part 2 Flashcards

1
Q

Wat zijn de drie belangrijkste onderdelen van een for loop?

A

Startwaarde, conditie, en stap

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat gebeurt er bij een oneindige loop?

A

De eindconditie wordt nooit bereikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe verschilt een reverse for loop van een normale?

A

Een reverse for loop begint bij een maximumwaarde en de stap vermindert de teller.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wanneer gebruik je een while loop in plaats van een for loop?

A

Als je niet weet hoeveel iteraties nodig zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is het verschil tussen een while en een do-while loop?

A

Een do-while loop wordt altijd minstens één keer uitgevoerd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is een stack?

A

Een stuk vast geheugen dat wordt gebruikt voor lokale variabelen en function parameters.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat gebeurt er als een variabele de scope verlaat?

A

De variabele wordt van de stack verwijderd (pop).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is het voordeel van een stack?

A

Snelle toegang en automatische geheugenopruiming.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Welke operaties kun je uitvoeren op een stack?

A

push() om een item toe te voegen, pop() om een item te verwijderen, en top() om het bovenste item te bekijken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is function overloading?

A

Het definiëren van meerdere functies met dezelfde naam, maar met verschillende parameters

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat gebeurt er als je geen waarde teruggeeft in een functie die void is?

A

De functie stopt zonder een waarde terug te geven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is het doel van een forward declaration?

A

Het vooraf definiëren van een functie, zodat deze later in de code kan worden gebruikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is een default argument?

A

Een standaardwaarde die een parameter gebruikt als er geen waarde wordt opgegeven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Waar moeten default arguments staan in een parameterlijst?

A

Aan het einde van de parameterlijst.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat gebeurt er als je een standaardwaarde opgeeft en ook een waarde meegeeft?

A

De meegegeven waarde overschrijft de standaardwaarde.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat gebeurt er bij pass by value?

A

De waarde van een argument wordt gekopieerd naar de parameter, wijzigingen beïnvloeden het origineel niet.

17
Q

Wat gebeurt er bij pass by reference?

A

De parameter verwijst naar het originele argument, waardoor wijzigingen het origineel beïnvloeden.

18
Q

Hoe voorkom je ongewenste wijzigingen bij pass by reference?

A

Gebruik een constante referentie (const &).