Tentamenboekje H1 Flashcards
democratie
een staatsvorm die de gelijkwaardigheid van mensen als uitganspunt neemt, zowel wat betreft hun invloed op het staatsbestuur als wat betreft hun bescherming tegen de staat. Het volk heeft dus al het gezag binnen de samenleving. De burgers bepalen door middel van geheime en openbare verkiezingen wie hen vertegenwoordigt en bepalen daarme indirect hun eigen regels.
twee belangrijke grondregels van onze democratie
Geen bevoegdheid zonder grondslag in de wet of Grondwet (legaliteitsbeginsel)
Niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder verantwoording schuldig te zijn of zonder dat op die uitoefening controle beslaat. (verantwoordingsplicht)
Kenmerk van de rechtstaat
Staatsorganen zijn onderworpen aan het recht. Er mag dus niet zomaar worden geregeerd, maar het recht moet worden gerespecteerd
zes basiselementen van de rechtstaatgedachte in het NL constitutionele recht
Legaliteitsbeginsel: Al het overheidsoptreden moet berusten op een wettelijke regeling;
Geen terugwerkende kracht: Voordat de overheid ingrijpt, moet een voorafgaande algemene regel bestaan;
Regelgeving en uitvoering moeten niet in één ambt worden gelegd. Een uitvoerder kan dan op ieder gewenst moment een regel wijzigen.
Democratieprincipe: Belangrijkste wetgeving wordt door de kiezer zelf tot stand gebracht.
Trias politica: Machtenscheiding en de machtenspreiding.
De klassieke grondrechten: grondrechten die traditioneel een staatsvrije sfeer garanderen, waarin burgers zonder overheidsbemoeienis van zekere vrijheden gebruik kunnen maken. Het gaat hier om het niet-doen van de overheid.
Legaliteitsbeginsel
Krachtens het legaliteitsbeginsel is de basis van alle bindende besluiten, de wet of de Grondwet. Het staatsrechtelijk legaliteitsbgeinsel is nergens in de wet te vinden. Art. 16 Gw komt wel in de buurt met een beschrijving van het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel. Het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel is gecodificeerd in art 1. Sr en art. 1 Sv.
De bevoegdheden van de overheid berusten dus op een wettelijke grondslag. De inbreng van het volk wordt ook gegarandeerd, omdat de volksvertegenwoordigers door het volk worden gekozen. De wetgevende macht, de regering en de Staten-Generaal, bepaalt namelijk de grenzen waarbinnen het bestuur en de rechterlijke macht bevoegdheden mogen uitoefenen. Het legaliteitsbeginsel bevordert meerdere beginselen door de wettelijke grondslag.
Welke twee beginselen bevordert het legaliteitsbeginsel?
Het gelijkheidsbeginsel: De wet als algemene regel verzekert gelijke behandeling.
Rechtszekerheid: Het ingrijpen van de overheid wordt voorspelbaar, dat bevordert de rechtszekerheid.
Verbod op terugwerkende kracht
De wettelijke bepaling die door de burger wordt overtreden, moet bij de burger bekend zijn. Een bestuursorgaan kan niet iemand straffen als er geen bepaling geldt op het moment van overtreden. De wetsbepaling moet bekend worden gemaakt en pas daarna kunnen overtreders worden aangesproken. Burgers mogen niet met terugwerkende kracht worden gestraft.
Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter
De rechter die vonnis moet wijzen, moet zijn vonnis uitsluitend baseren op de wet en op geen enkelijke wijze afhankelijk zijn van de regering. De grondwet voorziet daarom in de onafhankelijkheid van de rechter door een benoeming voor het leven in art. 117 lid 1 Gw.
Grondrechten
Klassieke grondrechten zijn grondrechten die traditioneel een staatsvrije sfeer garanderen, waarin burgers zonder overheidsbemoeienis van zekere vrijheden gebruik kunnen maken. De overheid moet zich in principe van ingrijpen onthouden, ook van ingrijpen dat gericht is op de verwezenlijking van de betrokken grondrechten. Het gaat namelijk bij de grondrechten in ons stelsel in beginsel om een niet-doen van de overheid. Op deze grondrechten kun je een beroep doen bij de rechter.
Sociale grondrechten zijn grondrechten dat juist actief optreden van de overheid vereist, bijvoorbeeld het recht op onderwijs. De overheid moet ervoor zorgen dat er onderwijs beschikbaar is voor haar burgers. Het gaat hier over het wel doen van de overheid en hierop kan geen beroep gedaan worden bij de rechter.
Trias politica
De gedachte van een scheiding van de machten in de staat werd door Montesquieu geïntroduceerd, nadat hij geïnspireerd raakte door het Engelse stelsel waarbij de overheidstaken niet in dezelfde hand mochten berusten. Wabbeer alle macht bij een enkel persoon of een partij ligt, kan hier op den duur machtsmisbruik uit voortvloeien. Montesquieu bepleitte dat de overheidstaken wetgeving, bestuur en rechtspraak niet in dezelfde handen moeten rusten en kwam met drie verschillende organen die ieder hun eigen functie zouden krijgen. Namelijk:
De wetgevende macht
De uitvoerende macht
De rechtsprekende macht.
De kern is dat de macht wordt verspreid. De organen oefenen ieder een deel van die macht uit, controleren elkaar wederzijds en houden elkaar in evenwicht (checks and balances).
Democratieprincipe
Dit slaat terug op het feit dat de wetgeving door de kiezers zelf of mede door een volksvertegenwoordiging tot stand moet worden gebracht. het volk moet invloed kunnen uitoefenen. Doordat burgers de volksvertegenwoordiging mogen kiezen, zijn de wetten in formele zin democratisch geligitimeerd.
Verantwoordingsplicht
De verantwoordingsplicht houdt in dat niemand een bevoegdheid kan uitoefenen zonder dat daar verantwoording over afgelegd hoeft te worden óf dat die bevoegdheid gecontroleerd wordt.
Dit vertaalt zich in meerdere vormen. Een aantal voorbeelden zijn:
De politieke verantwoordingsplicht. hierbij verantwoorden de bestuurlijke organen zich tegenover de vertegenwoordigende organen;
De ambtelijke ondergeschiktheid. Elke ambtenaar legt verantwoording af aan zijn bovengelegene. Kijk bijvoorbeeld naar ministers die zich moeten verantwoorden aan de Staten-Generaal;
Bestuurlijk toezicht. De regering (het bestuur) heeft hierbij invloed op het beleid van andere organen. Dit kan zowel preventief als repressief toezicht.
Regering
De regering wordt op grond van art. 42 Gw wordt de regering gevormd door de Koning en de ministers samen. De Koning en ministers zijn afzonderlijke organen, die samengesteld de regering vormen. De regering vormt samen met de Staten-Generaal de formele wetgever.
Koninklijk besluit
Een taak die de regering moet uitvoeren waarbij de Koning een persoonlijke daad moet verrichten (ondertekenen). Moet de Koning geen persoonlijke daad verrichten, dan wordt gewoon de term regering gebruikt (art. 90 Gw)
ministerraad
De gezamenlijke ministers van een regering vormen een politiek gezelschape n zijn daarmee gezamenlijk een staatsorgaan, de ministerraad. Krachtens art. 45 lid 3 Gw omvat de taak van de ministerraad het beraadslagen en besluiten over het algemeen regeringsbeleid en het bevorderen van de eenheid van dat beleid.
Staten-Generaal
De Staten-Generaal, het Nederlands parlement, controleert het bestuur en probeert invloed uit te oefenen op het bestuur. Daarnaast zijn de Staten-Generaal medewetgever. Ze vormen samen met de regering de formele wetgever. De Staten-Generaal bestaat uit twee kamers, namelijk de Eerste en Tweede Kamer.
De Tweede Kamer
Wordt rechtstreeks gekozen
Heeft het recht een wetsvoorstel in te dienen (recht van initiatief)
Heeft het recht een wetsvoorstel te wijzigen (recht van amendement)
De Eerste Kamer
Door leden van de provinciale staten gekozen;
Heeft geen recht van initiatief en amendement.
wet in formele zin
Gezamenlijk besluit van de regering en de Staten-Generaal volgens art. 81 Gw. Vaak is een wet in formele zin een kaderwet, wat betekent daat deze niet heel specifiek is. Meestal worden dit soort wetten nader ingevuld door middel van algemene maatregelen van bestuur.
Algemene Maatregel van Bestuur
Een algemene maatregel van bestuur wordt bij koninklijk besluit vastgesteld (art. 89 lid 1 Gw). Maar een KB wordt alleen als AMvB aangemerkt als het op een bepaalde wijze tot stand is gekomen. Ze moeten gehoord worden door de RvS en bekendgemaakt worden in het staatsblad.
Kleine Koninklijke Besluiten
Koninklijk besluit dat niet gehoord hoeft te worden door de RvS en niet bekendgemaakt hoeft te worden in het staatsblad.
Totstandkoming van een wet in formele zin
- Initiatief tot een nieuwe wet
- Inleiding bij MR
- Advisering door RvS
- Behandeling door de Tweede Kamer
- Behandeling door de Eerste Kamer
- Bekrachtiging door de Koning
- Publicatie in het Staatsblad
art. 82 Gw tot art. 87 Gw
art. 137 lid 1 Gw voor grondwet. eerste lezingswet
Decentralisatie
Het overdragen van taken en bevoegdheden aan lagere organen
Verschillende vormen:
Territoriale decentralisatie
Functionele decentralisatie
Mengvorm (waterschappen bv)
Decentralisatie kan op twee manieren: door middel van autonomie (art. 124 lid 1 Gw) of medebewind (art. 124 lid 2 Gw)
Op welke manieren kan een bestuursorgaan een bevoegdheid krijgen om een bestuurshandeling te verrichten.
Attributie: Hier is er sprake van het creëren van een nieuwe bevoegdhied ide aan een ander orgaan als eigen bevoegdheid wordt toegekend.
Delegatie: Hier draag een orgaan een eigen, geattributeerde bevoegdheid over aan een ander orgaan
Mandaat: Hier treedt de gemandateerde op in naam en onder verantwoordelijkheid van degene die de taak gemandateerd heeft.
Delegatieterminologie
bij of krachtens: Delegatie en subdelegatie zijn toegestaan
regelen, regels: Delegatie en subdelegatie zijn toegestaan
bij de wet, de wet bepaalt, volgens de wet: Er is geen delegatie toegestaan
uit kracht van de wet: wel toegstaan, maar met grote terughoudendheid
Twee soorten beperkingsmogelijkheden
Bijzondere beperkingen: Dit zijn beperkingen die met het oog op specifieke grondrechten zijn vastgesteld.
Algemene beperkingen: Beperkingen die zijn ontstaan doordat een regel als neveneffect heeft, dat de uitoefening van een grondrecht beperkingen ondergaat.