OEFENNNEN Flashcards
hij is aan het rijden
sta guidando
jullie zijn aan het wachten
state aspettando
zij is muziek aan het luisteren
sta ascoltando musica
jullie zijn aan het wandelen
state facendo una passeggiata
ik ben aan het zwemmen
sto nuotando
zwemmen
nuotare
ik ben aan het leren voor mijn examen
sto studiando per il mio esame
ik ben aan het lachen op een grap
sto ridendo per una battuta
ik ben aan het schrijven in mijn dagboek
sto scrivendo nel mio diario
ik ben aan het schoonmaken
sto pulendo
wij bespreken een boek
stiamo discutendo un libro
discussiëren / bespreken / overleggen
discutare
ik ben aan het zingen in de woonkamer
sto cantando nel soggiorno
ik ben een liedje aan het zingen
sto cantando una canzone
ik heb gerend
ho corso
ik heb gelezen
ho letto
ik heb een reis gemaakt
ho fatto un viaggio
ik heb een hond gezien
ho visto un cane
ik heb gezien
ho visto
ik heb een vriend gebeld
ho chiamato un amico
ik heb de deur open gemaakt
ho aperto la porta
ik heb geopend
ho aperto
openen
aprire
bellen
chiamare
zij heeft een cadeau ontvangen
ha ricevuto un regalo
wij zijn moe geweest
siamo stati stanchi
ontvangen
ricevere
zij zijn op vakantie geweest
sono stati in vacanza
jullie zijn laat aangekomen
siete arrivati in ritardo
ik ben opgestaan
mi sono svegliato/a
ik ben vroeg opgestaan
mi sono svegliato/a presto
ik heb een nieuwe jas gekocht
ho comprato una giacca nuova
hij is naar school gegaan
e andato a scuola
zij zijn naar het strand geweest
sono andati/e alla spiaggia
ik heb een lange brief geschreven
ho scritto una lunga lettera
ze heeft geslapen in een hotel
lei ha dormito in un albergo
we zijn te laat aangekomen
sono arrivati in ritardo
we zijn in Italië gebleven
sono stata in Italia
zij gaan naar het strand
loro vanno alla spiaggia
hij woont bij zijn ouders
lui vive con i suoi genitori
wij zijn van nederland
noi siamo dall’Olanda
jullie praten over het boek
parlate del libro
tussen
tra
jullie zijn aan het wachten op de bus
loro stanno aspettando l’autobus
het cadeau is voor jou
Il regalo e per te
ik ga uit eten met mijn vrienden
Esco a mangiare con i miei amici
ik ga naar het park
vado al parco
wij wonen in een klein dorp
vivono in un piccolo paese
ik geef het boek aan de leraar
do il libro all’insegnante
we zitten aan tafel
mettiamo a tavola
jullie gaan naar een feest
voi andate a una festa
ik ben aan het denken over mijn toekomst
sto pensando al mio futuro
we gaan naar de universiteit
andiamo all’università
ik ben bij de dokter
e stato dal dottore
ik geef een cadeau aan mijn moeder
do un regalo a mia madre
ze gaan naar het theater
vanno al teatro
het boekt ligt op de tafel
il libro e messo a tavolo
zij geven bloemen aan de leraar
loro danno i fuori all’insegnante
ik ga naar een restaurant
vado in un ristorante
ik ben van Italië
sono dell’italia
Van (land)
di + articolo
zij gaan naar het huis van marco
vanno a casa di marco
het boek is op de tafel
il libro è sul tavolo
jij praat over een interessant onderwerp
parli di un argomento interessante
we reizen per trein
viaggiamo in treno
er is / er zijn
c’e / ci sono
tussen ons is een mooie vriendschap
Tra noi c’è una bella amicizia
hij is bij zijn grootouders
lui e dai suoi nonni
de bloemen zijn in de vaas
I fiori sono nel vaso
Ik werk voor een belangrijk project
lavoro per un progetto importante
ik ga naar de stad met mijn vrienden
vado in città con i miei amici
naar de stad
in città
het komt uit
viene da
Het vliegtuig komt uit spanje
l’aeroplano viene dalla Spagna
het boek is geschreven door een beroemde schrijver
il libro e stato scritto da uno scrittore famoso
hij blijft bij zijn broer
lui sta con tuo fratello
de sleutels liggen op de tafel
le chiavi sono messe sulla sedia
we reizen voor (het) werk
viaggiamo per lavoro
Tussen de bomen is er een bankje
tra gli alberi c’è una panchina
we praten over de vakantie
parliamo delle vacanze
de kat is in de doos
il gatto dorme nella scatola
Hij woont sinds 2 jaar in italie
vive da due anni in Italia
het boek ligt op de tafel in jouw appartement
il libro e sul tavolo nel tuo appartamento
je werkt als leraar
lavori come insegnante
je praat met je vrienden over de marathontraining
parli con gli amici del training per la maratona
mijn hardloopschoenen staan naast de deur
le mie scarpe da corsa sono accanto alla porta
je reist voor werk naar Nederland en belgium
viaggi per lavoro in Olanda e Belgio
De stad Cagliari ligt aan zee
La città di Cagliari è sul mare
aan zee
sul mare
jij schrijft een bericht aan je vriend in het nederlands
scrivi un messaggio a un amico in olandese
ik denk vaak aan mijn doelen voor de toekomst
penso spesso ai miei obiettivi per il futuro