricots
spinazie
des épinards
erwtjes
des petits pois
een wortel
une carotte
een pompoen
un potiron
een avocado
un avocat
mais
du mais
het vlees
la viande
de vis
le poisson
de kip
le poulet
de zeevruchten
les fruit de mer
mineraalwater
de l’eau minérale
spuitwater
de l’eau pétillante
een appelsiensap
un jus d’orange
een cola
un coca
een ijsblokje
un glaçon
wijn
du vin
bier
de la bière
koffie
du café
thee
du thé
een warme chocolademelk
un chocolat chaud
melk
du lait