Thema 1 Flashcards

1
Q

Nuclide

A

Element of atoom waarvan atoomnummer en massagetal gekend zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Isotoop

A

Elementen met dezelfde atoomnummer en verschillend massagetal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Gemiddelde absolute atoommassa (Aa)

A

Echte massa in grootte-orde 10-27 kg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Gemiddelde relatieve atoommassa (Ar)

A

Massa ten opzichte van 1/12 van de massa van koolstof

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Grondtoestand

A

Energetisch laagste toestand, ook het stabielste

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Absorptie

A

Elektronen in de buitenste schil ontvangen meer energie, ze gaan zich verwijderen van de kern. Ze hebben energie opgenomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Aangeslagen of geëxciteerde toestand

A

Door absorptie bevinden de atomen zich in deze onstabiele toestand. Na emissie gaan ze terug naar grondtoestand
*TEKENING

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Emissie

A

Elektronen gaan van een plaats met een hoge energie-inhoud naar een plaats met een lage energie-inhoud. Het teveel aan energie komt vrij onder elektromagnetische straling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Orbitaal

A

Trefkansgebied waar een elektron zich met 90% kans bevindt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Elektronenconfiguraties

A

Opvulling van de elektronen in de orbitalen van een atoom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Inversie

A

d- en f- orbitalen zijn stabieler als ze halfvol of vol zijn. Ze gaan elektronen afnemen van het vorig s-orbitaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Atoomstraal

A

Hoe groot je atoom is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Elektronegatieve waarde (EN)

A

Geeft aan in welke maten een atoom geneigd is om elektronen op te nemen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Ionisatie-energie (IE)

A

Energie die nodig is om een elektron te onttrekken (-> ion te maken)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Historische evolutie van het atoommodel

A

-Democritus: ondeelbare bol
-Dalton: ondeelbare + onvernietigbare bol, kleinste deel
-Thomson: positief vanbinnen, negatief vanbuiten
-Rutherford: (proefje goudfolie, stralen gestuurd), kern laat niks door, terugkaatsing , toevoeging atoomkern
-Chadwick: protonen & neutronen in kern(hebben massa), en elektronen ontdekt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Massagetal (A)

A

aantal nucleonen (kerndeeltjes)

17
Q

Atoomnummer (Z)

A

Plaatsnummer in PSE = aantal protonen

18
Q

Geschiedenis orbitaalmodel

A

-Planck: kwantum = klein energiepakktje
-Einstein: licht ->golf
->deeltje
-De Broglie: elektron ->golf
->deeltje
-Heisenberg: onzekerheidsprincipe: plaats en snelheid van een deeltje kan je nooit tegelijkertijd bepalen
-Schrödinger: vorm van orbitalen wiskundig berekend