Radioprotectie Flashcards
FANC =
Federaal Agenschap voor Nucleaire Controle
LD50 =
dosering van het GM waarbij op 100 proefpersonen 50 personen sterven
MIRD =
Medical Internal Dose Committee
= model vr dosisbepaling
ICRP =
International Committee for Radiation Protection
Wat is ionisatie?
molecule w gebroken in negatief en positief deel
Ioniserende straling =
Welke soorten ken je?
= straling die sterk genoeg is om ionisaties te veroorzaken op z’n weg dr materie
- alfa = sterke ionisatie; ionisatie bij elke botsing, dicht op elkaar
- beta = matige ionisatie; geeft nog wel ionisatie bij elke botsing, mr minder dicht op elkaar
- gamma = zwakke ionisatie; slechts af en toe botsingen, zeer week ionisatiepatroon (secundaire ionisatie dr watermoleculen die geioniseerd w)
Indeling van stralingseffecten
- bij wie w het zichtbaar?
- > somatisch = effect zichtbaar bij bestraald pers
- > genetisch = effect zichtbaar bij nageslacht
- wnnr w het effect zichtbaar?
- > vroeg / direct = u-wk
- > laat / indirect = md - j
- aard vh effect ?
- > stochastisch = kansgebonden
- > deterministisch = niet kansgebonden
Deterministische effecten =
- niet kansgebonden
- drempeldosis van 200 m Sv
- bij orgaansystemen met hoge turnover; BM, maag-darmkanaal (& huid)
Stochastische effecten =
- kansgebonden
- hoe hoger de dosis, hoe meer kans om effect te zien
- vnl genetische effecten
verband LET & ioniserende straling:
- alfa = hoge LET (op korte afstand veel E overdracht)
- beta = gemiddelde LET
- gamma = lage LET
LET =
Lineair Energy Transfer
Lineair quadratisch model =
- model obv SSB & DSB
- hockey stick curve met uiteindelijk gauss curve
- moeilijk te gebruiken bij radioprotectie
vorm dosiseffectcurve bij SSB
- stijgende curve
- > enkelstrengige breuken w in het begin gerepareerd en bij hogere dosissen meer breuken dus reparatiemechanisme gaat harder moeten werken, gaat het moeilijker krijgen en uiteindelijk falen
vorm dosiseffectcurve bij DSB
lineair
Lineair no treshold model =
- men baseert zich hierop bij radioprotectie
- overschat effecten bij lage dosis
- > basis RP = elke dosis, hoe klein ook => effect
- kan je niet gebruiken bij deterministische effecten want je zit met 200 mSv drempel
Hormesis theorie =
een lage, chronische dosis straling is gezonder dan geen straling
-> want zo ‘train’ je je DNA reparatiemechanismen zodat deze bij blootstelling aan hogere dosis optimaal kunnen werken (bewezen bij ratten in labo)
Bq eenheid =
tegenhanger, oude eenheid ervoor =
= maat vr # radioactieve partikels per tijdseenheid -> 1 Bq = 1 desintegratie per seconde
Curie = Ci
C eenheid =
tegenhanger, oude eenheid ervoor =
= maat voor ionisatie id lucht
Röntgen = R
Gy eenheid =
tegenhanger, oude eenheid ervoor =
= maat vr hoeveelheid energie geabsorbeerd per massa-eenheid -> 1 Gy = 1 J/kg
rad
Sv eenheid =
tegenhanger, oude eenheid ervoor =
= maat vr hoeveelheid energie geabsorbeerd per massa-eenheid, maar met inbegrip van weegfactor om verschillen tss ionisatieintensiteit tss alfa en gamma straling bvb weg te werken -> 1 Sv = 1 J/kg
(soms ook weefselfactor toegevoegd)
rem
Principe gasdetector
ioniserende partikels vallen in buis gevuld met gas -> gaan nr kathode & anode => stroom (Geiger Muller)
principe Thermo Luminiscentie Dosimeter
= kleine batches die op borsthoogte gedragen w die kleine zoutkristallen bevatten -> die kristallen gaan ioniserende straling opslaan in kristalrooster en daardoor licht afgeven (lichtintensiteit is afhankelijk van duur en intensiteit van straling)
voordelen & nadelen TLD
- voordelen: goedkoop (herbruikbaar), screening in lage dosisomgevingen, ja kan meerdere dosismeters op lichaam hangen op specifieke regio’s
- nadelen: laattijdige dosisuitlezing (1-2md), niet geschikt bij risico op hoge blootstelling
voordelen & nadelen elektronische persoonlijke dosimeter
- voordelen: actuele dosis steeds uitleesbaar, gebruikt in noodsituaties of omgeving met hoog dosistempo, soms zelfs uitgerust met limietalarm
- nadelen: kostprijs, batterij
in welke zin heeft natuurlijke achtergrondstraling op de wereld bijgedragen tot evolutie?
straling => DNA schade => mutaties -> die mutaties zijn nodig geweest om aan te passen aan milieu, waren nodig voor overleving
achtergrondstraling in BE
2,5 mSv per jaar
straling CT
5 mSv
Waarom is dosisbepaling bij besmetting zo moeilijk?
- versch stoffen ku versch effect he naargelang waar ze naartoe gaan -> zware metalen gaan bvb naar skelet, jodium naar schildklier
- verschillende verblijftijden van versch stoffen
evolutie dosislimieten in kernwoorden
- 1896: men gebruikte erytheem als ijking
- eerste dosislimieten; niet gebaseerd op experimentele of biologische date, wel op laagst meetbare dosis
- klassieke dosis begin 20ste eeuw -> maar gaf jaren later kankers
- radiumlimieten
- dierproeven: genetische effecten zichtbaar (nog niet bij mensen want langere generatiewissel)
- limieten plutonium
- 1950: eerste limieten voor publiek
- 60-70: shift van deterministische nr stochastische effecten: men denkt niet langer aan directe effecten, men kijkt nr lange termijn (ICRP)
principes ICRP:
- optimalisatie
- justificatie (ALARA)
- dosislimitering
ICRP: justificatie =
elke handeling met ioniserende straling moet gerechtvaardigd zijn (zijn andere testen zonder straling mogelijk? zijn er aantoonbare voordelen? is het kostenaspect aanvaardbaar? continue reevaluatieç)
ICRP: optimalisatie =
als een handeling gerechtvaardigd is (justificatie) moet nagegaan w of alle beschikbare middelen gebruikt w om dosis vr het individu en bevolking te beperken (GEEN ALGEMENE DOSIS VOOR DIEREN)
-> ALARA: zo laag mogelijke stralingsdosis voor onderzoek, eco -en maatsch factoren, stralingsbescherming primair brongericht
Getallen: Beroepshalve blootstelling in BE
- effectieve dosis:
- ooglens dosis:
- huid dosis:
- hand/voorarm/voeten/enkels dosis:
- 200 mSv per jaar
- 150 mSv per jaar
- 500 mSv per jaar
- 500 mSV per jaar
Getallen: Algemene bevolking blootstelling in BE
- effectieve dosis:
- ooglens dosis:
- huid dosis:
- 1 mSv per jaar
- 15 mSv per jaar
- 50 mSv per jaar per cm²
regelgeving rond ioniserende straling => opdeling in klassen -> welke klasse voor DA?
klasse III (toestellen gebruikt die röntgenstralen voortbrengen en met een piekspanning van 200 kV of minder ku werken)
bijzondere reglementering in gecontroleerde zone:
- controle toegang
- vergunning nodig (kostelijk!)
- persoon in gecontroleerde zone mag daar niet drinken, eten, roken of cosmetische producten gebruiken
- beroepshalve blootgestelde personen moeten dosimeter dragen op borsthoogte (behalve als blootstelling aan betastralers met energie lager dan 200 kV)
3 principes van stralingsbescherming
- tijd
- afstand
- afscherming
foto elektrische effect =
elke keer dat partikel botst verliest het energie => hoe meer elektronschillen = hoe hoger het atoomnummer, hoe meer botsingen en dus hoe sneller het partikel stopt
compton verstrooiing =
elke keer dat partikel botst gaat een stuk van de energie velroren en w een stuk overgeschakeld op een scattered foton (een tweedehands foton) met lagere energie -> Hoe hoger het atoomnr hoe groter het effect
ben je buiten primair stralingsgebied veilig?
neen want:
- lekstraling (door bvb schade of ouderdom van toestel)
- strooistraling (doordat fotonen botsen met elektronen in hond of op tafel => stukje energie overgeschakeld op scattered foton (compton effect) met lagere energie -> vliegen alle kanten uit)
bescherming tegen strooistraling
- loodschort
- handschoenen/wanten
- loodbril
(opgelet: is geen bescherming tegen primaire straling)
waarom is cataract een uitzondering?
= deterministisch effect dat toch laat optreedt! (latentieperiode na blootstelling is 8j) -> cataract ontstaat omdat je geen resorptie krijgt van epitheelcellen vd lens => epitheelcellen stapelen op => vertroebeling vd lens = cataract
waarom is jood 131 zo gevaarlijk?
= hoog energetische gamma en beta straler met halfwaardetijd van 8d
gaat zich na opname concentreren in schildklier => bestraling is te klein om deterministisch effect te veroorzaken, mr veroorzaakt wel een stochastisch effect zoals schildklierkanker
welke 3 radionucliden hebben we besproken?
- jood 131
- caesium 134 en 137
- strontium 90
waarom jodiumtabletten slikken in gebieden rond kernrampen/kerncentrales?
zodat schildklier verzadigd zit met niet radioactief jodium en het radioactieve jodium dus geen plaats heeft om daar te gaan settelen als het opgenomen w
waarom is caesium 134 en 137 gevaarlijk?
= kalium analoog -> gaat zich concentreren in vlees en melk => kan biologisch ingebouwd w en overgedragen w op nakomelingen
waarom is strontium 90 gevaarlijk?
= calciumanaloog -> opslag in bot
precursor strontium 90 is vluchtig dus zal bij brand vervliegen
wat moet je doen als je met radioactiviteit wil gaan werken in een DA praktijk?
- uitbatingsvergunning (FANC)
- minstens jaarlijkse controle door bevoegde stralingsfysicus
- persoon die röntgenapparaat bedient moet opleidingen vergunning he
- toestel zelf moet voldoen aan minimumcriteria
ALI norm =
Annual Limit on Intake
max hoeveelheid activiteit van radioactieve stof bij opname => effectief dosisequivalent gecummuleerd over 50j die volgen op inname + dosisequivalent in elke weefsel en orgaan gecummuleerd over 50j
(minder dan 0,5 Sv!)
afgeleiden van ALI normen voor lucht en water:
- DAC = derived air concentration
- MTCw = maximul tolerable concentration in water
WIV =
wetenschappelijk instituut voor volksgezondheid (BRU)
welke eigenschappen dragen bij aan ALI normen?
stralingsdosis voor dier is in functie van:
- aard vd straling
- fysische halfwaardetijd = radioactief verval
- biologische halfwaardetijd = duur van verblijf in lichaam
waar is de stralingsbelasting bij nucleaire geneeskunde van afhankelijk?
wan hoe lang het dier stralingsactief is (niet van # foto’s dat je neemt)
welke eigenschappen moet een tracer (= radiofarmacon) he?
- systeem mag tracer niet ku onderscheiden, waarnemer moet tracer ku onderscheiden van natuurlijk aanwezige stoffen
- tracer moet toestand van natuurlijk aanwezige stof ongewijzigd laten
- hoeveelheid tracer moet verwaarloosbaar klein zijn en mag systeem op geen enkele manier beïnvloeden
uit welke delen bestaat een radiofarmacon?
- koud deel -> bepaalt plaats van opname
- radioactief label -> bepaalt detecteerbaarheid
SPECT =
Single Photon Computirized Tomografie
principe botscintigrafie:
zwakke radioactieve stof in het lichaam gespoten -> stof hecht zich vast in zones met verhoogde stofwisseling, zoals tumoren en botmetastasen -> men maakt gebruik van bifosfonaten -> osteoclasten maken matrix dat gaat mineraliseren en zu radioactieve stof mee inbouwen -> max opname na 2u, mr wachten tot dier is gaan plassen zodat niet gebonden tracer er uit gaat
voor en nadelen botscintigrafie
- voordelen: vroegtijdige detectie, zeer gevoelig, total body techniek
- nadelen: duur, apsecifiek, speciale apparatuur en vergunning nodig, radioactief dier moet gehospitaliseerd w
waarom kan je radioactief jodium gebruiken om hyperthyroidie te behandelen?
schildklier zal jodium 131 concentreren in schildklier => hogere concentratie jodium 131 in schilklier vs geringe concentraties in rest vh lichaam -> hogere dosis => weefseldestructie => BW vorming = deterministisch effect